Weeffouten in specialistische jeugdzorg laten zich lastig herstellen

great-wall-of-china-5483516_640

Twee nieuwe wetsvoorstellen moeten de rechtspositie en de rechtsbescherming van jeugdigen in de specialistische jeugdhulp versterken. Peer van der Helm verwacht weinig van deze poging tot wijziging van een koers die vijf jaar geleden is ingezet.Door Peer van der Helm
21 september 2020

Afgelopen periode zijn twee nieuwe wetsvoorstellen voor de specialistische jeugdhulp ter consultatie aangeboden aan het werkveld. Ze staan bol van de goede bedoelingen en moeten belangrijke weeffouten repareren, maar of ze wat uit gaan halen in de praktijk is maar de vraag. Er wordt wel gezegd dat een mammoettanker in het Kanaal vijf kilometer nodig heeft om van koers te veranderen, zo is het vaak ook bij reparatiewetgeving. Een eenmaal ingezette koers laat zich maar moeilijk veranderen. Wat zien we terug in de voorstellen?

Geen voorstel tot verbod op dwangmaatregelen

Het eerste voorstel voor de Wet rechtspositie gesloten jeugdinstellingen gaat vooral over dwangmaatregelen zoals vastbinden, afzonderen in separatie-units en isoleren (achter de kamerdeur opsluiten) in de JeugdzorgPlus, de Jeugd ggz en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJi’s). De memorie van toelichting bij het voorstel geeft aan dat uit onderzoek is gebleken dat dergelijke maatregelen in strijd zijn met de kinderrechten, verwijzend naar het proefschrift van Maria de Jong uit 2019, én schadelijk voor de behandeling, verwijzend naar het proefschrift van Sophie de Valk, ook uit 2019. Je kan je afvragen waarom in een beschaafd land als Nederland überhaupt een wet nodig is om dergelijke praktijken te verbieden, maar oké.

Groot is de teleurstelling dan ook dat er geen verbod wordt voorgesteld, maar een laffe ‘nee tenzij’. Daarmee kunnen de jongeren niet naar de rechter en er is altijd wel een ‘tenzij’ te bedenken. Weinig koersverandering dus. Nog teleurstellender is dat in het voorstel de Jeugd ggz zich nog steeds het recht voorbehoudt om deze dwangmaatregelen wel toe te passen en de JJi’s de dwangmaatregelen zelfs mogen toepassen als straf voor slecht gedrag. Voor deze uitzonderingen wordt in de memorie van toelichting geen reden gegeven.

Wet rept niet van verbetering leefklimaat in instellingen

Feitelijk is hier nauwelijks sprake van een koersverandering en mijn bezwaar is dat onhandelbare jongeren uit personeelsgebrek dan overgeplaatst worden naar plekken waar verregaande dwang wel is toegestaan. Van inzet voor een verbetering van het leefklimaat in de instellingen en daarmee terugdringen van probleemgedrag rept de wet niet.

Het gaat alleen over de rechtspositie, wat ook een gemiste kans is want jongeren in instellingen hebben toch ook recht op een positief klimaat volgens het Kinderrechtenverdrag?

Voorstel tot verbetering beschikbaarheid stuit op veel verzet

Een tweede voorstel heeft veel meer consequenties en stuit dus op nog meer weerstand in het veld. Het gaat om de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen. De wet is volgens de ministers de Jonge en Dekker bedoeld om de toegang tot en de continuïteit van de specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming te verbeteren, een lovend streven. Want bij de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn de specialistische jeugdzorg en de jeugdbescherming ‘vergeten’. Dit heeft voor beide sectoren geleid tot een sterfhuisconstructie.

De specialistische jeugdzorg die vaak bovenregionaal werkt, heeft veel moeite om het hoofd boven water te houden omdat ineens iedere gemeente ‘specialistische jeugdhulp’ biedt, ongeacht hun ervaring daarmee. Deze versnippering heeft weer tot beschikbaarheidsproblemen geleid, want specialistische jeugdhulp is duurder en gemeenten proberen het vaak eerst met lichtere hulp – stepped care in plaats van matched care.

De jeugdbescherming is met het kopje ondergaan van de Bureaus Jeugdzorg een amalgaam geworden van werkwijzen, terwijl voorafgaand aan de transitie en transformatie in 2015 juist een grote professionaliseringsslag had plaatsgevonden naar meer evidence based werken. De ene gemeente is daar wel mee doorgegaan, maar andere gemeenten hebben hun eigen wiel uitgevonden, zonder dat daar degelijk onderzoek aan ten grondslag lag. Dat heeft de positie van de jeugdbescherming op sommige plekken uitgehold en op andere plekken juist weer te dominant en risicomijdend gemaakt, bij gebrek aan goede instrumenten.

De reactie van de VNG op het voorstel was mordicus tegen: ‘onbespreekbaar’. Dat was verwacht omdat het voorstel de transitie een stukje terugdraait en de autonomie van gemeenten beperkt. Mijn verwachting is met de huidige politieke verhoudingen dat dit voorstel er waarschijnlijk niet doorkomt of wordt afgezwakt tot een halve graad koerswijziging, een gemiste kans.

Een stevige stuurman is nodig voor een echte koerswijziging

Naast deze beide pijnpunten liggen er nog een aantal zaken die de voortgang binnen het jeugdhulpdomein ernstig belemmeren. Denk bijvoorbeeld aan het uitstel van de invoering van het ‘woonplaatsbeginsel’, waarbij gemeenten van herkomst moeten opdraaien voor de kosten in plaats van de gemeente waar een gespecialiseerde instelling toevallig staat. Uitstel leidt er in toenemende mate toe dat gemeenten alleen voor hun eigen jongeren gaan bij nieuwe, innovatieve projecten – ‘eigen gemeente eerst’.

In de praktijk blijkt koersverandering lastig in een wereld vol tegenstrijdige belangen en zal er een stevige stuurman aan het roer moeten staan om daadwerkelijke verandering mogelijk te maken.

Peer van der Helm is lector Residentiële Jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden.


https://www.socialevraagstukken.nl/weeffouten-in-specialistische-jeugdzorg-laten-zich-lastig-herstellen/

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *