In gesprek met Peer van der Helm: ‘’Jeugdzorg moet vraaggerichter leren werken en beter luisteren naar ouders en kinderen”

human-763156_1280 (1)

Peer van der Helm is sinds kort bijzonder hoogleraar Onderwijs en Zorg aan de Universiteit van Amsterdam, waarbij hij onderzoek gaat doen naar een integrale manier van behandelen met samenwerking tussen hulpverlener en leerkracht. Een gesprek met Peer over de coronaproblematiek van jongeren, anders behandelen in de jeugdzorg en wat daar voor nodig is: “ik hoop dat de professional met iets minder maakbaarheidsgedachten en iets meer bescheidenheid gaat luisteren naar de verhalen van kinderen.”

Waarom heb je voor het hoogleraarschap Onderwijs en Zorg gekozen?

Ik doe onderzoek naar het verbeteren van de behandeling van kinderen die het in onze samenleving niet getroffen hebben, en daardoor zorg nodig hebben. Die kinderen bleken echter van therapie alleen niet beter te worden, vandaar dat we op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten dit vraagstuk op een integrale wijze zijn gaan benaderen. Daarin nemen naast zingeving ook onderwijs en perspectief een belangrijke plaats in als het gaat over competentievergroting, een van de belangrijke pijlers van de Zelfdeterminatietheorie. Dat is een belangrijke motivatietheorie ontwikkeld door Edward Deci en Richard Ryan die uitgaat van drie basisbehoeften om optimale groei, welbevinden en functioneren van een persoon te bewerkstelligen: autonomie, verbondenheid en dus competentie.

Welke uitdagingen zie je op het snijvlak tussen onderwijs en zorg?

Die uitdagingen komen momenteel door de coronacrisis pijnlijk aan het oppervlak. Steeds meer jongeren ontwikkelen problematiek omdat ze niet meer naar school kunnen, zoals eetstoornissen. Als ze dan in behandeling geraken wordt vaak gezegd: “eerst aankomen en dan weer naar school”. Dat alleen behandeling werkt is natuurlijk een denkfout. We moeten meer vanuit een integrale blik kijken naar onderwijs en zorg. Gelukkig is die tendens in het gespecialiseerd onderwijs voor kinderen met beperkingen en gedragsproblemen al wel aan de gang. Dus niet alleen kijken naar zorg of alleen kijken naar onderwijsprestaties maar, zoals pedagoog Gert Biesta voorstaat, naast cognitieve ontwikkeling ook sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonsontwikkeling bevorderen.

Wat hoop je in deze functie bij te dragen aan het wetenschappelijke veld van onderwijs en zorg?

Dat we de eerder genoemde inzichten wetenschappelijk verder onderbouwen en tegelijkertijd daardoor zowel leerkrachten als zorgmedewerkers beter laten samenwerken in die integrale (in tegenstelling tot de gebruikelijke specialistische) aanpak.

Wat is jouw visie op de huidige ontwikkelingen in het ontschotten van onderwijs en zorg?

Beide sectoren worden gekenmerkt door een sterke systeeminslag, ‘bubbels’, die slecht aansluit op de belevingswereld van jongeren. Zie daarvoor ook mijn recensie die ik onlangs schreef over Mensen zijn ingewikkeld, het nieuwe boek van Floortje Scheepers.(1) Dat zie je ook terug in de discussies in de kranten over de coronamiljarden om onderwijsachterstanden in te halen: het zijn allemaal systeemvoorstellen vanuit eigen bubbels. Wanneer je werkelijk wilt ontschotten moet dat gebeuren in samenwerking op de werkvloer. In sommige gevallen is er bijvoorbeeld in instellingen al een intensieve samenwerking tussen leerkrachten en zorgmedewerkers, maar dan moet je wel het lef hebben om door de systemen heen te breken!

Dus het extra geld vrijgemaakte geld van het kabinet is niet de oplossing?

Ik ben bang dat het grootste gedeelte van het geld verdwijnt in de lumpsum, in zakken van adviesbureaus en in snelle, makkelijke en tijdelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen. Oplossingen die gaan over het doorbreken van de systeemwerelden zijn problemen die geen eenduidige antwoorden kennen, zogenaamde wicked problems. In ons onderzoek willen we nadrukkelijk die systeemwerelden betrekken om te kijken of we meer bestendige manieren van integraal werken kunnen genereren.

Wat kan volgens jou écht beter in de jeugdzorg?

Minder aanbodgericht en meer vraaggericht leren werken, en beter luisteren naar ouders en kinderen. Niet zozeer alleen de goede dingen denken maar ook het goede doen.

Als je niet in dit domein werkzaam was, welk beroep had je dan het liefst beoefend?

Ik heb jarenlang in de Alpen gewerkt, daar denk ik nog vaak aan terug. Lekker buiten in een overweldigende natuur bergbeklimmen en toerskieën. Die natuur leert ons bescheiden te zijn.

Wie of wat inspireert je en waarom?

Gedurende mijn onderzoek de laatste jaren bleek dat er al heel veel mensen eerder bedacht hadden wat ik zat uit te puzzelen, zoals de twee jaar geleden overleden J.F.W. Kok, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. Hij had een duidelijke generalistische visie op kinderen met ernstige problemen en was zijn tijd vooruit. Ik vind het buitengewoon inspirerend om op zijn werk voort te borduren. Dat is wetenschap.

Welk boek/welke film raad je iedereen aan?

Vanuit onze eigen bubbels is het soms moeilijk te begrijpen wat kinderen in hun leven allemaal doormaken. Ik raad daarom iedereen aan om het boekje Op Reis van H.O.P.E. te lezen, om vervolgens als professional hopelijk met iets minder maakbaarheidsgedachten en wat meer bescheidenheid te kunnen luisteren naar de verhalen van kinderen. matthijs@berghauserpont.nl Matthijs van Dam
bron: Zorg&Sociaalweb 26-02-2021

(1) https://www.sociaalweb.nl/blogs/floortje-scheepers-onderneemt-met-mensen-zijn-ingewikkeld-een-dappere-poging-om-de-psychiatrie-meer-menselijk-te-maken

Afbeelding van Pezibear via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

artikelen SDO
Summer Koster

Participatie van jongeren bij beleid

Kinderrechtenorganisaties deden recent weer opnieuw de oproep aan gemeenteraden om jongeren te betrekken bij de ontwikkeling van beleid. Dit signaal is de afgelopen jaren vaker

Read More »