Jongerenparticipatie: Hoor mij, zie mij: Jongeren in de jeugdhulp

desperate-2293377__340

Eindeloos wachten, je niet gehoord voelen en niet weten wat je rechten zijn. Dit zijn bevindingen uit een onderzoek dat de gemeentelijke kinderombudsman in de regio Rotterdam deed naar ervaringen van jongeren in de jeugdhulp. ‘Ik voel mij geen mens meer, maar een pakketje dat moet worden afgeleverd.’

Socialevraagstukken: Door Stans Goudsmit
22 juli 2019

Jongeren geven aan dat zij door het wachten eenzaam raken en depressief, zoals Jessie bijvoorbeeld. Zij heeft psychische problemen. Vanwege een angststoornis durft zij het huis niet uit. De huisarts heeft haar verwezen naar een GGZ-instelling.

Na een paar weken heeft ze een kennismakingsgesprek. De instelling kan haar niet helpen en stuurt haar door. Bij de volgende GGZ-instelling moet Jessie wachten. Er is geen plek. Ze weet niet hoe lang het nog gaat duren. Tijdens het wachten krijgt ze hulp van het wijkteam. Na een paar weken stopt dat. Door alle problemen gaat ze niet meer naar school. Na een jaar wachten start eindelijk de behandeling.[1]

Wachtlijsten treffen jongeren hard

Jongeren in de regio Rotterdam moeten wachten op gespecialiseerde jeugdhulp. Wachten op onderzoek, op behandeling door een psychiater, op een plek om te wonen als dat thuis niet meer kan. Soms duurt het wachten kort, maar vaker duurt het lang: van maanden tot soms meer dan een jaar.

Met een beetje pech wachten jongeren wel vijf keer: eerst op onderzoek naar wat er aan de hand is, dan op een intake voor de behandeling, en dan op de behandeling zelf. Vallen ze uit op school en moeten ze naar het speciaal onderwijs, dan wachten ze vervolgens op de afgifte van een toelaatbaarheidsverklaring en dan nog op een plek op school. Ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn er wachtlijsten in de regio Rotterdam.

In het najaar startte ik als gemeentelijke kinderombudsman in de regio Rotterdam een onderzoek naar de wachttijden in de gespecialiseerde jeugdhulp. Ik wilde weten hoe jongeren daar zelf tegenaan kijken. Welke problemen ervaren zij, wat doet dat met hen en welke oplossingen zien zij?

Ik opende een meldpunt, interviewde jongeren en hield groepsgesprekken. Dat resulteerde in het boekje ‘Het is mijn toekomst! Waar wachten we op? Toegang tot de gespecialiseerde jeugdhulp: ervaringen en oplossingen van jongeren‘.[2] Uit al die gesprekken blijkt dat dit de drie grootste problemen zijn die jongeren ervaren: wachten, het domino-effect en zich niet gehoord voelen.

Geen mens maar een pakketje

Maarten heeft anderhalf jaar in een gesloten instelling gezeten. Hij werd daar geplaatst vanwege gedragsproblemen. Na ruim een half jaar vonden zijn behandelaars dat hij er aan toe was om naar een open instelling te gaan. Maar er was geen plek in een open instelling. Toen heeft hij nog een jaar langer in de gesloten instelling moeten wonen. Nu woont hij eindelijk in een open instelling. 

Er is in de regio Rotterdam over de volle breedte een tekort aan plekken in de gespecialiseerde jeugdhulp. Jongeren die wachten op psychologisch onderzoek of op een GGZ-behandeling krijgen tijdens het wachten maar zelden ondersteuning (overbruggingshulp). Jongeren die niet meer thuis kunnen wonen, wachten op een passende plek. Ze worden geplaatst op een plek die toevallig beschikbaar is.

Jongeren zitten daardoor langer dan nodig in een gesloten instelling, verhuizen van de ene naar de andere instelling of zitten veel te lang in de crisisopvang, totdat elders een plek vrij komt. De gesloten instelling en de crisisopvang zijn verworden tot een ‘wachtkamer’ voor een passende plek. Een meisje zei na talloze verhuizingen: ‘Ik voel mij geen mens meer, maar een pakketje dat moet worden afgeleverd.’ Jongeren geven aan dat zij door het wachten eenzaam raken en depressief.

Domino-effect door verergering problemen

Door het maandenlange wachten verergeren de problemen. Jongeren vallen uit op school en komen thuis te zitten. Thuis lopen de spanningen op. Ouders proberen hun kind zo goed mogelijk te ondersteunen en zijn ondertussen naarstig op zoek naar hulp.

Dat leidt tot overbelasting. Ouders gaan minder werken of komen in de Ziektewet terecht. Dat kan weer leiden tot financiële problemen. Het lange wachten op gespecialiseerde jeugdhulp heeft zo niet alleen een negatief effect op de jongere zelf, maar op het hele gezin.

Jongeren voelen zich niet gehoord

Vrijwel alle jongeren geven aan dat ze zich niet gehoord voelen. Er wordt door hulpverleners en jeugdbeschermers over hen gesproken in plaats van met hen. Jongeren worden niet betrokken bij belangrijke beslissingen in hun leven. Jongeren krijgen niet de informatie die ze nodig hebben om mee te kunnen praten. En jongeren krijgen niet te horen waarop ze wachten, hoe lang ze moeten wachten, en wie wat voor hen aan het regelen is.

‘Als ik naar de tandarts moet, weet ik wanneer ik aan de beurt ben. Waarom kunnen ze me nu niet vertellen hoe lang ik moet wachten? Ik zie het niet meer zitten’, zegt een van de jongeren. Jongeren (en hun ouders) hebben het gevoel er alleen voor te staan. Ze voelen zich eenzaam, gefrustreerd en boos. Jongeren niet betrekken draagt het risico in zich dat zij afhaken. Een jongen zei: ‘Ze zijn een school voor mij aan het regelen. Mij is niets gevraagd. Als ik niet mee mag praten, dan ga ik straks niet naar die school.’

Opvallend is dat jongeren unaniem zijn over wat er wel goed gaat in de gespecialiseerde jeugdhulp. Dat is die ene hulpverlener of jeugdbeschermer die er wel voor hen is. Die echt luistert en de tijd neemt. Hoe jongeren weten dat een hulpverlener echt luistert? ‘Hij stelt niet elke keer dezelfde vraag én onthield wat ik had geantwoord! Zo voelde ik mij serieus genomen.’

Oplossingen op drie niveaus[3]

Welke oplossingen zien jongeren in de regio Rotterdam voor de problemen in de gespecialiseerde jeugdhulp? Jongeren vragen: ‘Hoor mij, informeer mij en leer mij’.

Hoor mij: jongeren moeten betrokken worden bij belangrijke beslissingen in hun leven. Niet alleen omdat dat in het Kinderrechtenverdrag staat, maar ook omdat het jongeren en hulpverleners iets oplevert: jongeren krijgen daar o.a. meer zelfvertrouwen en eigenwaarde door, een beter begrip en acceptatie van de hulp én een positiever beeld van de hulpverlener, zo blijkt uit onderzoek.[4]

Informeer mij: Om te kunnen participeren hebben jongeren informatie nodig, o.a. over de keuzes die voorliggen. Voor het wijkteam (vrijwillige kader) of de jeugdbeschermer (gedwongen kader) ligt hier een taak. Maar jongeren geven juist aan hoe moeilijk het is om met hen in contact te komen. Daarom zeggen jongeren: een goede hulpverlener / jeugdbeschermer is vijf dagen per week bereikbaar en belt binnen twee dagen terug.

Leer mij: Jongeren hebben onvoldoende kennis van hun rechten. Daardoor kunnen zij niet inschatten of wat zij meemaken alleen onprettig of ook onwettig is. Kennis van hun rechten is nodig, zodat jongeren beter voor zichzelf kunnen opkomen als die rechten in de knel komen. Ook hulpverleners moeten meer van die rechten weten om jongeren de goede kant op te wijzen als ze stappen willen ondernemen.

Hoe verder met de visie van jongeren?

Vanuit de gemeenten, de jeugdhulp, de jeugdbescherming en het onderwijs is over het algemeen positief op het onderzoek en de aanbevelingen van de jongeren gereageerd.[5] Zij zien als meerwaarde van het rapport dat de visie van de jongeren voorop staat. Dat is mooi.

De komende periode zal ik met hen verder in gesprek gaan om hen te bewegen ook daadwerkelijk tot verandering over te gaan. En met de jongeren blijf ik in gesprek om te horen of zij verbetering zien.

Stans Goudsmit is gemeentelijk kinderombudsman regio Rotterdam.

Noten:

[1] De quotes en voorbeelden in dit artikel komen uit het rapport ‘Het is mijn toekomst! Waar wachten we op? Toegang tot de gespecialiseerde jeugdhulp: ervaringen en oplossingen van jongeren’.

[2] Ook te vinden op de website: www.kinderombudsmanrotterdam.nl/positie-jongeren-in-de-jeugdhulp-moet-worden-verbeterd/.

[3] Meer oplossingen van de jongeren en de gemeentelijke kinderombudsman zijn te vinden in het boven genoemde rapport.

[4] Zie mooi samengevat in ‘Kansen en momenten voor participatie in het jeugdhulptraject in de praktijk. Tweede deel van een onderzoek naar de participatie van jongeren in de praktijk’, Universiteit Leiden, afdeling Jeugdrecht.

[5] De reacties zijn hier na te lezen: https://www.kinderombudsmanrotterdam.nl/reacties-op-rapport-het-is-mijn-toekomst-van-gemeentelijke-kinderombudsman/.

Eindeloos wachten, je niet gehoord voelen en niet weten wat je rechten zijn. Dit zijn bevindingen uit een onderzoek dat de gemeentelijke kinderombudsman in de regio Rotterdam deed naar ervaringen van jongeren in de jeugdhulp. ‘Ik voel mij geen mens meer, maar een pakketje dat moet worden afgeleverd.’Door Stans Goudsmit
22 juli 2019

Jongeren geven aan dat zij door het wachten eenzaam raken en depressief, zoals Jessie bijvoorbeeld. Zij heeft psychische problemen. Vanwege een angststoornis durft zij het huis niet uit. De huisarts heeft haar verwezen naar een GGZ-instelling.

Na een paar weken heeft ze een kennismakingsgesprek. De instelling kan haar niet helpen en stuurt haar door. Bij de volgende GGZ-instelling moet Jessie wachten. Er is geen plek. Ze weet niet hoe lang het nog gaat duren. Tijdens het wachten krijgt ze hulp van het wijkteam. Na een paar weken stopt dat. Door alle problemen gaat ze niet meer naar school. Na een jaar wachten start eindelijk de behandeling.[1]

Wachtlijsten treffen jongeren hard

Jongeren in de regio Rotterdam moeten wachten op gespecialiseerde jeugdhulp. Wachten op onderzoek, op behandeling door een psychiater, op een plek om te wonen als dat thuis niet meer kan. Soms duurt het wachten kort, maar vaker duurt het lang: van maanden tot soms meer dan een jaar.

Met een beetje pech wachten jongeren wel vijf keer: eerst op onderzoek naar wat er aan de hand is, dan op een intake voor de behandeling, en dan op de behandeling zelf. Vallen ze uit op school en moeten ze naar het speciaal onderwijs, dan wachten ze vervolgens op de afgifte van een toelaatbaarheidsverklaring en dan nog op een plek op school. Ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn er wachtlijsten in de regio Rotterdam.

In het najaar startte ik als gemeentelijke kinderombudsman in de regio Rotterdam een onderzoek naar de wachttijden in de gespecialiseerde jeugdhulp. Ik wilde weten hoe jongeren daar zelf tegenaan kijken. Welke problemen ervaren zij, wat doet dat met hen en welke oplossingen zien zij?

Ik opende een meldpunt, interviewde jongeren en hield groepsgesprekken. Dat resulteerde in het boekje ‘Het is mijn toekomst! Waar wachten we op? Toegang tot de gespecialiseerde jeugdhulp: ervaringen en oplossingen van jongeren‘.[2] Uit al die gesprekken blijkt dat dit de drie grootste problemen zijn die jongeren ervaren: wachten, het domino-effect en zich niet gehoord voelen.

Geen mens maar een pakketje

Maarten heeft anderhalf jaar in een gesloten instelling gezeten. Hij werd daar geplaatst vanwege gedragsproblemen. Na ruim een half jaar vonden zijn behandelaars dat hij er aan toe was om naar een open instelling te gaan. Maar er was geen plek in een open instelling. Toen heeft hij nog een jaar langer in de gesloten instelling moeten wonen. Nu woont hij eindelijk in een open instelling. 

Er is in de regio Rotterdam over de volle breedte een tekort aan plekken in de gespecialiseerde jeugdhulp. Jongeren die wachten op psychologisch onderzoek of op een GGZ-behandeling krijgen tijdens het wachten maar zelden ondersteuning (overbruggingshulp). Jongeren die niet meer thuis kunnen wonen, wachten op een passende plek. Ze worden geplaatst op een plek die toevallig beschikbaar is.

Jongeren zitten daardoor langer dan nodig in een gesloten instelling, verhuizen van de ene naar de andere instelling of zitten veel te lang in de crisisopvang, totdat elders een plek vrij komt. De gesloten instelling en de crisisopvang zijn verworden tot een ‘wachtkamer’ voor een passende plek. Een meisje zei na talloze verhuizingen: ‘Ik voel mij geen mens meer, maar een pakketje dat moet worden afgeleverd.’ Jongeren geven aan dat zij door het wachten eenzaam raken en depressief.

Domino-effect door verergering problemen

Door het maandenlange wachten verergeren de problemen. Jongeren vallen uit op school en komen thuis te zitten. Thuis lopen de spanningen op. Ouders proberen hun kind zo goed mogelijk te ondersteunen en zijn ondertussen naarstig op zoek naar hulp.

Dat leidt tot overbelasting. Ouders gaan minder werken of komen in de Ziektewet terecht. Dat kan weer leiden tot financiële problemen. Het lange wachten op gespecialiseerde jeugdhulp heeft zo niet alleen een negatief effect op de jongere zelf, maar op het hele gezin.

Jongeren voelen zich niet gehoord

Vrijwel alle jongeren geven aan dat ze zich niet gehoord voelen. Er wordt door hulpverleners en jeugdbeschermers over hen gesproken in plaats van met hen. Jongeren worden niet betrokken bij belangrijke beslissingen in hun leven. Jongeren krijgen niet de informatie die ze nodig hebben om mee te kunnen praten. En jongeren krijgen niet te horen waarop ze wachten, hoe lang ze moeten wachten, en wie wat voor hen aan het regelen is.

‘Als ik naar de tandarts moet, weet ik wanneer ik aan de beurt ben. Waarom kunnen ze me nu niet vertellen hoe lang ik moet wachten? Ik zie het niet meer zitten’, zegt een van de jongeren. Jongeren (en hun ouders) hebben het gevoel er alleen voor te staan. Ze voelen zich eenzaam, gefrustreerd en boos. Jongeren niet betrekken draagt het risico in zich dat zij afhaken. Een jongen zei: ‘Ze zijn een school voor mij aan het regelen. Mij is niets gevraagd. Als ik niet mee mag praten, dan ga ik straks niet naar die school.’

Opvallend is dat jongeren unaniem zijn over wat er wel goed gaat in de gespecialiseerde jeugdhulp. Dat is die ene hulpverlener of jeugdbeschermer die er wel voor hen is. Die echt luistert en de tijd neemt. Hoe jongeren weten dat een hulpverlener echt luistert? ‘Hij stelt niet elke keer dezelfde vraag én onthield wat ik had geantwoord! Zo voelde ik mij serieus genomen.’

Oplossingen op drie niveaus[3]

Welke oplossingen zien jongeren in de regio Rotterdam voor de problemen in de gespecialiseerde jeugdhulp? Jongeren vragen: ‘Hoor mij, informeer mij en leer mij’.

Hoor mij: jongeren moeten betrokken worden bij belangrijke beslissingen in hun leven. Niet alleen omdat dat in het Kinderrechtenverdrag staat, maar ook omdat het jongeren en hulpverleners iets oplevert: jongeren krijgen daar o.a. meer zelfvertrouwen en eigenwaarde door, een beter begrip en acceptatie van de hulp én een positiever beeld van de hulpverlener, zo blijkt uit onderzoek.[4]

Informeer mij: Om te kunnen participeren hebben jongeren informatie nodig, o.a. over de keuzes die voorliggen. Voor het wijkteam (vrijwillige kader) of de jeugdbeschermer (gedwongen kader) ligt hier een taak. Maar jongeren geven juist aan hoe moeilijk het is om met hen in contact te komen. Daarom zeggen jongeren: een goede hulpverlener / jeugdbeschermer is vijf dagen per week bereikbaar en belt binnen twee dagen terug.

Leer mij: Jongeren hebben onvoldoende kennis van hun rechten. Daardoor kunnen zij niet inschatten of wat zij meemaken alleen onprettig of ook onwettig is. Kennis van hun rechten is nodig, zodat jongeren beter voor zichzelf kunnen opkomen als die rechten in de knel komen. Ook hulpverleners moeten meer van die rechten weten om jongeren de goede kant op te wijzen als ze stappen willen ondernemen.

Hoe verder met de visie van jongeren?

Vanuit de gemeenten, de jeugdhulp, de jeugdbescherming en het onderwijs is over het algemeen positief op het onderzoek en de aanbevelingen van de jongeren gereageerd.[5] Zij zien als meerwaarde van het rapport dat de visie van de jongeren voorop staat. Dat is mooi.

De komende periode zal ik met hen verder in gesprek gaan om hen te bewegen ook daadwerkelijk tot verandering over te gaan. En met de jongeren blijf ik in gesprek om te horen of zij verbetering zien.

Stans Goudsmit is gemeentelijk kinderombudsman regio Rotterdam.

Noten:

[1] De quotes en voorbeelden in dit artikel komen uit het rapport ‘Het is mijn toekomst! Waar wachten we op? Toegang tot de gespecialiseerde jeugdhulp: ervaringen en oplossingen van jongeren’.

[2] Ook te vinden op de website: www.kinderombudsmanrotterdam.nl/positie-jongeren-in-de-jeugdhulp-moet-worden-verbeterd/.

[3] Meer oplossingen van de jongeren en de gemeentelijke kinderombudsman zijn te vinden in het boven genoemde rapport.

[4] Zie mooi samengevat in ‘Kansen en momenten voor participatie in het jeugdhulptraject in de praktijk. Tweede deel van een onderzoek naar de participatie van jongeren in de praktijk’, Universiteit Leiden, afdeling Jeugdrecht.

[5] De reacties zijn hier na te lezen: https://www.kinderombudsmanrotterdam.nl/reacties-op-rapport-het-is-mijn-toekomst-van-gemeentelijke-kinderombudsman/.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *