Zingeving in de jeugdhulp en GGZ

talk-845619__480

Peer van der Helm neemt ons mee naar een andere kijk op de huidige Jeugdzorg en Jeugd GGZ. Hij vraagt zich terecht af, waarom we weinig aandacht besteden aan het luisteren naar wat de jeugd ons echt wil vertellen? Wanneer stappen we af van diagnoses, dwang en maatregelen en gaan we contact maken, in gesprek en luisteren naar wat echt nodig is?

Wij steunen deze oproep van Peer van der Helm.

sociaal web / Peer van der Helm

Recentelijk nog sprongen twee jonge meiden voor de trein na lange trajecten in veel zorginstellingen. In klinieken liggen andere jongeren op sterven omdat ze zijn gestopt met eten. Er is recentelijk veel discussie over het functioneren van de Jeugdzorg en Jeugd GGZ. Wachtlijsten en schrijnende casussen zoals anorexia en zelfdoding komen regelmatig in het nieuws. Het ministerie van VWS zet task-forces op om de problemen op te lossen, maar gaat dat wel lukken?

Vooral in Nederland worden veel nieuwe methodes ontwikkeld om kinderen te behandelen. We zijn heel goed in het verzinnen van nieuwe methodes, protocollen, zorgpaden en handleidingen. Bij het NJI staan er momenteel 233 effectieve jeugdinterventies ingeschreven en in de GGZ zijn er 157 specifieke classificaties (DSM-V) met vaak bijbehorende behandelprotocollen, zorgpaden en medicatie. Daarbuiten zwerven nog veel andere methodes, protocollen en werkwijzen rond. Helaas zijn de meeste nauwelijks onderzocht en als we die wel onderzoeken blijkt het effect meestal gering, zo laat onderzoek van Weisz (2013; 2016) zien in een twee grote meta-analyses. En uiteraard zweert iedereen bij zijn eigen ‘wiel’.

Al die ‘wielen’ zorgen vaak voor meer ‘moeten’ (drang en dwang) in de zin van behandelmethodes en medicatie waarvan we de effecten vaak slecht kennen. Zeker als het gaat om jongeren, want de meeste medicijnen zijn niet op jongeren getest. En als je niet mee wilt doen dan maar geen behandeling, klinkt het vaak. Voor jou tien anderen op de wachtlijst. Gezamenlijke besluitvorming is soms ver te zoeken, want de expert weet wat het beste is (medisch model).

Toch is er al jaren kritiek op deze handelswijze en in een recent proefschrift (2020) laat Roy Dings zien dat het stellen van een diagnose ook schade kan toebrengen.(1) Dings betoogd dat bijvoorbeeld het stellen van een diagnose schade kan toebrengen aan de zelfzekerheid van cliënten. Die gaan zich afvragen of zij zichzelf of hun diagnose zijn. Dat zorgt volgens Dings voor zelfonzekerheid en daardoor niet zelden tot verergering van de kwaal omdat cliënten zich naar hun diagnose gaan gedragen, waarna de clinicus zegt: “zie je wel?” Cliënten worden op deze wijze door de meer machtige zorg onmachtig gemaakt en dat zorgt voor verdere zelfonzekerheid. Er ontstaan dan een externe beheersing oriëntatie bij cliënten waardoor hun afhankelijkheid van de zorg toeneemt met stress en tot soms een aangeleerde hulpeloosheid en depressie tot gevolg, iets wat bestaande psychische problemen kan versterken.(2)

Waarschijnlijk geldt dit mechanisme ook voor het toepassen van interventies, waar meestal ook een diagnose aan ten grondslag ligt. Interventies, protocollen en zorgpaden kunnen bovenstaande mechanismen versterken doordat ze de ziekte als een ‘ding’ gaan behandelen.

In het proefschrift wordt gekeken naar zelfmanagement om de zelfzekerheid van cliënten te bevorderen. Dings introduceert daarbij drie belangrijke vragen voor behandeling:

  1. Wat is voor jou van waarde?
  2. Geeft dat jou kracht?
  3. En hoort het bij jou?

Dit zijn vragen die horen bij zingeving, en daar ontbreekt het bij veel interventies vaak aan. Soms is ook het perspectief onduidelijk voor de cliënt en gaan kinderen in de zorg niet of nauwelijks meer naar school, soms jarenlang achtereen. Ze zien dat leeftijdgenoten diploma’s halen en maatschappelijk verder gaan waar zij achterbleven. En dat terwijl veel onderzoek laat zien dat perspectief zelfs preventief werkt voor anorexia en suïcidale gedachten en gedragingen. Geen wonder dat de effectiviteit van de zorg soms minder is aangezien veel cliënten gebrek aan zingeving ervaren in hun behandeling.

Wat we ook vaak vergeten is dat zelfzekerheid ook wordt bepaald door de omgeving. Stress (armoede en schulden, verwaarlozing, misbruik en mishandeling) en negatieve jeugdervaringen breken zelfzekerheid af. Ook veel dwang en drang in de zorg leidt tot zelfonzekerheid, agressie en psychische problemen. We moeten daarom meer oog hebben voor de kwaliteit van de omgeving; minder moeten en meer mogen kiezen. Dat laatste zorgt voor competentie en autonomie, ook wel de Zelfdeterminatietheorie genoemd. Dat gaat dan om het leefklimaat in instellingen, leerklimaat op school, het thuisklimaat en de veiligheid van kinderen. Ook hier is zingeving een belangrijk element voor motivatie om te herstellen door zelfmanagement: meer mogen en minder moeten.

Het is allemaal geen ingewikkelde algebra. Kinderen, psychologen en pedagogen roepen dit al vele jaren. Waarom al die wielen en waarom luisteren we zo slecht naar onze kinderen?


(1) Dings, R.P.J.M. (2020). Not being oneself? Self-ambiguity in the context of mental disorder. Nijmegen: proefschrift Radboud Universiteit.
(2) Een externe beheersing oriëntatie zorgt ervoor dat mensen denken dat ze geen invloed meer hebben op hun eigen gedrag en ontwikkeling, maar dat alles door anderen wordt bepaald.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

artikelen SDO
Summer Koster

Participatie van jongeren bij beleid

Kinderrechtenorganisaties deden recent weer opnieuw de oproep aan gemeenteraden om jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van beleid. Dit signaal is de afgelopen jaren vaker

Read More »