Sociaal Web: gezinsgerichte jeugdhulp is balanceren met hoofd en hart

Naast residentiële jeugdinstellingen en pleegzorg is er een andere vorm van jeugdopvang voor kinderen en jongeren die uit huis zijn geplaatst: de gezinshuizen. Steeds meer uit huis geplaatste minderjarigen vinden een veilige plek binnen een gezinshuis. Professionele zorg binnen een gezin. Kinderen weer te laten floreren door ze gewoon kind te laten zijn. Maar een groot hart en een warm thuis alleen is niet voldoende. In opdracht van VWS is door het werkveld zelf, met de inzet van veel organisaties en vooral de gezinshuisouders, de Kwaliteitscriteria Gezinshuizen opgesteld. Een succesformule!

Onveilig klimaat

Met de jeugdwet van 2015 wordt de nadruk verlegd naar jeugdhulp dichtbij het gezin, kleinschalig en het zo normaal mogelijk laten opgroeien en opvoeden van kinderen, ook voor kinderen waar de thuissituatie dermate onveilig is dat uithuisplaatsing nodig is. Het is de wens van veel gemeenten en de rijksoverheid om deze kinderen niet meer te plaatsen in (gesloten) residentiële jeugdinstellingen, maar zo veel mogelijk in gezinsgerichte jeugdhulp, als pleeggezinnen of Gezinshuizen. Ieder kind heeft recht op een veilige en stabiele omgeving. Veel van deze residentiële instellingen kunnen die veilige en stabiele omgeving niet bieden. Er is sprake van veel wisselingen van hulpverleners (diensten); regels, protocollen en beperkingen (repressie) creëren een leefklimaat die door veel jongeren als onveilig wordt beschouwd. Er is weinig contact en samenwerking mogelijk met de biologische ouders of het eigen netwerk; jongeren krijgen niet voldoende kansen om aan hun toekomst te werken door onderwijs of vrijetijd. Professionele ouders in Gezinshuizen kunnen dit wel, ze zijn 24/7 de constante factor. Er kwam hier een tijdje terug een kind wonen dat jaren in een woongroep had gezeten. ‘Wie is er morgen?’, vroeg ze bij het naar bed brengen. Ik legde uit dat ik hier ook sliep. ‘O!’, zei ze na een tijdje. ‘Nu snap ik het, jij bent de vroege, de late én de nachtdienst’. En zo is het!, vertelt gezinshuisouder Dorienke Klapwijk. En gezinshuisouder Anneke Veenstra vervolgt: ‘’de rol die wij als gezinshuisouder hebben is dat wij kinderen vanuit de jeugdhulp hier laten wonen in ons huis, in ons hart en dat we ze begeleiden naar een hele mooie toekomst.’’

Overheid als toezichthouder of facilitator? 

Het vanzelfsprekende van een gezin gecombineerd met de professionaliteit van de gezinshuisouders vormt de kracht van een gezinshuis. Door de groei van het aantal gezinshuizen neemt de vraag naar kwaliteitscriteria toe zonder daarbij het essentiële criterium van de pedagogische relatie uit het oog te verliezen. Het draait immers om kinderen weer gewoon kind te laten zijn en toekomst te bieden. In opdracht van het ministerie van VWS en naar aanleiding van het inspectierapport ‘Verantwoorde hulp voor jeugd in gezinshuizen’ uit 2016 is door vele organisaties, kennisinstellingen en direct betrokkenen – gezinsouders en ervaringsdeskundigen – gewerkt aan de Kwaliteitscriteria Gezinshuizen. Kinderen met zeer complexe gezinsproblematiek worden in een nieuw gezin geplaatst en dat stelt hoge eisen aan de geboden zorg. Veel gezinshuisouders zijn in feite zorgondernemer en dat geeft vrijheid en vooral veel verantwoordelijkheid. De minister geeft aan de kwaliteit te willen blijven borgen en verbeteren. De minister geeft een aantal punten aan die hierin belangrijk zijn: betere matching van jongere en gezinshuis; verruiming van de leeftijdsgrens in gezinshuizen (18+); versterken van de regionale aanpak en het leren en kennisdelen. De op samenwerking gerichte rol van overheidswege maakt het mogelijk om als gezinshuisouders elkaar onderling te versterken, te ondersteunen en samen met jeugdhulpinstellingen door te ontwikkelen. De landelijke overheid is daarmee niet slechts een toezichthoudende overheid, maar ook een faciliterende overheid waarin ruimte is voor doorontwikkeling van jeugdhulpinnovatie.

Een voorbeeld van deze samenwerking om tot doorontwikkeling te komen vormen de zogeheten crisisgezinshuizen. Daarin worden kinderen in een acute crisissituatie opgevangen in een gezinshuis. In zo’n crisisgezinshuis is er geen sprake van een matchingsprocedure en gaat het om een tijdelijke voorziening. Daarin zijn er ook aanvullende en andere kwaliteitscriteria nodig. Hierover voeren o.a. de crisisgezinshuisouders, de inspectie, de jeugdhulpinstelling (met franchiseformule) Gezinshuis.com en verschillende Hogescholen (Windesheim, Hogeschool Leiden, Christelijke Hogeschool Ede) gesprekken.

Eigen geur en kleur 

Voor veel gezinshuisouders vormen de kwaliteitscriteria de basis en de borging (het hoofd) om pedagogisch en traumasensitief te kunnen handelen (hart). Dat het hier om een sterke balans gaat verwoordt Anneke Veenstra: ‘’Wij kunnen heel innovatief werken, we denken buiten kaders, we zijn zelfstandig zorgondernemer.’’ Daardoor kunnen we onze eigen initiatieven gebruiken. Een hele verademing binnen de huidige stortvloed aan bestuurlijke en financiële problemen die er nu over de jeugdhulp gaat. Door het gezamenlijk ontwerpen van een stevig landelijk kwaliteitskader kunnen gezinshuizen daarbinnen een “eigen kleur en geur” hebben. Daarin staat het belang van kinderen en passende (maatwerk) zorg voorop. Veenstra geeft aan: ‘’Wij zijn een warm gezinshuis, maar je hebt ook lauwe en koude gezinshuizen. Daar passen ook kinderen bij. Sommige kinderen zijn zo getraumatiseerd dat ze niets met warmte en nabijheid kunnen.’’

Hoofdpijndossier

Voor veel regionale en lokale overheden is de jeugdhulp inmiddels een hoofdpijndossier geworden. De neiging bestaat om de touwtjes nog strakker aan te trekken. Het voorbeeld van de gezinsgerichte en kleinschalige jeugdhulp in de vorm van gezinshuizen laat zien dat dat niet de goede weg is. Laat op kleinschaligheid gerichte organisaties, professionals en gezinnen/jongeren vanuit hun ervaring samen een stevig kwaliteitskader opstellen en biedt vervolgens professionele ruimte om die verder te kunnen invullen en door te ontwikkelen. Dat is een succesformule, geeft een 14-jarige ervaringsdeskundige jongere aan, “hiermee krijgen wij de regie over ons leven en mogen ons verhaal vertellen in plaats dat anderen ons verhaal vertellen. Ik mag zelf oplossingen aandragen omdat ik ze ook ken, het is mijn probleem en mijn leven. Jullie geven ons vertrouwen en veiligheid om er onvoorwaardelijk te zijn!”

https://www.sociaalweb.nl/blogs/gezinsgerichte-jeugdhulp-balanceren-met-hoofd-en-hart

Dorien Graas

tam.graas@windesheim.nl

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *