‘Snijd niet in de wijk’

Je kan op je vingers natellen dat de coronacrisis tot bezuinigingen zal leiden. Laten we toch op één ding zuinig zijn: de professionele infrastructuur in de wijk. Meer dan ooit is de buurt dé vindplaats van kwetsbare burgers.Door Monique Kremer
26 juni 2020

Bij de bakker in mijn Haagse stadsbuurt hangt een lief briefje voor mensen die zelf hun boodschappen niet kunnen doen. En bij de supermarkt wordt opgeroepen een kaartje te schrijven voor de mensen in het verpleeghuis om de hoek. De coronacrisis maakt veel solidariteit los, ons vertraagde leven schudt ons wakker. De oude buurman kon altijd wel wat hulp gebruiken, maar nu zien we het ook. En we hebben alle tijd omdat we thuis werken of, schrijnender, omdat we geen werk meer hebben.

Maar er is ook een ander verhaal over de buurt. Voor de meeste kwetsbaren is burenhulp meestal niet voorhanden of ontoereikend. En het professionele outreachende werk ligt grotendeels stil: wie komt er in coronatijd nog achter de voordeur? Wie al wel hulp kreeg, heeft te horen gekregen dat die wordt ‘afgeschaald’, zoals dat in organisatiejargon neutraal heet.

In de pijnlijke praktijk betekent het: eens in de twee weken een belletje in plaats van een wekelijks huisbezoek. Sommige cliënten, zoals jongeren met een licht verstandelijke beperking, zijn – letterlijk – buiten beeld geraakt, ze zijn ‘onvindbaar’ voor hulpverleners. Hoewel Microsoft Teams een fantastisch surrogaat is – oogcontact kan je er niet mee maken: tijdens het beeldbellen zie je steeds jezelf.

Anderhalvemetersolidariteit

Mensen raken steeds geprikkelder in de drukke openbare ruimte in de buurt. Die anderhalve meter afstand moeten we met elkaar oplossen en dat vraagt om andere omgangsvormen; ‘beleefde oplettendheid’, zou de socioloog Goffman zeggen. De choreografie is soms behoorlijk ingewikkeld geworden, vooral op smalle stoepen en in flatgebouwen. Elkaar gedag zeggen, lijkt ook minder vanzelfsprekend als de ander een potentieel gevaar is. Of als je op ruime afstand van elkaar staat.

En van wie is de openbare ruimte in de wijk? In mijn levendige buurt hebben op 1 juni twee cafés het statige plein geconfisqueerd. Het is te hopen dat je er nog steeds kan zitten zonder te moeten consumeren. Vooral jongeren worden de kop van Jut in de buurt-app, en ze worden sneller aangesproken en beboet. Waarom zien we meer politie en boa’s op straat dan jongerenwerkers of opbouwwerkers? Het zijn juist de sociale professionals die creatieve manieren moeten verzinnen om elkaar weer veilig te ontmoeten. Anders dreigt de anderhalvemetersamenleving beperkt te worden tot anderhalvemetersolidariteit: dat mensen zich enkel bekommeren om de kleine cirkel om hen heen.

De locatie van solidariteitspotentieel

Je kan op je vingers natellen dat de coronacrisis tot bezuinigingen zal leiden. Laten we toch op één ding zuinig zijn: de professionele infrastructuur in de wijk. Veel kan juist niet opgelost worden in de wijk; het aantrekken van de economie bijvoorbeeld, om maar wat te noemen. Maar meer dan ooit is de buurt dé vindplaats van kwetsbare burgers, de plek waar mensen elkaar tegenkomen, en de locatie van solidariteitspotentieel. Om dat te benutten, is een professionele sociale infrastructuur hard nodig. Want solidariteit is als elastiek; als je er te veel aan trekt, gaat de rek eruit.

Nu ben ik bang dat een oproep tot een intensieve wijkaanpak snel verzandt in weer een bloedeloze discussie over bestuurskundige principes. Naast 17 miljoen bondscoaches en virologen kent ons land 17 miljoen organisatiedeskundigen. Voor je het weet, word je om de oren geslagen met termen als ‘integraal’, ‘positionering’, ‘aansturingsconstructies’ en ‘opschaalbaarheid’. Als deze crisis één ding laat zien, is dat het improvisatietalent van veel gemeenten en organisaties; dat ze daadkrachtig, snel en met mededogen kunnen opereren.

Zet dus in op een inventieve professionele infrastructuur, goed zichtbaar en voor iedereen. Het buurtcentrum in mijn wijk, waar je je kan melden als je hulp nodig hebt, houdt zeker tot 1 juli de deuren gesloten, lees ik op hun website. Die moeten juist nu open!

Monique Kremer is hoogleraar Actief Burgerschap en werkzaam bij de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken.

Deze column verschijnt deze week in het zomernummer van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *