Problematiek van jongere niet meer leidend in wetsvoorstel Rechtspositie gesloten jeugdinstellingen

hot-3575167_640

Door: Susanne Höfte

Het wetsvoorstel ‘Rechtspositie gesloten jeugdinstellingen’ onderscheidt drie regimes voor gesloten plaatsingen van jeugdigen: het beperkt gesloten regime (kleinschalige voorzieningen); het gesloten regime (instellingen voor JeugdzorgPlus); en het hoog beveiligd gesloten regime (justitiële jeugdinrichtingen of JJI). Een van de doelstellingen van het wetsvoorstel is de rechtspositie van deze jeugdigen zoveel mogelijk te harmoniseren. De verschillen tussen de regimes zitten hem in het beveiligingsniveau. Jeugdigen met een strafrechtelijke titel kunnen in het beperkt gesloten regime en het hoogbeveiligd gesloten regime worden geplaatst. Jeugdigen met een civielrechtelijke titel kunnen in het beperkt gesloten regime en het gesloten regime worden geplaatst. De plaatsingsbeslissing bepaalt in welk regime de jeugdige daadwerkelijk wordt geplaatst. Deze beslissing ligt niet bij de rechter.

In het recent gepubliceerde advies van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) over het wetsvoorstel wordt (wederom) de aanbeveling gedaan om te kiezen voor een nieuw systeem, waarbij de psychosociale problematiek van alle jeugdigen (dus ook voor ggz) van wie de vrijheid is ontnomen leidend moet zijn bij de keuze voor een bepaalde instelling.(1) Hier sluit ik mij volledig bij aan. Mijns inziens wordt tijdens de plaatsing onvoldoende gekeken naar wat een goede plek voor de jeugdige is en te veel gekeken naar welk gedrag de jeugdige laat zien en hoe zwaar we hem of haar en de omgeving moeten beschermen en beveiligen. Te vaak worden alle mogelijke vrijheidsbeperkende maatregelen standaard in het hulpverleningsplan opgenomen. Maatwerk wordt haast niet geboden. Daar komt bij dat er straks alleen in het hoog beveiligd regime gebruik mag worden gemaakt van een specifieke seperatieruimte (insluiting in strafcel) als vrijheidsbeperkende maatregel en als disciplinaire straf.

Wanneer het wetsvoorstel niet wordt aangepast ben ik bang dat dit probleem straks alleen maar erger wordt. Dan wordt voornamelijk gekeken bij welke instelling de meeste vrijheidsbeperkende maatregelen ingezet mogen worden, in plaats van wat de beste plek is in het belang van de jeugdige. In mijn onderzoek concludeer ik dat justitiële jeugdinrichtingen in Nederland beter in staat zijn om een positief leefklimaat neer te zetten dan instellingen voor JeugdzorgPlus. Wat opmerkelijk is, aangezien je zou verwachten dat daar meer repressie wordt ervaren door het punitieve karakter van de JJI’s. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) startte in 2019 het programma VOM (Vrijheidsbeneming op Maat) en wil daarmee inzetten op een aanpak die nog meer is toegespitst op wat de jongere tijdens zijn of haar preventieve hechtenis, jeugddetentie of Plaatsing in een Jeugdinrichting (PIJ) echt nodig heeft.(2) Door het wetsvoorstel worden de JJI’s gedwongen om het punitieve karakter weer leidend te laten zijn en dat de JJI’s worden ingezet voor de zwaardere beperkende maatregelen. Dit wordt onredelijk bezwaarlijk voor die jongere die via het strafrecht is berecht, maar eigenlijk ook heel goed in een JeugdzorgPlus-instelling terecht had kunnen komen. Dit staat haaks op de mogelijkheid dat civiel- en strafrechtelijk geplaatste jongeren straks weer samen kunnen worden geplaatst in een kleinschalige voorziening en de scheidslijn tussen de civiel en de strafrechtelijk geplaatste jongeren weer steeds dunner wordt.

Als harmoniseren een doelstelling is, waarom wordt de jeugd-GGZ dan niet betrokken in dit verhaal? Jeugdigen in JeugdzorgPlus kampen ook met psychische problemen en de jongeren in de GGZ vertonen ook gedragsproblematiek. Sinds 1 januari 2020 krijgt de patiënt (en familieleden) vanuit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de Wet zorg en dwang meer inspraak in het hele proces van opname in een instelling en zijn er algemene uitgangspunten opgenomen in deze wetten waaraan verplichte zorg moet voldoen, zoals proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en veiligheid. Wat mij betreft een gemiste kans om van elkaar te leren. Als we de jeugdigen die nu in een instelling zijn opgenomen enig perspectief willen bieden zullen we moeten samenwerken en beter moeten kijken naar wat echt in het belang van de jeugdige is.

Lees verder over dit thema in de dossier Jeugdhulp en Ketensamenwerking Jeugd

Afbeelding van Dimitri Houtteman via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *