Depressie is een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid.

girl-3141445__340

Depressie is een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid. Bert van den Bergh betoogt dat veel mensen kampen met een gemis aan elementaire verbondenheid met de wereld om zich heen. Depressie is eerder een relationeel probleem dan een stemmingsstoornis die met pillen of simpele oefeningen verholpen kan worden.Door Bert van den Bergh
2 maart 2020

Depressie-epidemie is een enigszins misplaatst woord, maar duidt een verontrustende realiteit aan. Misplaatst, omdat we hier natuurlijk niet te maken hebben met een besmettelijke ziekte. Verontrustend, omdat deze aandoening een belangrijk probleem is voor de volksgezondheid, met grote maatschappelijke gevolgen. De Wereldgezondheidsorganisatie noemt depressie zelfs een van de voornaamste oorzaken van disfunctioneren wereldwijd.

Allerlei initiatieven zijn daarom ontplooid om dit probleem te lijf te gaan: campagnesgala’stelevisie- en radioprogramma’s, websites, apps, enzovoorts. Mediapersoonlijkheden worden ingezet om ons te inspireren depressie bespreekbaar te maken en naasten bij te staan die ermee kampen.

We doen alsof we weten wat het is

Er is alleen een hinderlijk ‘bijkomend’ probleem: we weten niet goed wat depressie is. Vanwege de alarmerende omvang van de ‘epidemie’ hebben we de neiging te doen alsof we het wél weten. We vatten depressie ten onrechte vaak op als hersenziekte of hersenaandoening, met antidepressiva als favoriete remedie. Deze geven de getroffenen wellicht een duwtje in de goede richting, maar doen de bron van de aandoening vermoedelijk niet verdwijnen.

Ook de rol van een andere populaire remedie, cognitieve gedragstherapie, waarbij via oefeningen wordt getracht negatieve gedachtenspiralen te doorbreken, mag van een forse kanttekening worden voorzien. Kan een cognitieve benadering werkelijk zoden aan de dijk zetten voor iets dat in het DSM-handboek als ‘affectieve stoornis’ of ‘stemmingsstoornis’ wordt geclassificeerd?

Te midden van alles en iedereen is men verdomd alleen

Als we inzoomen op de ervaring van mensen die aan depressiviteit lijden, dan zien we dat een gevoel van isolement vaak het hart van de aandoening vormt. Existentieel isolement is wat depressiviteit bovenal kenmerkt. Te midden van alles en iedereen is men verdomd alleen.

De gedeprimeerde voelt geen verbinding meer met de wereld om zich heen en is als het ware opgesloten in het eigen lijf. Alles vertraagt. De toekomst is afgesloten, het verleden een doem, het heden een zwart gat. De openheid naar de wereld, naar anderen en ook naar zichzelf is dichtgegaan. Men staat alleen, te midden van alles. Men staat ernaast. Men is nergens meer.

Dit is het omgekeerde beeld van een geslaagd individu

Dat klinkt als de omgekeerde versie van het vandaag dominerende beeld van een geslaagd individu: de mobiele, succesvolle en genietende bv-Ik, voor wie alles mogelijk is en die alles uit het leven haalt. Met andere woorden: de flexibele producent, trendgevoelige consument en alerte interactivist met een ‘isolistische’ inborst, dat wil zeggen een sterke neiging tot egocentrisme en hedonisme.

Dat is het ideaalbeeld wat ons aldoor en alom wordt voorgehouden, op heel diverse, veelal impliete en geraffineerde wijzen. Het is een beeld dat onze passies bespeelt en waaraan we ons goedschiks of kwaadschiks spiegelen, met alle destructieve gevolgen van dien, zoals de genoemde ‘depressie-epidemie’. We voelen ons in ons isolisme vaak erg alleen. Het verwonderlijke is dat we niet goed doorhebben dat isolisme tot isolement leidt.

De ‘stemmingsstoornis’ depressie is daarom volgens mij in de grond een af-stemmingsstoornis. Wij worden gevormd én vormen onszelf tot isolistische wezens en kampen zodoende veelvuldig met een gemis aan elementaire verbondenheid met de wereld om ons heen.

Niet stemming maar afstemming verbeteren

Als we het tij van de depressie-epidemie willen keren, is een grondige en massieve herstemming of weder-afstemming geboden, op allerlei wijzen en niveaus. Bijvoorbeeld in het onderwijs, waar de laatste tijd veel rumoer is over studentenwelzijnsproblematiek.

Studenten, zo meldt men, lijden door prestatie- en financiële druk massaal aan depressies en angsten. Maar studentenwelzijn gaat niet alleen over druk, veerkracht, bevlogenheid en empowerment. Volgens onderwijsonderzoeker Vincent Tinto ontbreekt in dit rijtje het meest wezenlijke: sense of belonging. Tinto kwam na jarenlang onderzoek tot de conclusie dat de voornaamste bron van studie-uitval niet een tekort aan academische of intellectuele vaardigheden is, maar het ervaren van een gebrek aan ‘thuisgevoel’, aan het gevoel waarlijk deel uit te maken van een leergemeenschap.

Met het oog op het huidige studentenwelzijnsalarm moeten we onszelf de vraag stellen in hoeverre onze leergemeenschappen daadwerkelijk gemeen-schappen zijn. Ons (hoger) onderwijs is ingericht met een sterke focus op individuele competentieontwikkeling en carrièredrang. De binnenkomende student wordt aangesproken als isolist, als zelfbewuste eenling die weet waar zij of hij heen wil, vaardig is in zelfregie en zich bij tegenslag goed weet te empoweren. Dat lijkt me realistisch noch wenselijk. Dat moet anders. En dat gebeurt ook al, onder noemers als sense of belonginginclusiviteit en onderwijsresonantie. Dat is een begin.

Bert van den Bergh is filosoof en psycholoog en werkt als docent/onderzoeker aan De Haagse Hogeschool. Begin 2019 verscheen van hem ‘De schaduw van de zwarte hond: Depressie als symptoom van onze tijd’, Boom uitgevers Amsterdam.

Foto: Send me adrift. (Flickr Creative Commons)

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *