De aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld in Drenthe schiet tekort. Hulpverlening, zorg, onderwijs, politie en justitie zijn nog onvoldoende op elkaar afgestemd | opinie

field-6558125_1280

De aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld in Drenthe schiet tekort, stelt Robert Kleine, wethouder van centrumgemeente Emmen. „Door te blijven doen wat we al jaren doen, laten we deze kinderen en gezinnen keer op keer in de steek. We mogen niet langer wegkijken.”

Maandag 15 november start de jaarlijkse Week tegen Kindermishandeling, met dit keer als thema ‘… dichterbij dan je denkt’. Zo’n themaweek is hard nodig want kindermishandeling is een omvangrijk, complex en hardnekkig probleem, met verschrikkelijke gevolgen voor de slachtoffers, vaak hun leven lang.

Des te ongemakkelijker is het om te moeten constateren dat we als samenwerkende overheden, justitie, zorgaanbieders, onderwijs en Veilig Thuis er nog onvoldoende in slagen om het geweld duurzaam te stoppen. Na melding bij Veilig Thuis is er in meer dan de helft van de gevallen na anderhalf jaar nog steeds sprake van partnergeweld of kindermishandeling. Hoe kan dat?

Elk onderzoek, landelijk, maar ook in Drenthe, geeft aan dat we nog een lange weg te gaan hebben als het gaat om de veiligheid van kinderen, volwassenen en ouderen achter de voordeur. Kindermishandeling is niet alleen een structureel, maar ook zeer complex probleem. En daardoor lastig om op te lossen als samenwerkende organisaties.

En dat komt niet omdat we met elkaar ons best niet doen. Maar er moet meer gebeuren. Méér dan ons best doen, en anders handelen.

74 geweldsincidenten in een gezin per jaar

Recent onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut ( Kan huiselijk geweld echt stoppen? Kwestie van lange adem , 2020) laat zien dat gezinnen die gemeld zijn bij Veilig Thuis te maken hebben met veelvuldige en ernstige mishandeling en complexe problematiek. Kindermishandeling gaat niet alleen over lichamelijke mishandeling maar ook om verwaarlozing, seksueel misbruik en getuige zijn van geweld tussen ouders. Er speelt in de onderzochte gezinnen veel geweld: 74 geweldsincidenten in een gezin per jaar. In het leven van zo’n kind gaat er dus gemiddeld geen week voorbij zonder één of meerdere geweldsincidenten.

De schade: onveilige hechting, kans op chronische stress en emotionele onveiligheid. Met een groter risico op criminaliteit en verslaving. Maar ook met een grotere kans om zelf pleger of slachtoffer te worden op latere leeftijd. 44 procent van de ouders in het onderzoek was zelf slachtoffer van kindermishandeling. Vertaling in kosten voor de Nederlandse samenleving: naar schatting 1 miljard euro per jaar.

We kennen het allemaal. Dat bekende ‘onderbuikgevoel’. Wanneer je een kind ontmoet en denkt; hier is iets niet helemaal goed. Soms is een kind schichtig, soms is een kind agressief. De gevolgen van het leven in onveiligheid verschijnen in verschillende vormen.

Aan ons als samenleving de taak om te kijken, te luisteren en te vragen. Een helpende hand te bieden. En toch blijkt dat een groot probleem in de praktijk. Want hoe maak je zoiets bespreekbaar? Wat als je het mis hebt? Deze twijfel om te signaleren speelt niet alleen voor familie en buren, maar ook voor professionals.

Niet zomaar het achterste van hun tong

Kinderen en volwassenen die in een onveilige situatie zitten, laten niet zomaar het achterste van hun tong zien. Er is angst. Een kind is afhankelijk van en loyaal aan z’n ouders en tegelijkertijd zijn de ouders een bron van onveiligheid. Dat maakt het gesprek met zowel het kind als de ouders zeer ingewikkeld. Het vraagt om kennis van professionals en een benadering zonder oordeel.

Onderzoekers zijn het erover eens: alleen als je hulp voor alle leden van het gezin biedt, is veiligheid op lange termijn te realiseren. En alleen als je alle problemen in het gezin aanpakt. En ook alleen als hulpverleners zich steeds de vraag blijven stellen ‘helpt onze inspanning ook om alle gezinsleden veilig te houden’? Alleen dan boek je succes in je aanpak.

En toch blijkt dit in de onderzochte gezinnen niet vanzelfsprekend. Ook in Drenthe zien we dat de inzet van zowel hulpverlening, zorg, onderwijs, politie en justitie nog onvoldoende op elkaar is afgestemd. Deze partijen werken in afzonderlijke ketens en voeren hun werk uit vanuit verschillende wettelijke kaders en beleidsdomeinen.

Doolhof van processen

In de gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld belanden deze organisaties in een doolhof van processen. Ze zoeken allemaal hun eigen weg in het labyrint en komen daardoor niet samen op de centrale plek uit, namelijk bij duurzame veiligheid in deze gezinnen.

Het onderzoek van Verwey-Jonker laat toch ook zien dat we in Nederland op de goede weg zijn als het gaat om de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Partnergeweld en kindermishandeling in gezinnen neemt duidelijk af als dit gemeld wordt bij Veilig Thuis. In ongeveer drie op de tien gezinnen lukt het om het geweld te stoppen.

Echter, iedere medaille heeft twee kanten. Want tegelijkertijd alarmeert het onderzoek ons. In 7 van de 10 gezinnen lukt het ons als samenwerkende organisaties dus niet om het geweld te stoppen. In meer dan de helft van de gevallen is na anderhalf jaar nog steeds sprake van partnergeweld of kindermishandeling met jaarlijks meer dan 22 geweldsincidenten.

In Drenthe gaan we voor nul slachtoffers

In Drenthe wordt dag in dag uit hard gewerkt aan de aanpak van huiselijk geweld. De Regiovisie is vorig jaar vastgesteld door alle twaalf Drentse gemeenten. De belangrijkste ambitie in de Drentse regiovisie is ‘het volledig stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling in Drenthe. In Drenthe gaan we voor nul slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling’

‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je altijd al kreeg.’ Als we blijven doen wat we deden, betekent dit dat in 7 van de 10 onveilige gezinnen het geweld aanhoudt. Dit mogen we niet laten gebeuren.

Ik weet, veranderen is moeilijk. 95 procent van ons gedrag is ‘automatisch’ en daarmee onbewust. Maar de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld zou meer moeten zijn dan een beleidsstuk op onze bureaus. Achter ieder dossier zit een leven vol ellende en gevaar. Alleen door daadwerkelijk meer inspanning te leveren om ons gedrag, onze keuzes en onze inzet te veranderen, kunnen we deze kinderen en hun ouders helpen.

De plicht te veranderen

En dat het resultaat van onze inspanningen hierin niet altijd zeker is, ontslaat ons niet van de plicht om te veranderen. Want juist dat is kenmerkend voor de gezinnen die te maken hebben met kindermishandeling. Die ervaren keer op keer hoe moeilijk het is om te veranderen en ander gedrag te vertonen. Maar wij vragen dat wel van ze. En wij zullen hen daarbij, met kennis, kunde maar vooral begrip en compassie, moeten ondersteunen.

We moeten in de komende jaren hard aan de bak. Om een klimaat te creëren waarin het taboe wordt doorbroken en waarin je als kind, volwassene en ouder kunt aangeven dat het moeilijk is thuis. Dat je hulp nodig hebt. Door barrières te beslechten tussen organisaties en het creëren van een veilig klimaat. Vertaald in tijd, geld en politieke keuzes.

Want elke keer als wij als gemeenten en organisaties niet de juiste keus maken om kindermishandeling en huiselijk geweld echt duurzaam aan te pakken, laten we deze gezinnen keer op keer in de steek.

Tekst door: Robert Kleine

https://dvhn.nl/meningen/Opinie/Huiselijk-geweld-houdt-niet-op-niet-vanzelf-27151887.html

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *