In gesprek met Barbara van Bree, Wmo-consulent bij Factum

face-2029342_640

Barbara van Bree is onlangs gestart als Wmo-consulent bij Factum, een advies- en detacheringsbureau in de Wmo en Jeugdwet. Hoe zet zij een goede maatwerkvoorziening neer voor de klant, en wat is haar visie op de huidige ontwikkelingen in het Wmo-domein? Wij vroegen het haar.

Waarom ben je als Wmo-consulent bij Factum begonnen?Ik was op zoek naar een nieuwe uitdaging. Eerder heb ik in Westland met iemand van Factum gewerkt, de naam was blijven hangen.

Wat zijn je eerste indrukken van het Wmo-domein?Die had ik al eerder. Ik mag deze wet al sinds 1997 (toen nog de Wvg) uitvoeren. Ik heb ook erg lang de Bijstandswet uitgevoerd, de tegenwoordige Participatiewet. Dit voelde steeds meer als productiewerk, terwijl de Wmo voor mij steeds meer voor mij een smoel begon te krijgen.

Hoe kan ik, in dit individuele specifieke geval, de juiste maatwerkvoorziening neerzetten voor deze klant? Ik kan zeggen dat vooral de moeilijkere casussen, of de casussen die makkelijk lijken maar toch uiteindelijk erg uitdagend zijn, mijn voorkeur hebben. Ik vind het heerlijk om een dossier helemaal uit te pluizen. Hoe moeilijker hoe beter. Ik probeer dan de juiste poppetjes te vinden en de juiste zorg voor de klant. Ik ben ook zeker bereid om een tandje bij te zetten als mijn hulp gevraagd wordt bij bijvoorbeeld een crisissituatie. Ik merk dat ik, door mijn ruime ervaring, heel snel in een helikopterview de situatie kan overzien en kan schakelen. Mijn (keten)partners, maar ook mijn Wmo-klanten zijn erg blij met de manier waarop ik met ze mee probeer te denken. Het goed doen vind ik erg belangrijk in mijn werk. Dus meer als het nodig is en minder als het moet.

Welke uitdagingen zie je als Wmo-consulent?Het juiste te blijven doen binnen de regels van wet- en regelgeving. Ik ben wel iemand die liever naar de geest dan naar de letter van de wet handelt.

Hoe ziet je dag eruit?Gelet op de coronacrisis werk ik de maandagen op kantoor. Deze dag kenmerkt zich in het versturen en verwerken van dossiers. Vaak heb ik ook even overleg, in persoon, met mijn toetser. Aansluitend plan ik op de maandagen vaak een huisbezoek voor casussen die ik niet telefonisch kan doen. Complexe woningaanpassingen vragen toch vaak een huisbezoek, waar ik dan ook vaak met foto’s de situatie ter plaatse in beeld breng voor mijn dossier.

Dinsdag tot en met vrijdag werk ik momenteel thuis. Ik wissel mijn telefonische indicaties af met het uitwerken van eerdere gesprekken en de afgelegde huisbezoeken. Ik kan door het thuiswerken zelf plannen. Ik ervaar dit als een enorme vrijheid. Liefst begin ik zo vroeg mogelijk, dan ben ik op mijn best (ik ben een echt ochtendmens), waardoor het rapporteren vaak in een prettig flow gebeurd.

Heel af en toe is er een Microsoft Teams-vergadering gepland. Daarnaast biedt mijn huidige opdrachtgever momenteel een vitaliteitsprogramma aan, wat je thuis achter je computer kan volgen met diverse interessante thema’s zoals focus en afleiding, en samenwerken op afstand. Ik bekijk ook vaak webinars om mijn kennis te vergroten. Door de coronacrisis worden die vaker aangeboden en deze verbreden mijn horizon enorm.

Wat hoopt je in deze functie bij te dragen aan de maatschappelijke ondersteuning?
Het goede te doen. Op een goede manier mijn werk doen, betekent voor mij een goed onderbouwd besluit nemen. Dit kan ook een goed gefundeerde ‘nee’ betekenen. Een vraag om een voorziening leidt niet noodzakelijkerwijs altijd naar een oplossing die de klant wenst. Ik probeer binnen de wet- en regelgeving en rekening houdend met de gemeentelijke regelgeving mijn weg te zoeken. Daarnaast is de oplossing die de klant voor ogen heeft niet altijd de oplossing voor het probleem.

