Sturen in het sociaal domein met een collega-gemeente als critical friend

Assen: Portretfoto's voor sociaaldomeinonline. Copyright: Marcel Jurian de Jong

Programma sociaal domein Nieuwsbericht | 01-04-2020 | 14:41

Met de introductie van de decentralisaties in het sociaal domein, is sturingeen steeds belangrijkere verantwoordelijkheid geworden van gemeenten. Het traject Sturen met kwaliteit heeft een vorm gevonden die gemeenten helpt om met elkaar te leren van en reflecteren op sturingsvraagstukken uit de eigen praktijk. De gehanteerde methode, peerreviews, blijkt een succes: elk advies dat door een andere gemeente wordt gegeven, is ook meteen een advies aan de eigen gemeente.

Gemeenten hebben te maken met veel veranderingen rond het sociaal domein. Maar wél met één gezamenlijke klus: maatwerk leveren en datgene doen wat kwetsbare inwoners nodig hebben. Wat vraagt dit van gemeenten en andere partners? En hoe kan je hierin als gemeente sturen met behoud van kwaliteit?

In het essay ‘Sturen met kwaliteit’, geschreven door Anouk Op het Veld (AEF) in samenwerking met Patrick Tazelaar (Significant) en Monique Peltenburg (NDSD), geven de auteurs een uiteenzetting van de wijze waarop gemeenten en Rijk in het traject Sturen met Kwaliteit met elkaar deze uitdaging zijn aangaan.

Recht doen aan ‘de bedoeling’ in een veranderd speelveld

In dat veranderende speelveld hebben gemeenten verschillende rollen in het zorglandschap: die van inkoper van zorg, hulp en ondersteuning en (deels) poortwachter voor de toegang tot hulpverlening. Dit stelt andere eisen aan gemeenten, maar ook aan zorgaanbieders. Zorgaanbieders zijn afhankelijk geworden van de financiering en beleid van de gemeenten. Maar gemeenten zijn ook afhankelijk van de kennis, expertise en kwaliteit van zorgaanbieders. Die wederzijdse afhankelijkheid én de noodzaak tot verandering vragen om een nieuw samenspel tussen de verschillende partijen.

Want gemeenten willen graag recht doen aan de bedoeling: participatie vooropstellen, maatwerk leveren en hulp efficiënter maken. Maar door de stevige druk ontstaat er vaak een reflex om te sturen op plafonds en korte termijn resultaat. Dat is niet wenselijk. Maar welke vorm van sturing is dan wél passend?

“We begrijpen als gemeente dat de problematiek in het sociaal domein complex is. Alleen we hebben zo weinig tijd als ambtenaren om echt op zoek te gaan naar vernieuwing en een ander proces. We verhouden ons tot de  wethouder die wordt opgeslokt door incidenten die de wijze van sturing bepalen. We gaan van incident naar incident en worden (door de politiek) vooral gevoed met wantrouwen ten aanzien van zorgaanbieders.”  

Geen pasklare antwoorden

De grote hoeveelheid en diversiteit aan veranderingen waarmee gemeenten werden geconfronteerd worden ook wel wicked problems genoemd: complexe problematiek waar geen eenduidige oplossing voor is.  Elke situatie, elke cliënt, elke context en bijbehorende vraagstukken vragen om maatwerk. Een pasklaar antwoord op die vraag is dan ook niet simpel. Wat wél duidelijk wordt is dat decentralisaties om een andere sturing vragen dan gemeenten gewend zijn.

Maar hoe moet dat eruit zien? Dat is een voortdurend lerend proces. Vaak begint dat met het gezamenlijk formuleren van een gewenste richting en visie. Vanuit daar volgen de contouren van een sturingsfilosofie. En daarna is het zaak om elkaar – op alle niveaus – scherp te houden.

Peerreviews: zoeken naar dé oplossing werk averechts

Deelnemende gemeenten probeerden vragen over bijvoorbeeld aanbestedingen en budgetverantwoordelijkheid in eerste instantie te beantwoorden met een expertsessie en werkbijeenkomsten. Maar de bedachte oplossingen waren niet eenvoudig toepasbaar in de eigen lokale context. Uiteindelijk is daarom gekozen te werken met de methodiek van peerreviews: van en met elkaar leren door kwetsbaar, open en oprecht elkaar een kijkje in de keuken te bieden.

Elke peerreview stond er één gemeente centraal, de andere gemeenten (de peers) reflecteerden vanuit hun eigen ervaring en expertise op het vraagstuk dat werd ingebracht. Deze vorm van reflecteren maakte duidelijk dat zoeken naar dé oplossing uiteindelijk averechts werkt. De manier waarop er met een vraagstuk wordt omgegaan blijkt uiteindelijk belangrijker dan de feitelijke inhoud.

Wat leverden de peerreviews op?

Als grote waarde wordt de herkenning en erkenning van de eigen problematiek genoemd, net als het samen leren en reflecteren. Het helpt om concrete voorbeelden uit een vergelijkbare praktijk te horen en elk advies dat een andere gemeente wordt geven, is eigenlijk ook meteen een advies aan de eigen gemeente.

De peerreviews leidden tot lerend vernieuwen: reflecties op het eigen denken, handelen en leren, en op de aannames die hieraan ten grondslag liggen. Maar één keer peerreviewen is niet genoeg. Het vraagt – op alle niveaus, ook bestuurlijk en in de uitvoeringspraktijk – tijd en ruimte om met elkaar lerend te vernieuwen en elkaar uit te dagen om nieuwe gezichtspunten te verkennen. Alleen dan ontwikkelt een gemeente een lerend vermogen dat nodig is in het complexe speelveld.

Lees het gehele essay hier.

Leuk al dat reflecteren, maar wat nu?In de peerreviewsessies vertelden gemeenten openhartig over hun onzekerheden en problemen ten aanzien van het sturingsvraagstuk in hun gemeente. De dilemma’s zijn nog niet opgelost, en gezien de complexiteit zijn ze vaak ook niet vanzelfsprekend oplosbaar. De vraag is nu: Wat werkt? Wat is een volgende stap? Hoe verder?De peerreviews leverden wel de volgende tips op:Inspirerende doelen – inspireer elkaar met datgene waarvoor je echt wilt gaan, laat die doelen ook echt leidend zijn in je handelen. Formuleer ze prikkelend, uitdagend, inspirerend, schurend en zet ze gezamenlijk neer als statement.Onderliggende waarden en gedrag benoemen – laat die inspirerende doelen ook echt leidend zijn in je handelen en spreek elkaar (gemeenten, aanbieders en enablers) aan op gedrag dat daar wel of niet bij hoort.Leer van de praktijk en borg dat in beleid – we zijn vaak gefocust op wat data ons vertellen en gaan daarbij voorbij aan de praktijksituaties tussen professionals en inwoners.Gelijkwaardig partnerschap – de gemeenten hebben formeel de regie in het gedecentraliseerde stelsel en hebben de middelen om de ondersteuning in te kopen, daarmee lijken zij de bovenliggende partij. In dit complexe veld zijn andere factoren van net zo’n groot belang, namelijk vakmanschap, netwerk in de wijk, expertise over de problematiek van de cliënt en de vertrouwde zorgverlener van de cliënt zijn.Gezamenlijke verantwoordelijkheid – bij gelijkwaardig partnerschap hoort gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als er financiële nood is en als de incidenten de politiek beheersen, is het van belang dat gemeente en aanbieder schouder aan schouder de verantwoordelijkheid nemen.Practice what you preach – dit geldt voor alle partijen in het speelveld: voor gemeenten, aanbieders, professionals, inwoners, én ook voor het Rijk. Als de verantwoordelijkheid is belegd op het decentrale niveau, dan moet er vanuit het Rijk ook het vertrouwen én de mogelijkheden worden gegeven om gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen.Blijf met elkaar leren en reflecteren – Door de peerreviews ervaarden gemeenten dat ze niet de enige zijn met de problemen waarmee ze geconfronteerd werden. Door je oprecht te verdiepen in de ander en elkaars kritische vriend te zijn, ontstaan er weer nieuwe mogelijkheden en kleine stappen die de ervaren impasse open breken.
Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *