GEEN VERSCHUIVINGEN IN UITGAVEN DOOR DECENTRALISATIES

190725153442.euro-verdeling-geld.shrinkcentercrop.586x180

Na decennia van decentralisaties komen onderzoekers tot een verrassende conclusie: de decentralisaties hebben nauwelijks tot een verschuiving in uitgaven geleid tussen Rijk en lokale overheden.

Niet minder centraal

Uit de nieuwe cijfers blijkt dat de Nederlandse overheidsuitgaven, ondanks decennia van decentralisatiebeleid, sinds 1996 niet minder centraal zijn geworden. Het onderzoek van Maarten Allers, hoogleraar Economie van decentrale overheden aan de Rijksuniversiteit Groningen en Klaartje Peters,  bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan Maastricht University, is donderdag 25 juli verschenen in het vakblad Economisch Statistische Berichten (ESB).

Verbaasd

Allers zelf is ook verbaasd over de uitkomsten. ‘Het is al jaren beleid om steeds meer taken niet door de centrale overheid maar door lokale overheden te laten uitvoeren. Dit is zelfs vastgelegd in de Gemeentewet en de Provinciewet. Om recente decentralisaties, zoals bijstand, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg, is veel te doen. Dan verwacht je toch dat het rijk substantieel minder is gaan uitgeven en lokale overheden meer.’

Meer dan honderd procent 

Het is de eerste keer dat dit is uitgezocht. Eerdere pogingen daartoe strandden, om dat een optelsom van beschikbare CBS gegevens steevast tot uitkomsten boven de honderd procent van het totaal uitkwamen. Dat klinkt vreemder dan het is. Veel overheidseuro’s worden meer dan eens uitgegeven. Als voorbeeld noemen de onderzoekers het geld voor de bijstand. Dat geld wordt in eerste instantie vanuit de rijksbegroting aan gemeenten verstrekt. Vervolgens wordt het opnieuw meegeteld bij de gemeenten, als uitgaven aan bijstandsontvangers. En wordt de bijstand uitgevoerd door een gemeenschappelijke regeling, dan worden dezelfde euro’s zelfs drie keer meegerekend.

Nieuwe cijfers

De onderzoekers hebben deze uitgaven nu ontdaan van deze dubbeltellingen. Dat deden ze door elke euro uitsluitend mee te tellen in de uitgaven van de overheid die dat geld het laatst heeft vastgehouden. Opvallend is dat het gemeentelijke aandeel in de uitgaven in 2015, het jaar van de grote decentralisaties in het sociale domein, maar beperkt is toegenomen. Bovendien dalen de rijksuitgaven door de overdracht van taken naar gemeenten niet. Dit terwijl je zou verwachten dat decentralisatie niet alleen betekent dat gemeenten meer taken en dus geld krijgen, maar ook dat de centrale overheid minder uitgeeft.

Geen spatje minder

De onderzoekers concluderen dat Nederland sinds 1996 geen spatje minder centraal is geworden. 
In 1996 waren de uitgavenaandelen van de centrale overheid en de lokale overheid ongeveer even groot. Dat is de jaren daarna nooit veranderd. De onderzoekers geven twee mogelijke verklaringen voor deze onverwachte uitkomsten. In de eerste plaats waren er naast decentralisaties ook centralisaties, zoals bij de politie, en zijn de uitgaven aan de overgedragen taken niet hoog vergeleken met de totale overheidsuitgaven. In de tweede plaats komt bij decentralisaties vaak ook minder geld mee dan er eerst aan werd besteed, de zogenaamde efficiencykortingen. Deze kortingen spelen ook een centrale rol in de huidige discussies over de tekorten waarmee gemeenten kampen in de jeugdzorg.

Bron: www.binnenlandsbestuur.nl

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *