Hoe bespreek je kindermishandeling?

Conversation icon isolated on white background for your web and mobile app design

Ouders die worden aangesproken omdat zij mogelijk hun kinderen verwaarlozen of mishandelen, voelen zich vaak bedreigd in hun ouderschap. Een open en respectvolle houding is daarom belangrijk. ‘Ga naast ze staan en heb aandacht voor hun emoties.’

Auteur: Veronique Huijbregts | Fotografie: Thinkstock

Leestijd: 5 minuten

Het besef dat eigenlijk iedereen in de spreekkamer in een spagaat zit, hielp mij altijd bij gesprekken over mogelijke kindermishandeling,’ zegt Els Jonker. Tot haar pensionering in 2017 werkte ze als jeugdarts, nu is ze ambassadeur jonge mantelzorgers bij Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN). ‘Dat geldt voor de jeugdarts, die vertrouwen in de ouders moet hebben en tegelijk alert moet zijn op signalen dat het kind niet de juiste zorg krijgt. Maar het geldt ook voor de ouders en de kinderen, die hulp nodig hebben en tegelijk bang zijn voor ontdekking en beschuldigingen.’ 

Alles benoemen

Het is een groot voordeel dat je als jeugdarts kinderen in het bijzijn van de ouder – meestal – van top tot teen kunt onderzoeken, zegt Jonker. Zij besprak, wanneer ze dat deed, alles wat ze zag. Ze legde het kind en de meegekomen ouder uit waar ze naar keek en waarom. Bij zaken die ze vreemd of zorgelijk vond, vroeg ze door. Als de huid van een kind plakkerig aanvoelde bijvoorbeeld, zei ze: ‘Vertel eens, hoe vaak gaan jullie thuis onder de douche?’ Of bij zand aan de voeten en blauwe plekken op de benen: ‘Speel je vaak buiten? Weet je nog wanneer je die blauwe pekken hebt gekregen?’ Bij een nietszeggend antwoord kon ze uit het non-verbale gedrag opmaken dat er meer aan de hand moest zijn. Als blauwe plekken erop duidden dat een kind te hard was vastgepakt, dan verwoordde Jonker dat vermoeden. ‘Ik zei dan: “Hier maak ik me zorgen over en daarom wil ik nagaan wat er speelt.” Ik vertelde steeds wat mijn volgende stap zou zijn, zodat de ouders wisten wat er ging gebeuren. Die voorspelbaarheid in je gedrag is heel belangrijk. Ouders die over de schreef gaan, zijn argwanend en angstig. Als ze weten wat er gaat gebeuren, geeft dat rust.’’Vertel eens: hoe vaak gaan jullie thuis onder de douche?’

Goede vragen stellen

Respectvol met en over de ouders praten is een voorwaarde om een werkrelatie op te bouwen, benadrukt Jonker. ‘Dat betekent niet dat je moeilijke vragen uit de weg gaat. Je moet álles aan de orde durven stellen, zeker ook als het om seksualiteit gaat, maar zonder te oordelen. Daarin moet je jezelf blijven trainen.’ Jonker geeft een voorbeeld. ‘Ik onderzocht eens een kind dat haar lippen in een pruimenmondje trok toen ik haar gebit wilde bekijken. Ik zei tegen moeder: “Dit maak ik nooit mee. Zou het kunnen dat er wel eens iemand aan uw dochter zit?” “Ja,” zei moeder. “Wie dan?” “Mijn man. En ik denk dat hij ook nog andere kinderen misbruikt.” Mijn vraag zette het proces in gang, moeder was er anders uit zichzelf niet mee gekomen. Die man is opgepakt.’  Natuurlijk kreeg Jonker in haar praktijk met weerstand te maken. Ouders die briesend haar spreekkamer binnenkwamen en ontkenden dat er ook maar iets mis was. ‘Ik vind het volkomen begrijpelijk dat ouders in het geweer komen als ze voelen dat ze in de knel raken. Als ze me dan verontwaardigd vroegen waarmee ik me bemoeide, legde ik dat uit. Ik benoemde hun boosheid en toonde er begrip voor, maar ik zei ook: “We gaan wel kijken hoe we hiermee verder gaan.”

Niet beschuldigen

Ambassadeur kindermishandeling Henrique Sachse is vertrouwensarts bij Veilig Thuis. Jarenlang werkte ze als jeugdarts. Zij schrikt evenmin van boosheid als ze onderzoek doet voor Veilig Thuis. De ouders voelen zich bedreigd in hun ouderschap, zegt ze. Ze vrezen bijvoorbeeld dat hun kind uit huis wordt geplaatst. ‘Die angst proberen we meteen te ontkrachten. Als we ergens op huisbezoek gaan, maken we duidelijk dat we met een open mind komen. Ik licht de melding toe en zeg dan: “We onderzoeken een verhaal waarvan we niet weten of het klopt. We gaan met jullie in gesprek om jullie kant van het verhaal te horen.” Want iedereen heeft zijn eigen beleving, de ouders én de melder.’  Ouders moeten zich veilig voelen, vervolgt Sachse. ‘Ik ga als het ware náást de ouders staan, zoek altijd de verbinding. Ik vraag door, maar nooit beschuldigend. In mijn vragen kan ik heel ver gaan. Bij huiselijk geweld vraag ik bijvoorbeeld naar de seksuele relatie van de ouders. Stel dat de vrouw de man verwijt dat hij altijd naar porno zit te kijken, dan kan ik zeggen: tachtig procent van de mannen kijkt naar porno. Zo normaliseer ik het gedrag van de man.’’Iedere ouder wil het beste voor zijn kind. Ook deze ouders’

Oplossingen

Sachse bespreekt niet alleen haar zorgen, maar heeft ook oog voor de positieve kanten van de ouders. ‘We gaan samen op zoek naar oplossingen. Ik zeg bijvoorbeeld: “Ik hoor dat er bij jullie vaak wordt geschreeuwd als het bedtijd is. Kun je je een dag herinneren dat het rustig bleef? Hoe denk je dat dat kwam?” Ouders vinden het meestal erg lastig om te praten over wat er misgaat in hun gezin of relatie, of ze kampen met forse persoonlijkheidsproblemen. Maar in de praktijk kunnen we op deze manier toch vaak de verbinding leggen.’

Geef ouders de erkenning dat het moeilijk is en maak duidelijk dat je hun gevoelens begrijpt, adviseert Sachse. ‘Alle ouders willen het beste voor hun kind, ook deze ouders. Ze hebben het gevoel dat ze falen en schamen zich, maar duwen dat diep weg. Vaak hebben ze een slechte jeugd gehad. Om die nare ervaringen hebben ze een hek gezet. De geboorte van een kind kan dat hek openzetten, waardoor oude gevoelens van pijn en woede heel hevig terugkomen. Dat beeld van het hek gebruik ik vaak en ouders herkennen dat. Ik benadruk dat niet alleen het kind het recht heeft om gehoord te worden, maar ook zij. Ik zeg: “Het is heel belangrijk dat u weer de ouder voor uw kind kunt zijn die u graag wilt zijn, zoals u zich dat voorstelde toen de baby er net was.”’

Verbinding maak je door oprechte belangstelling te tonen, nieuwsgierig te zijn en je gelijkwaardig op te stellen, besluit Sachse. ‘Steeds op het niveau van de ouder. Dat is bij elke ouder anders. Het is maatwerk.’

Tips

  • Spreek de kinderen en de ouders apart. Soms is het handig om het oudergesprek bij hen thuis te houden.
  • Oefen dagelijks een open stijl van werken. Stel niet-beschuldigende vragen. Benoem feitelijk wat je ziet, ook als je dingen ziet die niet in orde zijn, maar zeg ook dat het om je eigen indruk gaat.
  • Benader ouders gelijkwaardig, voorspelbaar en met respect. Leg uit dat je iets vraagt vanuit je ervaring en deskundigheid.
  • Vraag door en schroom niet om confronterende vragen te stellen. Train jezelf om niet-oordelend te spreken over taboeonderwerpen.
  • Ga bij vermoedens van mishandeling niet overhaast te werk, tenzij de situatie levensbedreigend is. De mishandeling bestaat waarschijnlijk al enige tijd. Als je onnodig acuut ingrijpt, kan dat je handelen en communicatie negatief beïnvloeden.
  • Besteed aandacht aan wat ouderschap voor deze ouder betekent. Vertel zo nodig iets over een moeilijke situatie die je zelf als ouder meemaakte.
  • Beloof nooit geheimhouding, noch aan kinderen, noch aan ouders, maar zeg altijd wat je gaat doen en doe niets achter hun rug om.
  • Vertel het ouders en kinderen als je Veilig Thuis gaat bellen voor advies of om een melding te doen. Laat de ouders weten dat je erop let of ze hun spanning niet op het kind afreageren. Vertel dat je daarover ook navraag op school doet. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik vind het heel knap dat het kind me in vertrouwen heeft durven nemen.’

Hoe praat je met het kind? 

  • Wek geen verwachtingen die je niet kunt waarmaken, zoals geheimhouding.
  • Geef het kind mederegie over de situatie en laat het zelf keuzes maken.
  • Werk met voorbeelden: ‘Sommige kinderen vertellen dat…’ Die kunnen het kind herkenning geven en het gevoel dat het niet de enige is in een dergelijke situatie.
  • Geef het kind de ruimte om te kiezen wat het wel en niet wil vertellen.
  • Gebruik een signaal waarmee het kind de eigen grenzen kan aangeven, zoals een poppetje dat het naar voren kan schuiven als het ergens niet verder over wil praten.
  • Let goed op non-verbale signalen.
  • Praat op het niveau van het kind en gebruik concrete zinnen.
  • Zie handreiking participatie kinderen.

https://www.augeomagazine.nl/alert-magazine/achtergrond-hoe-bespreek-je-kindermishandeling

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *