Opinie van Wolters Kluwer Schulinck over het vaststellen van een PIP

Delen op Social Media

Leestijd: 3 min.

Een vroege start. De tijd in het AZC niet verspillen. Dat was de slogan voor het nieuwe inburgeren. Toch hadden gemeenten op 28 februari 2023 voor slechts 308 van de 9.747 inburgeringsplichtigen die nog in een AZC verbleven een PIP vastgesteld. Hoe jammer! Want zonder PIP kunnen inburgeringsplichtigen niet optimaal profiteren van de verrichting van activiteiten en arbeid tijdens het verblijf in het AZC. En lopen gemeenten (financiële) voordelen mis.

Zo’n 40 AZC’s hebben een Meedoenbalie. Via de Meedoenbalies kunnen AZC-bewoners meedoen aan recreatieve en sportieve activiteiten en informeel taalleren. Ook begeleiding naar vrijwilligerswerk en betaalde arbeid behoort tot de mogelijkheden. Door mee te doen vergroten ze hun kennis van de Nederlandse taal en cultuur, doen ze werkervaring op en komen ze in aanraking met Nederlanders. Om dit allemaal mogelijk te maken werkt het COA samen met lokale vrijwilligerscentrales, gemeenten, werkgevers en lokale (maatschappelijke) organisaties.

Nut van meedoenbalies

Het behoeft geen betoog dat het welzijn van AZC-bewoners en hun inburgering op grond van de Wet inburgering 2021 gebaat zijn bij het verrichten van dergelijke activiteiten en arbeid (via de meedoenbalies) tijdens hun verblijf in het AZC. De Tweede Kamer heeft minister Van Gennip (SZW) trouwens met een motie verzocht om de mogelijkheden te verkennen van meerjarige financiering van de Meedoenbalies.1

Een argument dat deze motie kracht bijzet zijn de vele overschrijdingen van de afgesproken verblijfsduur van 14 weken na vergunningverlening.2

Inburgeringsplichtige AZC-bewoners hebben nóg meer profijt van de verrichting van activiteiten en arbeid als hun PIP is vastgesteld vóórdat die activiteiten en arbeid plaatsvinden.

Nóg meer profijt

Maar inburgeringsplichtige AZC-bewoners hebben nóg meer profijt van de verrichting van activiteiten en arbeid als hun PIP is vastgesteld vóórdat die activiteiten en arbeid plaatsvinden. Activiteiten en arbeid van ná het PIP3 die overeenkomen met bepaalde onderdelen uit het PVT, de MAP, de Z-route of de B1-route4, kunnen namelijk in mindering worden gebracht op die onderdelen.5 Op die manier zijn deze inburgeringsplichtigen eerder klaar met hun inburgering op grond van de Wet inburgering 2021.

PIP zo vroeg mogelijk vaststellen

Het is voor inburgeringsplichtige AZC-bewoners die activiteiten en arbeid verrichten tijdens hun verblijf in het AZC dus belangrijk dat gemeenten hun PIP zo vroeg mogelijk vaststellen. Dat kan al vanaf de koppeling aan de gemeenten waar zij zullen worden gehuisvest na hun verblijf in het AZC. Gemeenten kunnen gegevens over deze inburgeringsplichtigen ook al in de Portal Inburgering raadplegen zodra ze aan de gemeenten zijn gekoppeld.6

Voordeel voor gemeente

Niet alleen inburgeringsplichtigen die activiteiten en arbeid verrichten tijdens hun verblijf in het AZC zijn gebaat bij een zo vroeg mogelijke vaststelling van het PIP. Ook gemeenten hebben er (financieel) voordeel bij. Doordat zij activiteiten en arbeid van ná het PIP in mindering kunnen brengen op bepaalde onderdelen uit het PVT, de MAP, de Z-route of de B1-route, hoeven zij niet altijd een volledig PVT, een volledige MAP of een volledige leerroute aan te bieden, die ze anders wel moeten aanbieden. Op die manier kunnen zij mooi meeliften op de Meedoenbalies in het AZC.

Meer weten?

Wil je als gemeente op de hoogte blijven van alle actuele ontwikkelingen op het gebied van de Wet inburgering 2021? Neem dan een abonnement op onze Kennisbank Schulinck Inburgering.

1 In het tweede kwartaal van 2023, bij de Voorjaarsnota, komt minister Van Gennip (SZW) bij de Tweede Kamer terug op dit verzoek, zie Kamerstukken II 2022/23, 32824, nr. 383. Voor 2023 is de financiering nog verzekerd, zie Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XV, nr. 21.

2 Op 8 juli 2022 verbleven circa 15.000 vergunninghouders bij het COA, waarvan 8.500 langer dan 14 weken wachtten op een woning, zie Kamerstukken II 2021/22, 32847 nr. 929, d.d. 11 juli 2022.

3 Activiteiten en arbeid die vóór het PIP zijn verricht tellen niet mee. Hierop bestaan wel wat uitzonderingen; daarbij gaat het om activiteiten en arbeid in het kader van, of gedurende de brede intake. Zie artikel 3.1, vijfde lid, artikel 3.2, derde lid, artikel 3.14, zesde lid, artikel 5.3, vijfde lid, en artikel 5.5, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021.

4 Bij de B1-route alleen in de situatie van afschalen van taalniveau B1 naar taalniveau A2, zie artikel 5.5, tweede lid, van het Besluit inburgering 2021.

5 Lessen en training binnen het programma voorbereiding op inburgering in het AZC van ná het PIP zullen doorgaans niet (kunnen) meetellen, want het programma voorbereiding op inburgering zal meestentijds stoppen na de vaststelling van het PIP, zie artikel 10 van de Wet inburgering 2021 en artikel 3.17, vierde lid, van het Besluit inburgering 2021 dat bepaalt dat deelname aan voorbereiding op de inburgering het inburgeringstraject in geen geval mag vertragen. Ruimte om dergelijke lessen en training wel mee te tellen is er wél als die het inburgeringstraject niet vertragen.

6 DUO ontvangt van het COA gegevens over de verblijfsplaats waar de inburgeringsplichtige op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet zal worden gehuisvest na zijn verblijf in het AZC, zie artikel 34, zesde lid, van de Wet inburgering 2021. Gemeenten ontvangen via de Portal Inburgering van DUO gegevens over inburgeringsplichtigen, zie artikel 33, onderdeel a, van de Wet inburgering 2021.

Ontdek meer

Volledig overzicht bekijken?