Duizendste aanmelding bij het Ondersteuningsteam

Duizendste aanmelding bij het Ondersteuningsteam

Delen op Social Media

Leestijd: 5 min.


Duizendste aanmelding bij het Ondersteuningsteam: ‘Duizend verhalen over conflicten, ongelijkwaardigheid en frustraties


Amper contact met je kind, geen regie over je leven en geen idee wie je kan helpen met contactherstel tussen jou als ouder en je kind dat uit huis is geplaatst. Nagenoeg iedere aanmelding van een ouder bij het Ondersteuningsteam bestaat uit deze giftige mix. In juni 2024 kwam bij dit team de duizendste aanmelding binnen. Waar staat die duizendste aanmelding voor? We vragen het aan Judith Peeters, projectmanager van het Ondersteuningsteam.

“Die duizendste aanmelding staat voor duizend schrijnende verhalen van ouders die de weg zijn kwijtgeraakt in het landschap van loketten die hen hadden moeten helpen en bij wie dat niet is gelukt. Als je al die duizend mensen op een rij zou zetten en vraagt wat hen is overkomen, hoor je duizend verhalen van mensen die eerst onterecht als fraudeur zijn bestempeld, toen enorme schulden kregen, vervolgens in diepe armoede raakten en ook nog hebben ervaren dat hun kind uit huis werd gehaald. Het zijn duizend verhalen over conflicten, ongelijkwaardigheid en frustraties. Verhalen die je door merg en been gaan.”

Een sprong terug in de tijd: april 2022, de oprichting van het Ondersteuningsteam. Een nieuwe, neutrale partij die deze ouders ging helpen in het contactherstel met hun kind of kinderen. Wat verwachtte jij als projectmanager?

“Ik wist oprecht niet wat we moesten verwachten. We wisten dat er veel ouders waren, maar zouden ze zich bij ons melden? Het wantrouwen van ouders tegen de overheid was enorm. En ook al waren we neutraal, we waren opgericht vanuit de wens van de Tweede Kamer. Als ouders ons zagen als ‘de overheid’ was de kans groot dat niemand zich meldde. De grootste vraag was natuurlijk of we ouders die zich zouden melden wel konden helpen. De jeugdbescherming, Raad voor de Kinderbescherming en rechters die bij een uithuisplaatsing zijn betrokken, handelen volgens wettelijk geldende regels en procedures. Die besluiten draai je niet zomaar terug.”

In de media ging het in die periode alleen maar over ‘terugplaatsing’. De opdracht van het Ondersteuningsteam was relatieherstel tussen ouders en kinderen – geen terugplaatsing. Hoe belangrijk is het om dat verschil te maken?

“Wezenlijk! Sommige ouders hadden geen enkele ouderlijke bevoegdheden meer. Zelfs een bezoekregeling tot stand brengen, is dan al een enorme lange weg. Sommige ouders hadden hun kinderen al jaren niet meer gezien of broertjes en zusjes woonden niet meer bij elkaar. Kinderen, ouders, broers en zussen: ze waren elkaar echt kwijtgeraakt. Als je dat tot je laat doordringen, weet je dat herstel van contact niet zomaar wat schakeltjes zijn die je omzet. Daarom is juist relatieherstel het uitgangspunt voor dit team. Daarboven kwam langzaam maar zeker regieherstel te staan, want als ouders iets frustreert is dat ze helemaal buitenspel zijn gezet.”

We zijn twee jaar verder. Uit jullie monitoring blijkt dat er 44 kinderen zijn teruggeplaatst, 16 nieuwe uithuisplaatsingen voorkomen en er zijn tientallen bezoekregelingen tot stand gebracht. Dat steekt schril af bij dat getal van duizend ouders.

“Klopt. Wat veel van deze ouders zijn kwijtgeraakt, is nooit meer terug te draaien. Het woord terugplaatsing klinkt dus lekker in de politieke arena. Maar wetend wat de wetten en regels zijn na een uithuisplaatsing, wetend in welke situatie sommige ouders zaten en zitten, wetend wat hun trauma was en is: ons doel kan niet meer zijn dan contactherstel en zorgen dat zij weer regie krijgen over hun eigen leven. Veel ouders geven daarbij zelf aan dat hun persoonlijk herstel het meest belangrijk is voor hen. Voordat we kunnen starten met het contactherstel tussen de ouders en hun kinderen, moeten we eerst aan de slag met de problemen rond wonen, werk en hun eigen trauma’s door de toeslagenaffaire. De echte resultaten zijn voor mij daarom de verhalen achter die cijfers. Bij de ouder die weer kan aansluiten bij de zwemles van haar kind, de ouder die na jaren weer een bezoekregeling krijgt. Tussen deze verhalen en de ouders die hun kinderen wél thuiskrijgen, zit een veelheid van persoonlijke stappen die nodig zijn om weer het contact te herstellen en zelf te herstellen.”

Het Ondersteuningsteam heeft geen mandaat om kinderen terug te plaatsen of bezoekregelingen te verruimen. Zij kan alleen slagen in haar opdracht als zij goed samenwerkt met de keten. Hoe ervaar je, na twee jaar, deze keten?

“In één woord: dichtgereguleerd. Elke instantie in de keten die iets te zeggen heeft over een ouder, gezin of kind in een kwetsbare positie kijkt naar zijn eigen, smalle opdracht. De een kijkt sec naar de veiligheid van een kind. De ander naar de financiën. Numero drie naar wonen. Weer een ander mag zich uitspreken over de mentale gezondheid van ouders. Elke instantie heeft zijn eigen KPI’s, regels en richtlijnen. Die gefragmenteerde kokervisie helpt ouders zeker niet om regie terug te krijgen over hun leven.”

Zorgt die kokerblik voor meer problemen?

“Ja! Het zorgt er zelfs voor dat ouders steeds verder kunnen wegzakken. Ik heb het Ondersteuningsteam daarom vaak vergeleken met een breinaald: we rijgen door al die partijen heen en knopen alle partijen en belangen weer aan elkaar. Maar precies dát baart me zorgen. Wij zijn een tijdelijk team. Wie doet dit als wij weg zijn? Wie kijkt dan integraal naar een gezin?”

Maar samenwerken in die keten kan dus wél.

“Ja, en ook dat vind ik een belangrijk resultaat van ons team. We wrikken verhoudingen los. Daarvoor is het belangrijk dat je zo oordeelloos mogelijk in die samenwerking probeert te blijven zitten. Want door te vechten en te strijden, kom je alleen maar meer tegenover elkaar te staan. Dus die duizend aanmeldingen zegt mij ook dat we met elkaar in de keten een vorm hebben gevonden waarin we beter samen kunnen werken ondanks dat de zorg gefragmenteerd is en dichtgereguleerd. Dat zorgde in het begin voor weerstand, maar het lukt ons steeds beter.”

De hersteloperatie loopt lastig, veel ouders zijn er nog steeds niet.

“Klopt. Dat zien wij ook. Bij het Ondersteuningsteam komen wekelijks nog vier tot zes aanmeldingen binnen. Ouders met wie nu nog het maandenlang traject wordt opgestart om hun verhaal op een rij te krijgen, het gesprek tussen instanties op gang te brengen, regels en beoordelingen opnieuw tegen het licht te houden en contact te herstellen met hun kind of kinderen.”

Het systeem op zichzelf is dus nog net zo star als toen het Ondersteuningsteam startte?

“Je, helaas wel. Er is een veel betere samenwerking, gelukkig. Maar het landschap zelf is er nog steeds een van veel loketten en systemen die ondoordringbaar zijn. Dat geeft te denken. Want de problemen die ‘onze’ ouders ervaren om het contact te herstellen na een uithuisplaatsing ervaren alle ouders die te maken hebben met een uithuisplaatsing. Ook voor hen is de overheid die onneembare vesting. Dat je onafhankelijke ondersteuning nodig hebt om door het systeem te dringen, geeft te denken. Die duizendste aanmelding zegt mij dus ook dat het systeem zich tegen jou kan keren en dat je alleen met onafhankelijke ondersteuning eruit kunt klimmen. Ondersteuning die eigenlijk niet afhankelijk zou moeten zijn van het feit of je wel of niet gedupeerd bent.

Het Ondersteuningsteam is in 2022 opgericht toen bleek dat veel toeslagenouders ook te maken hebben gehad met een uithuisplaatsing. Het Ondersteuningsteam is een apart team dat onderdeel uitmaakt van de hersteloperatie die is gestart voor ouders die gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire.

Bekijk ook het artikel ‘Ik kom niet voor jouw problemen, ik kom voor jou

Ontdek meer

Volledig overzicht bekijken?