Voortgangsbericht moderniseren tuchtrecht voor Jeugd- en gezinsprofessionals en Jeugzorgwerkers

paper-planes-6251057_1280

SKJ en BPSW onderzoeken hoe klachten meer kunnen bijdragen aan het verbeteren van vakmanschap.

Zes jaar na invoering van het SKJ tuchtrecht voor Jeugd- en gezinsprofessionals is de tijd rijp voor verandering. Niet alleen is er maatschappelijk gezien een andere kijk op het tuchtrecht ontstaan. Die andere kijk op tuchtrecht wordt ook bevestigd door de conclusies uit een breed onafhankelijk onderzoek.

In 2020 heeft Nivel een onafhankelijk onderzoek gedaan naar het functioneren van tuchtrecht voor jeugdprofessionals. Daaruit bleek dat het tuchtrecht door SKJ zorgvuldig wordt uitgevoerd. Het systeem van professionele toetsing vanuit de beroepsstandaarden is belangrijk en blijft bestaan. Toch waren er ook conclusies om over na te denken. Zie hier de uitkomsten van het Nivel-onderzoek.

Na de zomer starten we een pilot voor de beroepsgroep Jeugd- en gezinsprofessionals, waarbij we onderzoeken of het mogelijk is om het huidige tuchtrecht om te buigen naar een vorm waarin ‘leren’ en ‘goede zorg’ centraal staan.

In de pilot worden klachten over het handelen van een SKJ-geregistreerde professional niet meer per definitie behandeld door het tuchtcollege, maar vooral in de vorm van professionele consultatie (d.w.z. consultatie door beroepsgenoten). De gedachte daarachter is de klachtprocedure minder juridisch te maken en in plaats daarvan meer het ‘goede gesprek’ te voeren over wat in een specifieke situatie goed professioneel handelen is. Uiteindelijk moet dat leiden tot het hogere doel: betere zorg. De professionele standaard (beroepscode en professionele richtlijnen) blijft uiteraard de grondslag voor toetsing van het handelen.

Leren van een klacht

Jacky Stuifmeel, directeur SKJ: “Uit de evaluatie van het Nivel blijkt dat onze tuchtprocedure zorgvuldig, klantvriendelijk en professioneel is vormgegeven. Maar een belangrijk doel van het tuchtrecht was dat professionals zouden kunnen leren van een klacht. Dat de professionaliteit erdoor zou worden vergroot. Dat doel is nog niet voldoende behaald. SKJ-geregistreerde professionals zien tuchtrecht vooral als zwaar en bedreigend. Vandaar onze verkenning – samen met de BPSW – om te zoeken naar een systeem, waarin het leren van de klacht en van elkaar meer centraal staat. Met als ultiem doel natuurlijk het vergroten van het vakmanschap van de professional.”

Consultatie

Jan Willem Bruins directeur, BSPW: “Dit betekent concreet dat veel klachten behandeld zullen worden in een traject van consultatie. Daarbij staat de vraag centraal wat professioneel handelen is in de specifieke situatie waarover de klacht gaat. Dit gesprek gaat over het handelen van de jeugdprofessional, waarbij uiteraard ook gekeken wordt naar de context waarin de professional werkt. De beroepsgenoten toetsen dit samen met de professional aan de kaders die zijn vastgelegd in de beroepsstandaarden.

Wanneer de klacht daar aanleiding voor geeft, blijft de mogelijkheid van een tuchtrechtelijke procedure bestaan. Dit wordt beoordeeld door een college in een zogenaamd voorportaal en is van toepassing wanneer er bijvoorbeeld ernstige verwijten en verdenkingen zijn dat de professional de beroepsnormen heeft overschreden.”

https://skjeugd.nl/voortgangsbericht-moderniseren-tuchtrecht-voor-jeugd-en-gezinsprofessionals-juni-2021/

Afbeelding van Tumisu via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

1 gedachte op “Voortgangsbericht moderniseren tuchtrecht voor Jeugd- en gezinsprofessionals en Jeugzorgwerkers”

  1. Werner van Bentem

    Uit het Nivel rapport valt m.i. ook af te leiden dat de scheiding tussen (de doelstellingen van) het klacht- en tuchtrecht niet meer helder lijkt te zijn. Niet zelden wordt er tuchtrechtelijk geklaagd over zaken die eigenlijk beter binnen het klachtdomein passen. Een belangrijk verschil tussen het klacht- en tuchtrecht is de termijn waarbinnen een klacht ingediend moet worden. In het klachtrecht wordt veelal een termijn van een jaar na de gebeurtenis gehanteerd, terwijl in het tuchtrecht de termijn 3 jaar bedraagt (oorspronkelijk was het tien jaar). Omdat die termijnen sterk uiteen lopen, ontstaat meer dan eens de situatie dat niet meer bij de externe klachtencommissie geklaagd kan worden en dan resteert voor de betrokkene nog slechts het tuchtrecht. Het zou wenselijk zijn om de termijnen in het klachtrecht op te trekken tot die van het tuchtrecht en vervolgens in beide regelingen bepalingen op te nemen die de commissies bevoegd maakt een klacht geheel of gedeeltelijk door te verwijzen naar het andere domein (klacht c.q. tucht).

    Het valt mij op dat er zoveel aandacht is voor hoe professionals het tuchtrecht ervaren. Dat staat in schril contrast met de aandacht die er is voor hoe de klagers het handelen van de professional hebben ervaren waarover zij uiteindelijk een klacht indienen. De tuchtrechter is geen heelmeester. In alle beroepscodes ligt besloten dat van de professional mag worden verwacht dat hij klachten met een professionele attitude tegemoet weet te treden. Daar hoort niet bij dat de professional een klacht als bedreigend ervaart. Wie oprecht van mening dat hij conform de voor hem (= ook haar) geldende beroepscode heeft gehandeld, heeft niets te vrezen en hoeft zich dus ook niet bedreigd te voelen. Het attitudeprobleem van de professional lijkt nu opgelost te moeten worden door het tuchtrecht om te buigen. Dat laat wat mij betreft wel zien hoe verziekt het jeugddomein inmiddels is.

    Dat verziekte van het jeugddomein is na het onderzoek van het Nivel in alle scherpte naar buiten gekomen door een rechter die uitendelijk naar buiten is getreden en verhaalde over hoe zij en haar kinderen door het jeugddomein en haar eigen ambtgenoten werden vermalen. De vergelijking met het ongekend onrecht van de toeslagenaffaire gaat maar deels op: het heeft tenminste dezelfde omvang. Gaat het bij de toeslagenaffaire in de kern om een geldkwestie, in de jeugdzorg gaat in de kern om een veel hoger belang: het echte welzijn van kinderen en hun ouders. In het domein van de jeugdzorg in gedwongen kader is niet alleen sprake van ongekend, maar vooral van ongehoord onrecht. De titel van de parlementaire enquete die daarover nooit gehouden zal worden weet ik wel: ongehoord onrecht. De voorstellen van het Nivel zullen aan dit ongehoord onrecht een ongekende bijdrage gaan leveren. Achterkamertjes en achterklap, zo zullen getroffen en voor het resterende leven onherstelbaar beschadigde ouders, die het slachtoffer zijn geworden van nauwelijks voor hun werk toegeruste (gezins)voogdijwerkers het ervaren. Gezinsvoogdijwerkers met een veel te hoge caseload die met een ongekende arrogantie de kwestsbare, immers van hen afhankelijke ouders, tegemoet treden (u herkent het toch wel, dat patronerende en neerbuigende tutoyerende aanspreken?), die geen boodschap hebben aan deugdelijk feitenonderzoek en nog steeds glashard zeggen: “wij doen niet aan waarheidsvinding”.

    De macht van arrogantie ontleent zijn bestaansrecht aan het faciliteren daarvan door de rechterlijke macht. De kinderrechter die geen boodschap heeft aan de ouders en zittingen enkel gebruikt om ouders de les te lezen. De kinderrechter die zijn beslissing al heeft genomen voordat je de zittingszaal binnen stapt. De kinderrechter die zich enkel baseert op veronderstelde professionaliteit en zorgvuldigheid die echter in werkelijkheid meer dan eens minst genomen lastig is te herkennen. En wat dan te denken van het periodiek “ketenpartneroverleg?” tussen de rechtbanken enerzijds en de gecertificeerde instellingen anderzijds? Een verziekte symbiotische relatie tussen uitvoerende en rechtsprekende macht. Dat zou pas echt zorgen moeten baren. Hoezo, trias-politica?

    Ongehoord onrecht. Als dat is wat we willen, ja dan past daarin ook ongehoord tuchtrecht. Willen we dat niet, dan moet de tuchtrechter geen zachte heelmeester willen zijn voor de jeugd- en gezinsprofessional die het niet al te nauw neemt met de beroepsethiek en de beroepscode. Want hoe zat het ook alweer met dat spreekwoord over zachte heelmeesters en stinkende wonden?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

artikelen SDO
Summer Koster

Participatie van jongeren bij beleid

Kinderrechtenorganisaties deden recent weer opnieuw de oproep aan gemeenteraden om jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van beleid. Dit signaal is de afgelopen jaren vaker

Read More »