‘Als je met 10-0 achterstand begint, is hogerop komen geen klim op een ladder. Het is een tunnel waarin je moet blijven kruipen’

tunnel-336693_1280

Als adviseur voor de overheid stelde Tim ’S Jongers een boek samen met verhalen van mensen voor wie elke dag een strijd is om te overleven. Wat hij voor zich hield, was dat ook hij opgroeide in grote armoede en onzekerheid. En hij weet hoe moeilijk het is om daaruit te komen.

Tim ’S Jongers (39) werkt voor de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, een invloedrijk adviesorgaan van de Nederlandse regering, en daar schrijft hij over de gevolgen van de kloof tussen arm en rijk. Zo gaan armen zes jaar eerder dood en leven ze vijftien jaar korter in goede gezondheid dan rijken. Belangrijk werk, maar het kan ook wringen.

‘Ik ergerde me gek aan de analyses, de abstracte discussies, de cijfertjes, de focusnotities en de vragen over welke richting we zouden uitgaan. De mensen over wie het gaat, kwamen amper ter sprake.’

Armoede is een verhullende term, vindt ’S Jongers. Het lijden dat ermee gepaard gaat, het noodgedwongen leven in de overlevingsstand, de stress die de keuze tussen brood of nieuwe schoenen met zich meebrengt, daar zijn nauwelijks woorden voor. Om daar verandering in te brengen, deed ’S Jongers tijdens een avond bier drinken met een collega een wild voorstel.

‘Ik vond dat wij als Raad, gewoon bam, met een foto en een verhaal, moesten laten inzien wat een onzeker bestaan inhoudt. Geen advies, geen conclusies, maar gewoon luisteren naar de mensen om wie het gaat. Dat dit als een innovatief concept wordt beschouwd, laat zien in wat voor krom systeem we terecht zijn gekomen.’

’S Jongers’ collega’s en de raadsleden Jet Bussemaker en Pieter Hilhorst waren snel van zijn plan overtuigd. In het onlangs verschenen boek Gezichten van een onzeker bestaan laat ’S Jongers vijftien mensen aan het woord voor wie elke dag een strijd om te overleven is. Vaak worden ze vermalen door een overheid die zich niet bekommert om pure pech of een verkeerde beslissing.

De grootste winst van het boek, zegt ’S Jongers, is dat een overheidsproduct mensen stil heeft gekregen. ‘Ik heb reacties gehad van mensen die zeiden dat het boek hen had gedwongen tot reflectie, tot een pas op de plaats.’

Wat ’S Jongers zijn collega’s toen nog niet had verteld: hij had ook zijn eigen levensverhaal kunnen optekenen. Hij vertelt het hier alsnog, onder het systeemplafond van het ministerie van Volksgezondheid, waar de adviesraad is gehuisvest. Soms met trillende stem, maar bovenal vastberaden doet hij één keer zijn verhaal, ondersteund door talloze documenten. Om woorden te geven aan het lijden van de mensen over wie hij adviezen schrijft.

‘Ik ben opgegroeid ten zuidoosten van Antwerpen. Nog voor mijn eerste verjaardag scheidden mijn ouders. Het werd een vechtscheiding, een oorlog die mijn hele jeugd zou duren. Ik groeide op bij mijn moeder, een vrouw met weinig sociaal en cultureel kapitaal.

‘Het betekende bestaansonzekerheid to the fullest. Niets, helemaal niets, verliep zoals het normaal gesproken zou moeten verlopen. Pas als de bijstand was gestort, was er geld om nieuwe schoenen te kopen en dus naar school te kunnen. Zonder schoenen bleef ik thuis. Frikandellen waren lang het standaard-avondeten. Of vissticks.

‘Vanaf mijn 8ste – mijn moeder was inmiddels hertrouwd met een aan alcohol verslaafde man – heb ik voor mijn jongere zusje moeten zorgen. Eten geven, luiers verschonen. Ik heb als kind altijd gevoeld, en daar denk ik nu nog zo over, dat zij waarschijnlijk niet meer zou hebben geleefd als ik dat niet had gedaan. Dat klinkt dramatisch, maar vanuit het kindperspectief weet je niet beter, dat is gewoon je wereld.

‘Inmiddels waren er vier kinderen in het gezin en volgde er een nieuwe scheiding. Vanaf dat moment werd de armoede extreem. Huisjes van 40 vierkante meter. Een douche was er niet, de wc was een gat in de tuin. Het is amper in te beelden in de jaren negentig. Het ging goed met de wereld, maar niet met ons.

‘Aan het eind van de basisschool heb ik mijn eerste baantje genomen: hondenhokken schoonmaken bij fokkers. Ik was de kleinste van de klas, dus ik kon handig rechtop staan in die hokken van Deense doggen. Ik verdiende er 2,5 tot 3 euro per avond mee.’

U werd uitgebuit?

‘Een kind in armoede is als een vogel voor de kat in een wereld vol tijgers. Voor ouders in armoede zijn er veel noden, en als je kind kan helpen, waarom zou je dat kind dan niet inzetten? Dat is wat de overlevingsstand betekent, je doet alles om te overleven.

‘Ik ben altijd een slimme leerling geweest, hoewel er thuis nooit aandacht voor school was. Na groep 8 mocht ik naar het vwo. Dat ging faliekant fout. De kinderen daar spraken een andere taal, kwamen uit een andere wereld. Het verschil tussen een opvoeding en de overlevingsstand, zo zie ik dat.

‘Al na enkele weken werd het praktijkonderwijs en toen is het echt fout gelopen. Een combinatie van mijn verveling, de omgang met mensen die wel uit mijn milieu kwamen en het volledige ontbreken van stabiliteit thuis. Ik ging naast mijn krantenronde crimineel gedrag vertonen. Dingetjes doen die geld konden opleveren voor het gezin.

‘Dat is twee jaar lang heel fout gegaan. In Gezichten van een onzeker bestaan zegt een jonge vrouw dat ze niet goed was in goed zijn, en daarom maar goed werd in slecht zijn. Ik denk dat dat de perfecte samenvatting is.

‘Het hoort ook bij je stigma: je komt uit die familie, je hygiëne is niet op orde, vriendjes thuis uitnodigen is niet mogelijk, je schaamt je kapot. Je weet ook niet hoe je je moet gedragen in de samenleving. Ik ben meerdere keren van school gestuurd.

‘Toen gebeurden er twee belangrijke dingen: mijn broer kwam na overmatig drugsgebruik in een afkickkliniek terecht en later in een jeugdgevangenis. En mijn moeder kreeg een nieuwe vriend. Hij heeft me bij mijn nekvel gepakt en gezegd: er zit bij jou veel in, maar dat gaat er op deze manier nooit uit komen. Door mijn trackrecord was ik niet meer welkom op scholen in de regio. Hij is toen gaan onderhandelen, of ik niet een jaar opnieuw kon doen op een hoger niveau.

‘Soms zijn er van die kleine, simpele gebeurtenissen in het leven die allesbepalend zijn, zonder dat je het op het moment zelf doorhebt. Zoals mijn herexamen op mijn laatste school op een lager niveau. Ik had een voldoende nodig. Het was iets met techniek, dat me totaal niet interesseerde. De leraar heeft toen met mij het examen ingevuld. Had hij dat niet gedaan, dan had ik het echt niet gehaald en was ik nooit een niveau hoger gekomen.’

Tekst door: Michiel van der Geest

Meer over dit onderwerp te weten willen komen klik dan op onderstaande link of beluister de podcast die ook op onze site te vinden is.

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/als-je-met-10-0-achterstand-begint-is-hogerop-komen-geen-klim-op-een-ladder-het-is-een-tunnel-waarin-je-moet-blijven-kruipen~b41eb81b/?

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *