Getuige zijn van huiselijk geweld is net zo traumatiserend als zelf het slachtoffer zijn

to-walk-2985198_1280

Geweld ondergaan is vaak traumatiserend. Maar een klimaat van onveiligheid zorgt voor een voortdurende stroom van kleine trauma’s (microtrauma’s). Die tellen door de jaren heen op en veroorzaken psychische problemen, die we ‘negatieve emotionaliteit’ noemen: angst, wantrouwen, depressie en een laag zelfbeeld. In een net verschenen onderzoek naar de effecten van geweld binnen de familie op broertjes en zusjes die zelf niet het slachtoffer waren bleek dat de effecten van die microtrauma’s net zo verwoestend waren als trauma’s met een grote ‘T’ voor het slachtoffer. Een snelle oplossing zoals overheidsdwang is zelden het antwoord. Het recente rapport van de RSJ (Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming) pleit voor diepgravend onderzoek bij de jeugdbescherming en beter luisteren.

Er is inmiddels veel bewijs dat opgroeien in een onveilige omgeving leidt tot problemen later. Verwaarlozing, misbruik en mishandeling veroorzaken Negatieve Jeugdervaringen (Adverse Childhood Situations of ‘ACES’, Mc Laughlin, 2017) (1). Die werken lang door in iemands leven; Mc Laughlin heeft het over de ‘lange schaduw’. Opgroeien in een onveilige omgeving kan trouwens niet alleen in een onveilig gezin, maar ook door uit huis te worden geplaatst en van pleeggezin naar instelling te moeten zwerven, iets wat in de 2-Doc ‘Alicia’ wordt getoond. (2) Er is tegenwoordig meer aandacht voor de effecten van deze negatieve jeugdervaringen. (3)

Uit onderzoek (4) blijkt dat die ‘schaduw’ zowel gaat over negatieve emotionaliteit als over agressief gedrag. Tot nu toe was die aandacht vooral gericht op de ‘slachtoffers’ van dat geweld. Maar uit nieuw onderzoek blijkt dat ook de overige familieleden ernstige psychische problemen overhouden aan een onveilig klimaat.

In het tijdschrift ‘Child Abuse and neglect (5)’ doen Amerikaanse onderzoekers verslag van een onderzoek onder meer dan 7000 kinderen tussen de nul en 17 jaar. Ze bekeken of er sprake was van een gewelddadig klimaat in het gezin en ze onderzochten de andere kinderen, de getuigen op herhaalde microtrauma’s. Het meeste geweld kwam van vaders (70%). Als gevolg daarvan bleken niet alleen de slachtoffers maar ook de andere kinderen die negatieve emotionaliteit te hebben ontwikkeld, vooral boosheid, angst en depressie. Die kunnen in de adolescentie zich bij gevoelige kinderen verder ontwikkelen tot zelfbeschadiging, suïcidaliteit en eetproblemen.

De oorzaken hiervan zijn inmiddels ook neurobiologisch en psychologisch onderzocht. Het gaat dan om een verandering van het stress-systeem (6) (‘altijd op je hoede zijn’) en bijbehorend wantrouwen naar alles en iedereen (‘negatieve sociale informatieverwerking’). (7)

Wat te doen?

  1. Geen quick fix. In de eerste plaats moeten we beginnen met te erkennen dat er geen snelle/eenvoudige oplossing (‘quick fix’) bestaat, Want het gaat om een naar probleem (‘Wicked Problem’). (8) Het is een zoektocht, waarvoor de jeugdbescherming voldoende kennis en middelen moet hebben.
  2. Geen geweld. Soms moeten we accepteren dat er momenteel geen snelle oplossing bestaat, maar we er wel naar kunnen gaan zoeken. Op het moment dat we blijven volhouden dat juridisch- en staatsgeweld de oplossing zijn komen we niet verder. Want geweld met geweld en nog meer dwang op te lossen zoals een uithuisplaatsing, doet alleen maar een schepje bovenop het al ontregelde stressysteem van het kind en de negatieve sociale informatieverwerking. We gooien daarmee olie op het vuur. Dat begrijpt de Jeugdbescherming in Nederland nog niet, gezien de vele uithuisplaatsingen. (9)
  3. Onderzoek. Ten derde is het daarom van belang heel grondig onderzoek te doen naar wat er feitelijk mis is. Want veel situaties van verwaarlozing, misbruik en mishandeling hebben geen eenduidige oorzaak of ‘schuldige’ (hoe verleidelijk ook voor de jeugdbescherming en de Raad voor de Kinderbescherming). In veel gevallen gaat het om een soort ‘ui’ met heel veel probleemschillen. Wanneer we alleen de buitenste schil zien (denkfout van ‘’what you see is all there is’) kleunen we mis. Luisteren naar het systeem zoals de RSJ (Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming) in een vorige week verschenen belangrijk advies aangaf (10) is het noodzakelijk om meer schillen te leren kennen.
  4. Flexibiliteit. Ten vierde is de oplossing nooit de oplossing, zoals uit het onderzoek naar nare problemen blijkt. Het gaat erom zoals de monteur van mijn verwarmingsketel probeerde stapje voor stapje het probleem te localiseren, zonder meteen te roepen dat de ketel vervangen moest worden (radicaal uit huis plaatsen). Soms werkt een goed bedachte oplossing of interventie uit de catalogus van het NJI niet en moeten we kijken naar een andere. En daarbij moeten we niet de ouders of de kinderen de schuld geven.
  5. Tot slot is het belangrijk dat we niet voor alles een oplossing hebben, maar dat steeds meer dwang leidt tot nog grotere schade.

Mijn motto in de jeugdzorg is daarom: ‘doe als eerste geen schade’.

Tekst door: Peer van der Helm

https://www.sociaalweb.nl/blogs/getuige-zijn-van-huiselijk-geweld-is-net-zo-traumatiserend-als-zelf-het-slachtoffer-zijn

Afbeelding van Sofia Cristina Córdova Valladares via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *