Hulp bij opvoeden helpt, maar niet bij iedereen

kids-2985782__340

Hulp bij opvoeden helpt ook op de langere termijn, maar sommige ouders profiteren daar meer van dan anderen. Dit blijkt uit onderzoek van orthopedagoog Jolien van Aar. 

Van Aar promoveerde vorige week aan de Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek naar de effecten op de langere termijn van opvoedinterventies bij kinderen in de leeftijd tussen de 4 en 8 jaar.Advertentie Albert HeijnHoe kunstmatige intelligentie straks voedselverspilling tegengaat

Sommige kinderen laten meer dwars en opstandig gedrag zien dan anderen, vooral tegen de ouders. Van Aar: ‘Zoals schreeuwen, schelden, slaan, schoppen of woede-uitbarstingen. Overal tegenin gaan. Steeds grenzen opzoeken.’

Omdat dit gedrag zich kan ontwikkelen tot een gedragsstoornis, schooluitval en delinquentie, bestaan er tal van hulpprogramma’s in Nederland. De onderzoeksgroep preventieve jeugdhulp aan de UvA, waar Van Aar werkzaam was, bekijkt onder meer de effectiviteit van dergelijke hulp.

Van Aar analyseerde veertig eerdere studies. Daaruit blijkt dat deze zogeheten opvoedinterventies op de korte termijn, direct na de cursus, een positief effect hebben. Ook op de lange termijn – variërend van een maand tot drie jaar – blijft dit effect bestaan. De ouders die op cursus gingen houden kortom een voorsprong op de ouders die dat niet deden.

Welke gezinnen profiteren het meest? Van Aar bestudeerde 387 gezinnen die drie jaar geleden meededen aan de opvoedinterventie Incredible Years. Ze koos voor deze cursus, omdat hij van alle beschikbare cursussen in Nederland als één van de beste uit de bus komt qua bewezen effectiviteit volgens jeugdinstituut NJI.

Drie jaar

Zij ontdekte dat het positieve effect – de kinderen vertonen minder dwars en opstandig gedrag – van de cursus na drie jaar nog altijd aanwezig is. Ook ontdekte ze dat het effect veruit het sterkst aanwezig is bij ouders die op een bepaalde manier reageren op hun kinderen, namelijk: hard én inconsequent.

Eén van de belangrijkste factoren voor het in stand houden van dwars en opstandig gedrag is het opvoedgedrag van ouders, legt Van Aar uit. Als ouders hard en inconsistent reageren kan zich een patroon ontwikkelen waarin ouders en kinderen elkaar verder verstreken in boos en dwingend gedrag.

Denk aan: stem verheffen, afwijzen, onevenredig straffen, weinig uitleg geven, knijpen of slaan. Van Aar: ‘Als een kind opstandig doet en je gaat er zelf hard overheen, geef je het verkeerde voorbeeld. Het kind zal denken: als je iets gedaan wilt krijgen moet je dus nog harder schreeuwen. En met inconsistent zijn – geregeld toegeven –bekrachtig je het ongewenste gedrag. Dan weet het kind: soms werkt mijn gedrag wel om mijn zin te krijgen.’

Van Aar concludeert dat je niet zomaar iedereen op cursus moet sturen. ‘Je moet de ouders goed selecteren. Als de opvoedstijl van de ouders bijvoorbeeld al warm en consequent is, zal de interventie weinig uithalen.’

Ianthe Sahadat20 mei 2019, 20:28 https://www.volkskrant.nl/wetenschap/hulp-bij-opvoeden-helpt-maar-niet-bij-iedereen~b334308a/

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *