Hulp is niet altijd helpend, veranderen bleek mogelijk

Ondersteuningsteam

Delen op Social Media

Leestijd: 7 min.

Zo werd twijfel een breekijzer

Ouders in intense armoede en met een enorm wantrouwen jegens de overheid. Goedbedoelde hulpverlening die niet leidde tot positieve veranderingen. Wettelijke kaders die de terugplaatsing van een uit huis geplaatst kind bijna onmogelijk maakten. Toen Het Ondersteuningsteam startte aan haar opdracht voor contactherstel tussen gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire en hun uithuisgeplaatste kinderen, wisten zij als geen ander: dit wordt heel ingewikkeld. Het moet anders, maar hoe? Teammanager Nicoline den Ouden en adviseur José Vianen vertellen hoe die twijfel in de beginperiode helpend bleek om doorbraken te forceren.

Waarom is twijfel helpend? Een gereedschap zelfs?

Nicoline den Ouden: “Dit team werd onder hoge politieke druk opgericht. De verontwaardiging was groot en de wens vaak luid en duidelijk: alle kinderen die bij gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire uit huis waren geplaatst, moesten naar huis. Die wens zette ons direct op scherp. We snapten de wens, maar kenden ook als geen ander de hoeken en gaten van het jeugdrecht en ook de praktijk. Iedereen met kennis van zaken wist dat het punt van quick fixes bij deze ouders was gepasseerd. En was het wel ieders wens? Werd ieders stem in deze publieke verontwaardiging voldoende gehoord? Hoe doen we recht aan ieders behoeften? ”

Die twijfel was dus niet zomaar een houding. Wel: een oprechte erkenning hoe lastig het was om te starten met deze opdracht.

José Vianen. “Jazeker. ‘We weten het niet en wij hebben en zijn niet dé oplossing’, die houding was noodzakelijk om te kunnen starten in deze opdracht. Zo konden we onze werkwijze ontwikkelen en zien wat onze toegevoegde waarde is. Maar nog belangrijker was dat we op die manier kritisch bleven kijken naar onze samenwerking met ouders, kinderen en ook onze partners in de keten.”

Was de situatie van de ouders fundamenteel anders geworden door de toeslagenaffaire?

Nicoline den Ouden: “Ja. We vergeten het soms, omdat de toeslagenaffaire alweer naar de achtergrond aan het verdwijnen is. Maar deze gedupeerde ouders waren door de toeslagenaffaire ten onrechte aangemerkt als fraudeur. Ze waren in een vicieuze cirkel terechtgekomen van schulden, stress en armoede. Daarnaast hadden zij een uithuisplaatsing meegemaakt met hun kind of kinderen. Bij sommige ouders was jeugdzorg al betrokken voordat de toeslagenaffaire speelde. Daar kwam dit bovenop. Al kennen we nu ook genoeg ouders waarbij dat niet zo was; zij hadden een leven zoals jij en ik. Maar ook hun problemen werd mede veroorzaakt door een overheid die hen had opgejaagd. Zoveel stress is toxisch en ongezond. De druk dat zij ondersteuning moesten krijgen, was dus niet meer dan rechtvaardig.”

Toch wisten jullie vanuit alle ervaring hoe je ouders ondersteunt die te maken hebben met een uithuisplaatsing. Hoezo dan toch die twijfel?

Nicoline den Ouden: “Armoede, schulden en veel stress zijn, hoe vreselijk ook, op zich geen reden voor uithuisplaatsing. Dus er speelde veel meer bij deze ouders. De problemen die zij hadden, en hebben, zijn omvangrijk, complex en uiteenlopend. Ze zijn getraumatiseerd. En ja, dat had effect op de opvoeding van hun kinderen en daarmee op de ontwikkeling van de kinderen. Sommige kinderen woonden al jaren in een pleeggezin of bij familie. Sommigen waren inmiddels meerderjarig. Contactherstel? Terugplaatsing? Hoe dan?”

De druk om het goed en snel op te lossen speelde dus hoog op. Dan lijkt twijfelen aan de haalbaarheid niet handig.

Nicoline den Ouden: “Klopt. Wij zeiden tegen elkaar: ‘Verdorie, we zouden er niet eens móéten zijn. Maar nu we er toch zijn, gaan we onderzoeken hoe we zo goed mogelijk aan kunnen sluiten bij de wens van deze ouders.’ We startten dus met zowel kennis en ambitie als een enorme lading bescheidenheid. We bouwden de brug terwijl we eroverheen gingen. Want we wisten hoe het stelsel is georganiseerd, kenden de consequenties van de aanvaardbare termijn, wisten het belang van family life in pleeggezinnen en begrepen dat onze komst, hoe goed bedoeld ook, zorgde voor nieuwe onrust. We werden aan de voorkant aan de lat gezet voor een ingewikkeld probleem, terwijl we niet alwetend waren en dé oplossing niet hadden. En maar beter ook. Want als ik iets heb geleerd van deze ouders, is dat ‘onze’ oplossing niet per definitie helpend is voor het probleem van een ander.”

Daar komt bij dat deze ouders een heel diep wantrouwen hadden jegens alles en iedereen van de jeugdzorg, dus ook het Ondersteuningsteam.

José Vianen: “Klopt; hoe gingen we überhaupt hun vertrouwen winnen zodat we konden starten? Hoe konden we ouders die al tegen zoveel muren zijn aangebotst, wél ondersteunen? Dus vragen stellen, twijfelen: het zat er vanaf het begin in, om samen met ouders en andere partijen uit te zoeken wat er nodig is en wat er werkt.:

Hoe ziet die onderzoekende houding er in de praktijk uit bij ouders?

Nicoline den Ouden: “Vragen stellen. Wat is je overkomen? En wat heb je dan nu nodig? Dan zie je pas echt hoe perspectieven en dossiers soms niet aansluiten op het verhaal van de ouders. We moesten in actie komen door te luisteren, te proberen en door elkaar vast te houden als het fout ging. Die open houding bleek ook de enige grondhouding te zijn die werkte naar de ouders: ‘Ik kom om te helpen, maar ik weet nog niet hoe. En toch ga ik ongelooflijk mijn best doen’. Die kwetsbaarheid creëerde ruimte naar alle kanten, ook naar ketenpartners en onze opdrachtgevers. En natuurlijk ook naar de betrokken kinderen. Zij verdienen het ook dat er met grote zorgvuldigheid met hen wordt omgegaan.

Veel van de ouders die jullie ondersteunen kregen al hulp. Maar die hulp was vaak niet helpend, zo bleek.

José Vianen: “Dat klopt. Dat hulp niet altijd helpend is, was een harde les. Als je de dossiers van deze ouders uitpluist, zie je hoe ze door allerlei hoepels van instanties moesten springen. Zij bepalen wat het probleem is van deze ouders en kinderen en hoe je dat hoort op te lossen. Maar hoezo is die blik en die hoepel bepalend? Kunnen we ook werken met oplossingen die ouders en kinderen zelf bedenken? Hulp is pas hulp als het al hulp wordt ervaren, is een van de inzichten die we nu uitdragen. Hulp wordt pas effectief als je je eigen mening loslaat en uitgaat wat die ander wil en nodig heeft. Die meebewegende houding was van meet af aan nodig om voor deze ouders het verschil te maken.”

Het Ondersteuningsteam helpt alleen ouders die gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire. Er zijn meer ouders te maken hebben met een uithuisplaatsing. Is er een verschil tussen deze twee groepen?

Nicoline den Ouden: “Ja en nee. Voor elke ouder en kind die te maken heeft met een uithuisplaatsing is dat traumatiserend. Het verschil met de groep gedupeerde ouders is dat zij jarenlang zijn aangevallen door de overheid. Een overheid die je juist moet beschermen. Ik heb vaak gedacht; in wat voor land leven we eigenlijk?  Ook mijn eigen ideeën en overtuigingen stonden dus op hun grondvesten te trillen als ik hoorde in welke ellende deze ouders waren gestort. Ik weet dat mensen en gezinnen veerkrachtig zijn, maar er was en is bij deze ouders ontzettend veel schade aangericht.”

Waren jullie opgelucht toen het bij de eerste ouders lukte om contact met hun kind te herstellen of een terugplaatsing te realiseren?

José Vianen: “Ja! Sommige ouders kregen de voogdij over hun kinderen terug. Er zijn kinderen weer naar huis gekeerd. We hebben nieuwe uithuisplaatsingen weten te voorkomen. Daardoor ontdekten we dat als je samenwerkt met ouders en ketenpartners je wél doorbraken kunt forceren. Wat die momenten kenmerkt is dat men openstond voor andere inzichten en nieuwe kansen grepen als de thuissituatie verbeterde. Met elkaar kregen we lucht geklopt in processen die vastzaten. En ja, dat is dan toch weer de kracht van twijfel.”

Twijfel werkte dus als breekijzer?

Nicoline den Ouden: “Ja. Gedeeld ouderschap is een mooie vorm die we ontdekten met elkaar; het systeem en de processen zo inrichten dat zowel pleegouders als biologische ouders samen voor kinderen kunnen zorgen. Drie jaar geleden kon ik niet vermoeden dat we dit soort oplossingen met elkaar voor elkaar zouden krijgen. Het sterkte mijn vertrouwen in de collega’s in de keten. Er zijn genoeg collega’s die ook anders willen denken en doen. Die zich ook opgesloten voelen in een systeem wat niet voor maar tegen hen werkt.”

Het Ondersteuningsteam presenteert zes inzichten om een doorbraak te forceren. De inzichten gaan onder andere over samenwerken, luisteren en je perspectief wisselen. Wie negatief is, zal zeggen: open deuren …

José Vianen: “Veel zaken lijken no brainers en open deuren. Maar veranderen is niet makkelijk, anders zou het allang anders gaan. Zo komen we nog steeds bij ouders waar meer dan tien professionals betrokken zijn en hen totaal tegenstelde opdrachten geven. Dus als je vindt dat dit open deuren zijn? Ga op onderzoek waarom het dan toch is zoals het is.”

Zijn deze inzichten ook helpend voor organisaties?

José Vianen: “Ja, Het is juist als organisatie belangrijk om te reflecteren naar de breedte van je opdracht. En ook voor ons als samenleving: hoe kan het voor meer mensen weer gaan voelen als ‘samen’. Een van de inzichten is daarom: Ik ga er niet over, maar samen gaan we er wel over. Niemand is alwetend, maar samen hebben we veel kennis. Laten we met elkaar onderzoeken wat er werkt. ”

Toch klinkt een pleidooi voor meer twijfel, niet per se als heel daadkrachtig statement ….

Nicoline den Ouden: “Ik vind toegeven dat je iets niet zeker weet dus wel enorm dapper. In de jeugdzorg wordt gewerkt met duivelse dilemma’s. Soms is een kind thuis niet veilig, maar een uithuisplaatsing is dat ook niet. Dat brengt andere vormen van schade. Bij het nemen van zulke heftige besluiten wil je niet twijfelen, dat voelt ongemakkelijk, je wilt het wéten, je móét het weten, want je kunt het maar een keer doen. Probeer dan maar eens twijfel en kwetsbaarheid toe te laten. Dat is lastig en gaat niet vanzelf. Daar heb je een veilige en uitnodigende sfeer voor nodig. In Het Ondersteuningsteam creëerden we een sfeer om juist dat toe te laten wat zo ongemakkelijk voelt.”

Wat zou je de jeugdzorg willen meegeven met de kennis van het OT?

Nicoline den Ouden “Met de allerbeste bedoelingen doen we niet per se het juiste. Lang heb ikzelf gedacht: ik ben toch oké, ik bedoel het toch goed? Maar met al je goede bedoelingen luister je dan toch niet meer wat een ander zegt. Ik heb dus meer de ander leren ontmoeten daar waar hij of zij is. Niet waar ik wil dat diegene moet zijn. Dat doe je door vragen te stellen; aan de ander maar ook aan jezelf.

En wat te doen met dichte deuren?

Nicoline den Ouden (lachend): “Ga op zoek naar een raam en zet dat open!”

Lees hier de publicatie Twijfel als krachtig gereedschap voor doorbraken:


Meer weten over Het Ondersteuningsteam? Klik hier

Bekijk meer artikelen

Ontdek meer

Volledig overzicht bekijken?