Ik ervaar het een voorrecht om samen met mijn klant in oprechte interesse te luisteren naar datgene wat echt gevraagd wordt. De klant mee te nemen in wat er allemaal wel en ook niet mogelijk is: “Heeft u wel eens gedacht aan…”. Goede dienstverlening is het tijdig signaleren en ook doorverwijzen als de gemeente/Wmo niets voor de klant kan betekenen. Dit kan zijn doordat het niet onder de Wmo valt of doordat de klant niet weet wat er allemaal mogelijk is/te koop is. Door oprecht te luisteren en door te vragen voelt de klant zich gehoord en kan je dus ook met goed fatsoen een ‘nee’ verkopen. Er is doorgaans geen discussie in de gesprekken over de beperkingen die men ervaart, maar wel hoe deze het beste op te lossen.Mensen kunnen vaak verbaasd zijn over wat ze zelf nog kunnen, door net op een andere manier tegen het een en ander aan te kijken.

Wat is jouw visie op de huidige ontwikkelingen in de Wmo?
Ik merk dat, gelet op veel gemeentelijk beleid, eigen kracht nogal een ondergesneeuwd fenomeen lijkt te worden. Dit komt naar mijn mening door het abonnementstarief. Hierdoor gaan mensen met een inkomen rond anderhalf keer modaal en hoger makkelijker naar de gemeente dan dit binnen eigen kracht op te lossen. Dit is (ver)storend voor het Wmo-budget van de gemeente, maar ook voor de hoeveelheid werk. Waar men eerder zelf naar oplossingen zocht, is de stap naar de gemeente nu te snel gezet. Daarnaast merk ik bijvoorbeeld dat ook het primaat van verhuizen slecht toepasbaar is. Dit heeft te maken met de voorraad gelijkvloerse woningen, weinig doorstroom en het blijven zitten in de huidige woning. Ook hier zie ik te vaak dat men tot het laatste moment het erop aan laat komen, in plaats van na te denken over de volgende levensfase en wat beperkingen betekenen voor het gebruik van je huidige woning (en wat je daar dan zelf aan kan doen!).

Wat zijn de belangrijkste thema’s waar je je de komende tijd mee bezig gaat houden?
Ik vind zelf de casussen met multiproblematiek erg interessant en merk dat ik me graag vastbijt in lastige en complexe zaken. Ik probeer het kaf van het koren te scheiden, recht te doen aan de geest van de wet en te kijken naar het individueel specifieke geval van de cliënt.

Het geeft me erg veel voldoening om een grote casussen als een Ravenburg-puzzel van 10.000 stukjes een voor een te duiden en uiteindelijk het laatste stukje in de puzzel te plaatsen. Het mooiste is natuurlijk als zowel de klant als ikzelf blij zijn met het eindresultaat.

Als je niet in dit domein werkzaam was, welk beroep had je dan het liefst beoefend?
Politieagente. Ik heb daar ooit op gesolliciteerd, maar ik werd helaas uitgeloot. Daarna ben ik per toeval in het sociaal domein terecht gekomen.

Wie of wat inspireert je en waarom?
Dit heeft niet zo zeer te maken met mijn werk, maar ik lees graag boeken van Eckart Tolle, zoals Leven en In het nu. Niet bezig zijn met gisteren en morgen, want die zijn er nog niet. Leef je beste JIJ vandaag.

Welk boek/welke film raad je iedereen aan?
Ik ben helemaal verslaafd aan de boeken van Tess Gerritsen en James Patterson. Ik houd bijzondere graag van politiethrillers: Who Dunnit. Qua film is en blijft het al enige tijd The Fifth Element. Deze film blinkt, na jaren, nog uit in kleur, verhaal en ongelofelijk weldoordachte details. Elke keer als ik weer kijk ontdek ik nieuwe en grappige dingen.

Meer weten? Lees verder over Factum Advies.

bron: Zorg&Sociaalweb

https://www.sociaalweb.nl/nieuws/in-gesprek-met-barbara-van-bree-wmo-consulent-bij-factum

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *