Maak schuldhulpverlening simpeler

De coronacrisis maakt eens te meer duidelijk dat schuld vaak geen kwestie is van individueel falen. Een effectieve schuldhulpverlening gaat uit van een maatschappelijke kosten-baten-analyse, en is simpeler georganiseerd dan nu, betoogt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart.

Door Arjan Vliegenthart
1 oktober 2020

De coronacrisis trekt diepe sporen door ons land. Mensen maken zich zorgen; over hun gezondheid en die van hun dierbaren, maar ook over hun werk en hun financiële toekomst. Niet zonder reden − sinds maart is bij een op de zes werkenden het inkomen gemiddeld met 30 procent gedaald. Vooral jongeren, flexwerkers en zelfstandigen zijn de klos. Een op de drie Nederlanders verwacht de komende maand een rekening niet meer te kunnen betalen.

Dat zijn zorgwekkende cijfers. Zonder adequate maatregelen dreigt de gezondheidscrisis via een economische recessie om te slaan in een schulden- en armoedecrisis. De vraag is hoe dit valt te voorkomen.

De crisis mobiliseerde het beste van de samenleving

Voor een deel worden we geholpen door het regeringsbeleid en de maatschappelijke coronasolidariteit. In tegenstelling tot de vorige crisis kiest het kabinet niet meteen voor bezuinigingen, maar voor het inzetten van substantiële steunpakketten die erop gericht zijn de huishoudportemonnee zoveel mogelijk te ontzien. Daarbij valt het op dat de regering in haar onderbouwing een expliciete oproep deed aan ‘mensen van goede wil’, zoals minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees het formuleerde.1 In tegenstelling tot veel beleid rond de bijstand, gingen beleidsmakers dit keer niet uit van controle maar van goed vertrouwen.

Ook belangrijke schuldeisers en incassobureaus maakten aan het begin van de crisis pas op te plaats. Betaalpauzes en aangepaste afbetalingsregelingen waren aanmerkelijk makkelijker te regelen dan voorheen. Sommige woningbouwcorporaties gingen zelfs actief op zoek naar huurders die door verlies aan inkomen klem waren komen te zitten en boden tijdelijke huurverlagingen aan. Zo bezien, mobiliseerde de crisis het beste van de samenleving − iets wat we moeten koesteren en uitbouwen.

Barsten in de aanpak

Na de zomer zien we de eerste, deels onvermijdelijke, barsten in deze aanpak. De opeenvolgende steunpakketten worden steeds minder generiek, waardoor potentieel kwetsbare groepen na aanvankelijke financiële ondersteuning buiten de boot dreigen te vallen. Zelfstandigen met een verdienende partner of met spaargeld, vaak bedacht voor het eigen pensioen, en werknemers die door strengere voorwaarden aan de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid nu toch ontslagen worden.

Daarnaast worden veel tijdelijke contracten niet verlengd en stijgt de werkloosheid.

Ook starten sommige schuldeisers het incassoproces weer langzaam op. De NVVK, branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering, verwacht voor de komende tijd een toename van 30 procent bij de schuldhulpverlening. Waar de meeste mensen aanvankelijk hun spaargeld aanspraken om de inkomensval op te vangen, zien we nu dat meer dan de helft van de kwetsbare groepen − jongeren, zzp’ers en flexwerkers − minder dan € 7.500 achter de hand heeft, waardoor zij het niet langer dan vier maanden kunnen uitzingen zonder in financiële problemen te komen.

Wegen uit de schuld

Hoe kunnen we op deze ontwikkelingen het best reageren? De financiële kwetsbaarheden van onze samenleving die in tijden van economische hoogconjunctuur misschien net onder de oppervlakte bleven, worden nu manifest. Dat vraagt om doordenking, maar ook om een andere aanpak.

Veel van de bestaande schuldhulpverlening was voor de crisis al overbelast. Doorlooptijden zijn lang, en adequate hulp blijft door de complexiteit van problemen en gebrek aan tijd vaak achterwege. De oplossing ligt daardoor niet per se in de uitbreiding van bestaande capaciteiten. Veel belangrijker is het om te kijken hoe het schuldhulpverleningsproces simpeler en sneller kan. Drie dingen lijken me daarbij van cruciaal belang.

Ten eerste: maak saneren gemakkelijker

De afgelopen jaren is het maatschappelijk debat over schulden veranderd. Niet langer wordt het gedomineerd door de vraag of schuldenaren ‘schuld’ hebben aan hun schulden, of dat het de samenleving te verwijten is. De maatschappelijke kosten-baten-analyse is dominanter geworden. Series zoals Schuldig hebben de complexiteit en de onmogelijkheden van het bestaande stelsel aan het daglicht gebracht.2

In het veranderende denken vallen voorstellen om sneller tot sanering over te gaan in vruchtbare aarde. Het initiatief van Schuldenlab om een publiek-privaat opkoopfonds in het leven te roepen om schulden te saneren, is daar een voorbeeld van.3

Het is nu het moment om daar met aandacht en denkkracht op door te gaan. We weten hoeveel schade schulden in de samenleving aanrichten: van verlies aan arbeidsproductiviteit, hogere kosten in de zorg tot en met reclassering. Hoe beter we dit weten de identificeren en te kwantificeren, hoe groter het draagvlak van snellere sanering.

Ten tweede: verkort de looptijd van de schuldhulpverlening

Dat veel mensen weinig grip hebben op het ontstaan van schulden, was voor de coronacrisis al duidelijk. Toch maakt deze crisis eens te meer helder dat de oorzaak voor het ontstaan van schulden vaak buiten het eigen handelen ligt. Juist nu we de komende tijd een grote toestroom naar de schuldhulpverlening verwachten, is het zaak de boel hanteerbaar te houden.

Heel praktisch betekent dit dat mensen sneller van hun schulden moeten worden afgeholpen. Dat kan alleen wanneer de doorlooptijden worden verkort en mensen eerder met een schone lei kunnen beginnen. Het is ook de enige manier om de werkdruk binnen de schuldhulpverlening hanteerbaar te maken.

Ten derde: hou vol!

Het adagium van Jaap van Dissel – ‘Hou vol!’ − is ook relevant voor de schuldhulpverlening. We weten van voor de crisis dat de gemiddelde tijd tussen het ontstaan van de eerste schuld tot het moment dat mensen daadwerkelijk bij de schuldhulpverlening belanden, gemiddeld vijf jaar is.

Schulden die nu worden opgebouwd, worden misschien pas over jaren zichtbaar. Dat vereist met andere woorden uithoudingsvermogen, ook van beleidsmakers en schuldhulpverleners. En dat we in het maatschappelijk debat alles in het werk moeten stellen om de gemobiliseerde coronasolidariteit in stand te houden, ook als er straks een vaccin voor het virus is.

We weten van de vorige economische crisis dat de schuldenproblematiek aanhield toen het macro-economische herstel al zichtbaar was. We kunnen daarom niet genoeg uitleggen dat wat er nu gebeurt lange en diepe sporen trekt in het leven van mensen. Alle maatschappelijke spelers die nu klaarstaan om te helpen − banken, woningbouwcorporaties, telecombedrijven en zorgverzekeraars − moeten ervan doordrongen zijn dat hun inzet pas effectief wordt als ze het lang durven vol te houden. Alleen dan kan een gezamenlijk aanpak effectief zijn.

Arjan Vliegenthart is directeur van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Meer informatie over de impact van de coronacrisis op huishoudens is te vinden op de website van het Nibud.

Noten

1          ‘Een ander mensbeeld’ door Arjan Vliegenthart op: www.hetgoedeleven.nl

2          https://www.human.nl/schuldig.html 

3          Schuldenlab is een onafhankelijke stichting waarin onder meer gemeenten en uitvoeringsorganisaties zoals banken, verzekeraars, energieleveranciers en woningcorporaties samenwerken om de schuldenproblematiek terug te dringen.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *