Jeugdzorg moet op de schop, en snel ook

peace-529380_1280

Wie nauwlettend naar de jeugdzorg kijkt, ziet een praktijk van ‘oorlogspraktijken’, knip- en plakwerkrapportages en systematisch onbenutte kennis aan zijn oog voorbijtrekken. Om de veiligheid van kinderen te garanderen, moet het bestaande systeem vlug en revolutionair anders.

Onlangs week heb ik wakker gelegen van de tv-documentaire 2doc Goede Moeders. Verloskundige Sylvia von Kospoth ontdekt daarin dat veel uithuisplaatsingen van kinderen gebaseerd zijn op slecht gefundeerde rapportages.

Volgens het ‘protocol’ moet zij als verloskundige standaard een zorgmelding bij Veilig Thuis doen als een moeder die al een uit huis geplaatst kind heeft, opnieuw zwanger wordt. We zien en horen de schrijnende verhalen van moeders bij wie de baby al vlak na de geboorte in het ziekenhuis is weggehaald door jeugdzorg. Moeders van wie de oudere kinderen in verschillende pleeggezinnen verblijven en waar ondanks de positieve veranderingen die zij inmiddels hebben doorgemaakt, het wantrouwen van jeugdzorg blijft bestaan.

Ik begrijp oprecht niet dat dit anno 2021 gebeurt

Von Kospoth bijt zich vast in deze zaken en probeert te achterhalen waarom de moeders hun oudere kinderen zijn kwijtgeraakt. Ze valt daarbij van de ene in de andere verbazing. Zo wordt een Afghaans gezin ter observatie opgenomen in een instelling, omdat het huis van deze familie te klein zou zijn. Sylvia leest in het dossier dat de Afghaanse moeder tijdens haar verblijf in de instelling hormooninjecties heeft gekregen om zwangerschap te voorkomen en dat zij en haar man niet bij elkaar mochten slapen. Ze noemt het ‘oorlogspraktijken’.

Na het zien van deze reportage, kon ik die avond maar moeilijk de slaap vatten. De documentaire raakt aan allerlei zaken waarmee ik in de loop van jaren als klinisch forensisch psycholoog te maken heb gehad. Het gebrek aan deugdelijk feitenonderzoek, het afgaan op ‘onderbuikgevoelens’ zoals de twee medewerkers van Veilig Thuis in de tv-productie zonder enige zelfreflectie aangeven, het feit dat rechters in Nederland op basis van vage observaties en interpretaties in de rapporten van jeugdzorg zo’n ingrijpende maatregel als uithuisplaatsing nemen. Ik begrijp oprecht niet dat dit in een ontwikkeld land anno 2021 gebeurt.

Woede over beroerde rapportages

Er is één scene in de documentaire waarin Sylvia haar ongeloof en haar woede over de werkwijze van de jeugdzorg met haar collega-verloskundige deelt (de scene begint op 1.01). Ze vertelt over de standaardzinnen die ze in verschillende rapporten terugziet, het ‘knip- en plakwerk’ dat pijnlijk evident is, als blijkt dat er nog namen van andere moeders in een rapport staan. Ouders worden ‘verstandelijk beperkt’ genoemd, zonder dat intelligentieonderzoek is verricht. De woede die Sylvia hierover uit, die heb ik ook al zo vaak gevoeld.

Een paar weken geleden nog, verrichtte ik met een collega aan de universiteit een onderzoek bij een negenjarig jongetje dat onder toezicht staat van jeugdzorg. Zijn ouders zijn een paar jaar geleden gescheiden. De jongen heeft op een gegeven moment aangegeven niet meer naar zijn vader te willen, omdat zijn vader hem knijpt en slaat.

Ook heeft het kind aan zijn moeder verteld over een incident in de slaapkamer waarbij hij de piemel van zijn vader in zijn mond moest doen en er ‘iets’ uitkwam, hij weet niet wat.

Jeugdzorg geeft in dit dossier aan ‘niet aan waarheidsvinding te doen’, zo staat het letterlijk in de laatste rechterlijke beschikking in deze zaak. De gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert, vindt dat de jongen weer omgang moet hebben met zijn vader, ook al is het kind extreem bang voor hem.

De advocaat van de moeder heeft zich tot de sectie Forensische Psychologie van de Universiteit Maastricht gewend. Daar zijn wij gespecialiseerd in de werking van het geheugen van kinderen en hebben we ervaring met het wetenschappelijk onderbouwde NICHD-interview protocol. Met dit gestructureerde interview is het mogelijk om door open vragen te stellen betrouwbare verklaringen van kinderen te verkrijgen. Het gaat dan om getuigenissen over wat kinderen hebben meegemaakt.

Aanwezige kennis wordt steevast niet benut

Binnen het Nederlandse familierecht en jeugdzorginstanties is nog steeds de dominante ideologie dat ouders ‘er samen moeten uitkomen’ en dat ouders het kind ‘samen’ moeten opvoeden. Dit is een nastrevenswaardig ideaal, maar alléén als het veilig is voor het kind.

Wetenschappelijk onderzoek in binnen- en buitenland heeft inmiddels aangetoond dat een deel van de zogenaamde vechtscheidingen eigenlijk helemaal geen ‘vechtscheidingen’ zijn. Het gaat daarbij wel om een situatie waarin een van de partners – en soms ook de kinderen – jarenlang geterroriseerd worden door de andere ouder, ook toen de relatie nog intact was. Door hier geen gestructureerd feitenonderzoek naar te doen brengt jeugdzorg – en uiteindelijk ook de familierechter die op basis van ondeugdelijke rapportages besluiten neemt – mensen grote schade toe.

Het is voor mij bijzonder navrant dat de wetenschappelijke kennis en de onderzoeksmethoden wel voorhanden zijn, maar dat die in de Nederlandse praktijk niet gebruikt worden. Ik heb in het verleden al vele pogingen ondernomen om dit systeem-falen onder de aandacht te brengen. Zo schreef ik opiniestukken in landelijke dagbladen, zoals: ‘Kindermishandeling, voer die adviezen nou eens uit’ en ‘Gebruik richtlijnen voor omgangszaken.’

In diezelfde periode had ik gesprekken met de toenmalige Tweede Kamerleden Vera Bergkamp, Mona Keijzer en Nine Kooiman. Zij boden een geïnteresseerd en luisterend oor, maar uiteindelijk bleef alles bij het oude. Anno 2021 zijn er nog steeds kinderen die uit huis geplaatst worden terwijl het daar wel veilig is, ‘fout-positieve’ diagnoses en besluiten. Omgekeerd worden kinderen gedwongen tot omgang met een ouder die het kind mishandeld heeft, ‘fout-negatieve’ diagnoses.

Waarom laten we complex werk over aan pas afgestudeerde twintigers?

Waarom hebben Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen geen kwaliteitsstandaarden waaraan hun onderzoeken en rapportages moeten voldoen? Waarom lukt het in het buitenland wel, en waarom hier niet? Buitenlandse voorbeelden zijn er te over.

In Duitsland mogen onderzoeken in kinderbeschermings- en familierechtszaken alleen verricht worden door specialistisch opgeleide rechts- en forensisch psychologen, experts die de noodzakelijke specialistische kennis hebben. Waarom laten wij dit complexe werk in Nederland over aan pas afgestudeerde twintigers, zoals Von Kospoth zich vertwijfeld afvraagt?

Er is een paradigmashift – een revolutionaire, wetenschappelijk gefundeerde verandering – nodig in het hele jeugdzorgsysteem dat zich bezighoudt met onderzoek naar de veiligheid binnen gezinnen. Dat vraagt om specifieke opleidingen (op hbo- en wo-niveau), kwaliteitsstandaarden waaraan professionals gehouden worden (bijvoorbeeld met behulp van feedback op de werkvloer en bij jaargesprekken) en academisering in de vorm van wetenschappelijke onderzoekevaluaties.

Ook het familierecht moet hervormd worden zodat het oplossingsgericht wordt en gezinnen in crisis helpt in plaats van hun problemen verergert. Aan de Nederlandse familierechters zou ik willen zeggen: lees deze zomer ‘Caring for Families in Court: An Essential Approach to Family Justice’ van de Amerikaanse jurist Barbara Babb en psycholoog Judith Moran. We moeten van elkaar leren op internationaal niveau en niet het wiel opnieuw uitvinden. Het is mijn diepgevoelde wens dat het nieuwe kabinet structureel werk gaat maken van deze paradigmashift en investeert in feitenonderzoek. Ik help er graag aan mee.

Tekst door: Corine de Ruiter

https://www.socialevraagstukken.nl/jeugdzorg-moet-op-de-schop-en-snel-ook/

Afbeelding van Annette Jones via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *