10 uitgangspunten voor gemeenten leerlingenvervoer

De scholen zijn weer begonnen Om gemeenten te helpen in het maken van hun afwegingen bij besluiten over de aanvragen en uitvoering van leerlingenvervoer heeft de kinderombudsman tien uitgangspunten opgesteld. Een van de uitgangspunten is dat gemeenten bij iedere aanvraag een belangenafweging maken, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van het kind. Hierbij wint de gemeente advies in bij het kind zelf, de ouders, de school en andere betrokken deskundigen.

10 uitgangspunten

1. De belangen van het kind of de groep kinderen vormen een eerste overweging, bij het opstellen van beleid, bij individuele beslissingen en bij de (aanbesteding van) de uitvoering van het leerlingenvervoer. 

2. Financiële en praktische belangen van de gemeente mogen zowel bij het beleid, als de besluitvorming als de (aanbesteding van de) uitvoering alleen vóór gaan als daar zwaarwegende argumenten voor zijn. 

3. Betrek kinderen en ouders bij het vormgeven van het beleid, het besluitvormingsproces en de uitvoering.

Beleid 

4. De verordening biedt altijd ruimte om in een individuele zaak een belangenafweging te maken en af te wijken van de standaardnorm.

5. De verordening biedt ook ruimte voor leerlingenvervoer voor andere groepen dan die genoemd worden in de Wet PO, Wet VO en WEC als dat noodzakelijk is om het kind daadwerkelijk toegang te geven tot een passende vorm van onderwijs. 

Besluitvorming bij individuele aanvraag

6. Bij iedere individuele beslissing op een aanvraag voor leerlingenvervoer wordt een belangenafweging gemaakt. Daarbij worden de belangen van het specifieke kind bepaald en afgewogen tegen andere belangen. Om de belangen van het kind te bepalen wordt in ieder geval gekeken naar:

a. De mening van het kind; 

b. De zorg, bescherming en veiligheid van het kind: op welke manier kan het kind zo veilig mogelijk op school komen? 

c. De unieke eigenschappen en kwetsbaarheid van het kind: op welke manier kan bij het vervoer hiermee het best rekening worden gehouden?

d. Het recht op gezondheid: op welke manier is het vervoer het minst belastend voor de gezondheid van het kind?

 e. Het recht op onderwijs: leidend is wat een passende vorm van onderwijs voor het kind is volgens school en/of andere deskundigen en of het kind daarvoor naar een andere school moet dan de dichtstbijzijnde. Het ontwikkelingsperspectief of een toelaatbaarheidsverklaring zijn daarbij het uitgangspunt.

7. Om een goede belangenafweging te kunnen maken, zoals genoemd onder 5, wint de gemeente advies in bij de ouders, de school en andere deskundigen die al betrokken zijn bij het kind. Advies wordt gevraagd over het type vervoer dat passend is, het aantal (en type) kinderen waarmee het kind kan samen reizen, de maximale reisduur waarmee een kind belast kan worden, de noodzaak van begeleiding, de vereiste deskundigheid van de chauffeur en een eventuele begeleider en over alle andere facetten, die nodig zijn om een goede afweging te kunnen maken. De gemeente moet zwaarwegende argumenten hebben om het advies naast zich neer te leggen. Bij een verschil van inzicht tussen ouders en gemeente wordt een onafhankelijke deskundige ingeschakeld, die vanuit de belangen van het kind advies geeft over wat voor dit kind passend vervoer is.

8. De vorm van het toegewezen leerlingenvervoer voor een kind moet praktisch uitvoerbaar zijn voor zijn/haar ouders. De inzet van ouders moet daarom in samenspraak met de ouders worden bepaald, waarbij de belangen van het kind waarvoor leerlingenvervoer is aangevraagd en de belangen van eventuele andere kinderen in het gezin een eerste overweging zijn.

Uitvoering en aanbesteding daarvan

9. Bij de (aanbesteding van de) uitvoering van aangepast vervoer (met een busje of taxi) vraagt de gemeente aan de kinderen die er gebruik van zullen maken, waar zij behoefte aan hebben. 

10. De uitvoering gebeurt op een manier die in het belang van de betrokken kinderen is en houdt onder andere – maar niet limitatief – rekening met vraagstukken als:

a. Met hoeveel andere kinderen kan een kind samen reizen?

b. Welke kinderen kunnen gezien hun zorgvraag samen reizen?

c. In hoeverre is er extra begeleiding nodig?

d. In hoeverre kan van de individuele kinderen verwacht worden, dat zij een andere opstapplaats hebben dan hun huisadres?

e. In hoeverre is het voor het kind belangrijk om na school naar een andere plek gebracht te worden dan waar het werd opgehaald?

f. Op welke manier is de continuïteit en deskundigheid van de chauffeur en eventuele begeleider gegarandeerd?

g. Welke reistijd is voor het kind redelijkerwijs acceptabel?

Zie meer informatie en het rapport van de kinderombudsman https://www.dekinderombudsman.nl/nieuws/scholen-weer-begonnen-10-uitgangspunten-voor-beter-leerlingenvervoer

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *