Geldverspilling in jeugdzorg komt door verkeerde aanpak probleemgezin.

father-and-son-2258681_1280

Als de gemeente weer de regie in handen neemt en zorginstellingen gaan samenwerken, blijven er straks genoeg middelen over voor goede jeugdzorg, betoogt Peter Cuyvers.

In de krant gooit Harrie Verbon een stevige knuppel in het hoenderhok van de jeugdzorg (O&D,12 maart). Eerst de overwinsten en fraude in eigen kring maar eens aanpakken, stelt hij, voordat het Rijk de tekorten aanvult! Ik ben het eens met het kritische geluid, maar de knuppel slaat helaas op de verkeerde kippen. Verbons voorbeelden van fraude, zoals bij zorgboerderijen, zijn terecht maar anekdotisch en financieel van marginale betekenis op het totaal van de jeugdzorgkosten.

Voordat we een heksenjacht op het platteland beginnen, kunnen we beter nagaan waar de grootste kosten en verspillingen in de jeugdzorg liggen. In feite is dat al jaren bekend, sterker, het was een van de geprononceerdste inzetten van het kabinet-Rutte II, en een van de redenen om de jeugdzorg aan gemeenten over te dragen.

Wat voor het Rijk en (later) provincie niet was op te lossen, was de ontwrichting van het hele stelsel door een relatief kleine groep zogenaamde ‘multiprobleemgezinnen’ (mpg) die niet alleen ongelofelijk veel geld kostten – gemiddeld meer dan 100 duizend euro per gezin per jaar – maar ook een enorme druk legden op de hulpverleners.

Oorzaak daarvan was de enorme verkokering en versnippering van het ‘systeem’, waardoor zo’n probleemgezin werd omringd door een twintigtal professionals, elk met verschillende taken voor een van de gezinsleden.

Bij gruwelijke gevallen als Savannah en het Maasmeisje is dat door de inspectie scherp in kaart gebracht, en recent weer, bij de ‘balkonmoord’ van een meisje door een verslaafde moeder, die door de vader van het meisje en door diverse buren al ettelijke malen was aangemeld bij jeugdzorg. In het geval van het vermoorde Rotterdamse meisje Humeyra kwam de teller zelfs op meer dan tachtig betrokken professionals.

Voor de goede orde en om niet ook de verkeerden te knuppelen, ook als al deze professionals hun stinkende best deden rond deze gezinnen samen te werken, konden ze dat vaak niet vanwege elkaar tegenwerkende regels en wetten. Regels die bijvoorbeeld ook eraan bijdragen dat een gezin met drie kinderen wegens een huurschuld van 5.000 euro uit huis wordt gezet en de gemeente vervolgens een kleine 500 duizend kwijt is aan jeugdinternaten en daklozenopvang. Niet bepaald in het belang van de kinderen overigens: de cijfers laten zien dat deze gezinnen vrijwel allemaal chronisch in de ellende zitten en dat ook overdragen aan volgende generaties, met doorlopende kosten.

En daar ligt de kern van de zaak: de enorme verspilling. Mijn bureau heeft in de afgelopen jaren in opdracht van het ministerie van Justitie de exacte kosten van multiprobleemgezinnen op gemeentelijk niveau in kaart gebracht.

Zo heeft in een gemeente met ruim 100 duizend inwoners een kleine groep huishoudens (681, meer dan 1 procent) de afgelopen vier jaar ruim 100 miljoen euro aan kosten opgeleverd in het sociale domein. Het miljard dat er straks vast bij komt voor de jeugdzorg zal net zo hard verdwijnen in het zwarte gat van de mpg-groep, waar nu landelijk op jaarbasis minimaal 7 en waarschijnlijk zelfs meer dan 10 miljard naartoe gaat. Natuurlijk is dit niet het probleem als het gaat om lokale kosten. Gemeenten moeten ook betalen voor kinderen die door artsen naar de ggz of door rechters naar de jeugdbescherming worden gestuurd, zaken waarover ze geen enkele controle hebben. Ook dit is een forsesysteemfout geweest bij de overdracht van taken aan gemeenten.

Maar wat de grootste fout van gemeenten zelf is geweest, is de strategische inzet op precies het verkeerde instrument om de probleemgezinnen aan te pakken.

Er werden overal (wijk)teams opgericht om de hulp ‘dicht bij huis’ te kunnen organiseren. Recent heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een evaluatie van de decentralisaties vastgesteld dat juist de kwetsbaarste gezinnen buiten beeld blijven bij deze teams. Wij zien dat terug in onze cijfers: de helft van de multiprobleemgezinnen is niet bekend in de lokale jeugdzorg.

Deze lokale (wijk)teams weten heel goed dat zij voor deze extreem zware gevallen niet over de ‘doorzettingsmacht’ beschikken om in complexe situaties knopen door te hakken. Dus focussen zij zich, begrijpelijkerwijs, op de lichtere gevallen waarvoor ze wel iets kunnen betekenen.

En toch hebben gemeenten wel degelijk de middelen gekregen om patstellingen rond een problematisch gezin op te lossen. Dit omdat voor het eerst de financiering van alle hulp in één hand ligt: die van de gemeente zelf. En de formule voor de aanpak is feitelijk best simpel: 1Gezin1Plan1Budget, met een enkele (zware) professional die over alle middelen kan beschikken, liefst geruggesteund door een enkele assertieve wethouder (die bij voorkeur over het hele sociale domein gaat). We weten dat het kan werken uit praktische successen, vaak geboekt in kleinere gemeenten met korte lijnen tussen bestuur, uitvoering en vooral ook de gezinnen zelf.

Voorwaarde is dan wel dat de zorginstellingen actief meewerken en niet vooral voor zichzelf gaan. Waarmee we weer bij de kritiek van Verbon op de jeugdzorg zelf zijn. Daar heeft zich immers (helaas) hetzelfde afgespeeld als in alle andere zorgsectoren: een ongebreidelde fusiegolf, waarin elkaar opeten belangrijker was dan de zorg zelf.

Op dit punt heeft Verbon zeker gelijk als hij signaleert dat er zo ‘fat cats’ zijn ontstaan met dure kantoren en ‘marktconforme’ salarissen van bestuurders, die het niet verdienen om (nog) meer zorggeld binnen te slepen. Maar hoe goed het ook zou zijn om dat aan te pakken, daar ligt dus niet het echte (finan­ciële) probleem in de jeugdzorg. Dat ligt in de verspilde miljarden voor multiprobleemgezinnen, die zonder enige verbetering van hun situatie jaar in jaar uit worden uitgegeven.

Als regering, gemeenten en instellingen nu – in plaats van de zoveelste blaming and shaming – erin slagen om gezamenlijk tot een radicale aanpak van het mpg-probleem te komen, zoals de decentralisaties bedoeld waren, zijn er genoeg middelen over om op de langere termijn een betaalbare jeugdzorg te krijgen.

Jeugdzorg waarin niet professionals en bestuurders met hun onderlinge gevechten centraal staan, maar de jongeren zelf. Daar hebben ze na een stuk of drie reorganisaties langzamerhand wel recht op.

Peter Cuyvers is pedagoog en oprichter van onderzoeksbureau c6Volg, gespecialiseerd in kostenanalyses op huishoudensniveau.

Peter Cuyvers16 maart 2021, 16:08

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/geldverspilling-in-jeugdzorg-komt-door-verkeerde-aanpak-probleemgezin~b47ba2f0/

Afbeelding van 4144132 via Pixabay

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

SAMENLEVING
Mandy Peper

Geen pak slaag op zondagavond

Eén op de vijf vrouwen in Nederland maakt huiselijk geweld mee, jaarlijks worden ruim 119.000 kinderen het slachtoffer van kindermishandeling. En dit gebeurt achter allerlei

Read More »