Movisie: Ook jongeren kunnen vereenzamen Eenzaamheid hoort bij het leven

spider-web-3814558__340

Eenzaamheid kent vele gezichten – ook onder jongeren. Eenzaamheid hoort bij het leven, maar niet elke jongere beschikt over een sociaal vangnet of vaardigheden om met eenzaamheidsgevoelens om te gaan. Movisie ontwikkelde met de gemeente Amsterdam acht persona’s om eenzaamheid onder jongeren in beeld te brengen. ‘Er is een stereotiepe beeld van de eenzame jongere als een gepeste zonderling, maar dat klopt dus niet. Als we dat onder ogen zien, kan je het stigma wegnemen en dat maakt de aanpak makkelijker.’

Stel je voor: Lotte, 18 jaar, heeft net haar vwo-diploma gehaald. Ze heeft veel vrienden met wie ze in groepsverband uit gaat en bij wie ze altijd vrolijk doet, maar met geen van die vrienden praat ze over wat haar echt bezig houdt: haar twijfels over haarzelf, over een vervolgstudie, haar toekomst. Als ze thuis komt na een avondje stappen, overvalt haar een gevoel van somberheid en eenzaamheid. Eenzaamheid associëren we met ouderdom, maar de realiteit is dat het voorkomt onder alle leeftijden, ook bij jongeren. Terwijl we eenzaamheid bij ouderen normaal vinden of in ieder geval begrijpelijk, is eenzaamheid bij jongeren een taboe. De norm is het hebben van veel vrienden en altijd plezier hebben. Dat heeft Lotte toch? Maar Lotte mist een goede vriendin met wie ze haar onzekerheden en twijfels een-op-een kan delen. Schaamte helpt Lotte niet om haar gevoel dat ze er alleen voor staat met iemand te delen. En dus is hulp ver weg.

Lotte is een van de acht persona’s, gemaakt op basis van interviews met eenzame jongeren en deskundigen als onderdeel van de Aanpak Eenzaamheid Amsterdam. Het doel is eenzaamheid onder jongeren een gezicht te geven, of eigenlijk gezichten want eenzaamheid kent vele gezichten. Behalve Lotte is er bijvoorbeeld ook Hamza (18) die worstelt met de aansluiting tussen thuis en zijn studie bouwkunde. Joyce (16) die een licht verstandelijke beperking heeft en zich door niemand begrepen voelt. En Shelby (15) die sinds de scheiding van haar ouders veel is gaan eten, gepest wordt op school en haar moeder daar niet mee wil lastig vallen, want die heeft het al zo moeilijk. 

Ernstige gevolgen

Omdat er verschillende meetinstrumenten zijn waarmee je eenzaamheid kunt meten, lopen de uitkomsten van het beschikbare onderzoek naar de omvang nogal uiteen: tussen de 40 tot 70 procent van de 12- tot 25-jarigen voelt zich soms eenzaam. Dat is veel, maar op zich geen reden om paniekerig over te doen, want je af en toe eenzaam voelen is normaal, aldus Jan Willem van de Maat, expert eenzaamheid van Movisie en betrokken bij het opstellen van de  persona’s. Het wordt problematisch als gevoelens langdurig aanhouden, en dat is het geval bij 3 tot 10 procent van de jongeren. Langdurige eenzaamheid kan leiden tot mentale en fysieke effecten als slapeloosheid, angst, depressie, verslaving, zelfs tot hart- en vaatziekten en heeft gevolgen voor het maatschappelijk functioneren zoals uitval op school en werk. En dat is de reden om wel degelijk alert te zijn op eenzaamheidsgevoelens.

‘Er is een stereotiepe beeld van de eenzame jongere als een gepeste zonderling, maar dat klopt dus niet’

Susan de Vries, als onderzoeker werkzaam bij Movisie: ‘Je wilt voorkomen dat het erger wordt, van eenzaam naar vereenzamen. De grens is niet hard, een paar weken je eenzaam voelen is niet per se problematisch, maar een half jaar of langer wel.’ 

Oorzaken

Eenzaamheid bij jongeren kan vele oorzaken hebben, zo laten de persona’s zien. Lotte kan prima contacten leggen, maar ze heeft een laag zelfbeeld waardoor ze die contacten nauwelijks waardeert. Joyce mist de sociale vaardigheden om vrienden te maken, net als Shelby die bovendien haar thuissituatie niet mee heeft. Gerine Lodder, onderzoeker bij de Universiteit van Tilburg en gespecialiseerd in eenzaamheid onder jongeren, stelt dat veelvoorkomende oorzaken van eenzaamheid bij jongeren grofweg in drie categorieën in te delen zijn: problemen met sociale vaardigheden, cognitieproblemen zoals een negatief zelfbeeld, en aansluitingsproblemen met de omgeving of met het vinden van steun uit de omgeving, zoals gepest worden op school of scheidende ouders. Lodder: ‘Het gaat om dynamische processen en bijna altijd een combinatie van factoren.’ Factoren waar niet eenzame jongeren ook mee te maken hebben. ‘Ze leiden dus niet per definitie tot eenzaamheid, maar vaak beïnvloeden ze de mogelijkheden om gezond om te gaan met eenzaamheidsgevoelens.’ De Vries vult aan: ‘Er is een stereotiepe beeld van de eenzame jongere als een gepeste zonderling, maar dat klopt dus niet. Als we dat onder ogen zien, kan je het stigma wegnemen en dat maakt de aanpak makkelijker.’ 

Aanpak

Duidelijk maken dat schaamte over eenzaamheid onterecht is, is stap één in de aanpak. Stap twee is jongeren toerusten om met eenzaamheid om te gaan, aldus Van de Maat. ‘Door ze te trainen in het leggen en onderhouden van contacten, het vergroten van zelfvertrouwen, het omgaan met teleurstellingen.’ Dat hoeft niet onder het kopje ‘bestrijden van eenzaamheid’, aldus Van de Maat. Het gaat om levensvaardigheden, bijvoorbeeld als onderdeel van burgerschapsvorming, waar tegenwoordig meer aandacht voor is.

Interventies bij ernstig eenzame jongeren vereisen maatwerk, aldus Lodder. De verschillen zijn groot. Professionals en vrijwilligers moeten zich, in hun enthousiasme iemand te helpen, leren in te houden en niet meteen met een maatje of een sociale activiteit aan komen. ‘Eerst goed kijken. De ene jongere heeft training in sociale vaardigheden nodig, de ander in bijvoorbeeld meer zelfvertrouwen.’ De ideale benadering van een sociaal probleem als eenzaamheid heeft drie lagen, stelt Lodder. Het begint met preventie, voor iedereen, met brede campagnes en het stimuleren van ontmoeting. Vervolgens is er de ‘geïndiceerde preventie’, gericht op risicogroepen, bijvoorbeeld mensen met autisme problemen sociale vaardigheden aanleren, of migrantenkinderen aan een coach helpen. Ten slotte zijn er interventies op individueel niveau voor mensen die echt al diepgewortelde problemen hebben en waarvoor preventie niet werkt.

‘Het gevaar is het verwisselen van doel en middelen’

Lodder: ‘Het gevaar is het verwisselen van doel en middelen. We weten van onderzoek bij ernstig eenzame volwassenen dat alleen ontmoeting stimuleren hen niet helpt. Omdat er onderliggende problemen zijn, zoals met de vaardigheid om contact te maken of negatieve cognities die het positief waarderen van die contacten belemmeren. Ontmoeting kan dan de problemen zelfs vergroten, omdat het een bevestiging kan opleveren: ‘zie je wel, het werkt weer niet, ik kan het niet’. Van de Maat wijst naar de persona’s: Lotte heeft baat bij iets anders dan Hamza, hij heeft weer iets anders nodig dan Shelby. ‘Met de persona’s brengen we de diversiteit in kaart en de complexiteit en verwevenheid de problematiek.’ Het eerste doel is nu om eenzaamheid bespreekbaar te maken en het taboe op gevoelens van eenzaamheid te verminderen.’ 

Verantwoordelijkheid

Bij wie ligt eenzaamheid op het bordje? Een goede vraag, vindt Lodder, waar geen kort antwoord op mogelijk is. ‘Het is een samenlevingsvraagstuk. Het begint met meer naar elkaar omzien, maar een welgemeend ‘goedemorgen’ van de buschauffeur is niet voldoende. De meer georganiseerde vormen van de samenleving moeten ook meedoen, van gemeente tot onderwijs. Ze wijst op de neiging bij instanties om hardnekkige problemen als eenzaamheid naar elkaar af te schuiven. ‘Daar is altijd wel een goede reden voor, maar beter is om in te zien en open te staan voor wat je zelf kan doen. Het onderwijs kan  bijvoorbeeld eenzaamheid beter signaleren en jongeren handvatten bieden.’

‘Eenzaamheid is zowel een particulier als een maatschappelijk vraagstuk’

Ook De Vries wijst niet één kant op. ‘Eenzaamheid is zowel een particulier als een maatschappelijk vraagstuk. De eerste rol is voor ouders, vervolgens de sociale omgeving, bij beiden is bewustzijn nodig over aansluitingsproblemen van jongeren, die worden vaak over het hoofd gezien of onderschat.’ In de meeste van acht persona’s zijn ouders een belangrijke oorzaak van eenzaamheid. Van de Maat: ‘In de voorbereidende interviews kwam dat vaak aan de orde. Daarom ligt er ook een grote verantwoordelijkheid bij de omgeving, aldus Van de Maat, om te beginnen de school, zowel in het signaleren als het voorkomen door sociale vaardigheden te trainen en het leren omgaan met tegenslagen. ‘Maar ook het verenigingsleven zoals sportclubs, maatschappelijk werkers en jeugdwerkers hebben een rol.’ Hij pleit niet om meer geld. ‘Nee, het gaat in eerste instantie om meer alertheid. Aandacht dat slechte schoolprestaties, slapeloosheid of depressie signalen kunnen zijn dat iemand niet voldoende aansluiting met anderen kan vinden.’ https://www.movisie.nl/artikel/ook-jongeren-kunnen-vereenzamen

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *