Oproep: Doorbreek de jeugdbeschermingsketen

children-1149671__340

Ton van Yperen en Rutger Hageraats pleiten voor een andere werkwijze in de jeugdbescherming. Lees hieronder hen pleidooi. Maar wij zijn vooral nieuwsgierig: jeugdbeschermers, sociaal team, jeugdprofessionals: welke behoeften signaleren jullie? Hoe zouden jullie je werkzaamheden anders willen doen? En wat zou de keten en de inwoners daadwerkelijk helpen?

Ministers Hugo de Jonge en Sander Dekker hebben aangekondigd dat ze de jeugdbescherming willen vereenvoudigen.(1) Zo’n vereenvoudiging is hard nodig, want door de betrokkenheid van veel verschillende instanties is de organisatie van het stelsel onoverzichtelijk en ineffectief. En dat maakt het leven van gezinnen die met jeugdbeschermingsmaatregelen te maken hebben er bepaald niet gemakkelijker op. Maar er is meer nodig dan een vereenvoudiging van het stelsel.

Tom van Yperen en Rutger Hageraats 

Het is tijd om fundamenteel anders te gaan werken. De hardheid van jeugdbeschermings­maatregelen staat in schril contrast met de realiteit waarin veiligheid een diffuus begrip is, veiligheidsrisico’s wisselend geïnterpreteerd worden en oplossingen om de veiligheid te vergroten minder maakbaar blijken dan we soms denken. Daarom moeten zorgen over veiligheid bespreekbaar zijn, op elk moment en door iedereen. En daarom is er pas sprake van oplossingen als die gezamenlijk gekozen worden en de veerkracht van het gezin en de steun uit de sociale omgeving versterken.

Complexe keten

Een hele keten van instanties is betrokken bij de veiligheid in gezinnen:

  • De politie signaleert mogelijk onveilige situaties;
  • Lokale teams hebben een rol in de signalering en bieden laagdrempelige hulp;
  • Veilig Thuis geeft advies en doet onderzoek bij een melding;
  • De Raad voor de Kinderbescherming doet verder onderzoek voor de rechter;
  • De rechter beslist of een jeugdbeschermingsmaatregel nodig is;
  • Een Gecertificeerde Instelling voert een maatregel uit en schakelt aanvullende hulp in;
  • Jeugdhulp biedt die aanvullende hulp.(2)

Voor jeugdigen en ouders is het verwarrend en frustrerend om met deze stoet aan organisaties te maken te krijgen. Vaak zijn er zelfs nog meer instanties betrokken, bijvoorbeeld voor hulp bij schulden, psychische problematiek of huisvestingsproblemen. Door het gebrek aan onderlinge samenwerking is de hulp versnipperd en weinig effectief. Een jeugdbeschermingsmaatregel, die ouders toch al niet in de koude kleren gaat zitten, zorgt dat interventies gericht op het wegnemen van acute veiligheidsrisico’s gaan domineren boven andere noodzakelijke vormen van ondersteuning. Wat ons betreft moeten daarom drie zaken centraal komen te staan in de reorganisatie van de jeugdbescherming: dialoog, een herkenbare aanpak en focus op duurzame inzet van het gezin en het netwerk.

Diffuse begrippen vragen om goede dialoog

Om te bepalen of een jeugdbeschermingsmaatregel op zijn plaats is of niet, moeten taxaties worden gemaakt van zaken die niet eenvoudig te definiëren zijn: de mate van veiligheid of ontwikkelingsbedreiging, de mate waarin ouders weer verantwoordelijkheid kunnen nemen of bereid zijn om hulp te accepteren. Afgezien van gevallen van expliciet huiselijk geweld en evidente kindermishandeling in combinatie met pertinente weigering van hulp door de ouders, blijken de meeste situaties niet zo eenduidig. Onderzoek laat dan ook zien dat professionals vaak verschillend oordelen over een zaak.(3) Gebruik van richtlijnen, instrumenten, wegingskaders en dergelijke blijkt hiervoor weinig soelaas te bieden. En dat is logisch, want veiligheidsrisico’s laten zich moeilijk objectiveren. Het enige vrij goed objectiveerbare gegeven is dat iemand zich kennelijk zorgen maakt over de situatie van een kind. Vervolgens blijkt het niet te werken als professionals zonder de inbreng van de ouders en het kind proberen een waarheid te creëren waarmee zij interventies kunnen legitimeren. Wat wel werkt is dat professionals met de ouders en het kind vanaf het begin een goed gesprek voeren over de zorgen die zijn geuit. Werkzame principes daarvoor zijn:

  • duidelijkheid geven over het wat en waarom van de zorgen;
  • in samenspraak analyseren van de situatie en de ontwikkeling van kinderen;
  • gelijkwaardig samenwerken met kinderen en ouders, met de uitnodiging keuzes te maken, feedback te geven, regie te nemen;
  • kinderen en opvoeders motiverend en oplossingsgericht ondersteunen.(4)

En laat nu net een belangrijke klacht van opvoeders en jeugdigen zijn dat er in de jeugd­bescher­ming teveel over hen wordt beslist, en te weinig met hen.(5) Naar hun idee is er niet altijd sprake van een echte dialoog waarin de verschillende percepties over de veiligheid aan bod komen.

Hiermee hebben we dus het eerste fundamentele verbeterpunt te pakken: omdat het bij veiligheid gaat om diffuse begrippen, zou de dialoog met de ouders en de jeugdigen een basisprincipe voor al het werk in de hele keten moeten zijn.

Van een verwarrend systeem naar een herkenbare werkwijze

De versnipperde hulp in de jeugdbescherming bestaat al lang. De oplossing is vaak gezocht in optimalisering van het systeem, bijvoorbeeld met de verwijsindex of de gezinscoach. Onderzoek laat zien dat dit soort maatregelen over het algemeen beperkte effecten heeft op de kwaliteit van de hulp, omdat ze het versnipperde systeem in stand laten en de inhoudelijke aanpak niet veranderen.(6) Voor de verbetering van die inhoudelijke aanpak beschikken we inmiddels over veel waardevolle kennis en ervaring, veelal ‘verpakt’ in kwaliteitskaders, instrumenten en werkwijzen. Wat daarbij opvalt is dat deze verpakking net zo verkokerd is als het stelsel zelf. Een heel recent voorbeeld daarvan is het kwaliteitskader ‘Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten’ dat in 2019 is uitgebracht.(7) Dat kader geeft op een heldere manier weer wat de taken van de wijkteams, Veilig Thuis en de gemeenten zijn, maar legt geen expliciete verbinding met het werk van de Gecertificeerde Instellingen. Dat is gek, want lokale teams vervullen voor hen een belangrijke rol. Bijvoorbeeld omdat een gezin na een maatregel vrijwillige ondersteuning nodig kan hebben. Ook is in het kwaliteitskader niet beschreven welke taken het lokale team heeft in de ondersteuning van professionals in het onderwijs, de huisartsenpraktijk of de sport bij het voeren van een goed gesprek met kinderen, jongeren en opvoeders als er zorgen zijn over de veiligheid. Zo hebben instanties in de jeugdbeschermingsketen meer kwaliteitskaders en werkwijzen ontwikkeld waarin veel noodzakelijke onderlinge verbindingen ontbreken.

Deze constatering leidt tot het tweede fundamentele verbeterpunt: alle betrokken instanties moeten uit hun kokers komen. We weten inmiddels welke centrale principes er zijn, naast de punten die we hierboven al noemden, als het gaat om de ondersteuning van de gezinnen:

  • het gezin als uitgangspunt nemen (niet alleen het kind) zodat de oorzaken van de zorgen worden aangepakt;
  • een samenhangend plan (helpen) opstellen, waarmee de doelen van betrokkenen zijn te realiseren;
  • de voortgang volgen, monitoren en evalueren;
  • samenwerken van professionals met een gemeenschappelijke taal en visie.(8)

Deze principes zouden eigenlijk herkenbaar moeten zijn in de aanpak van iedereen die zich zorgen maakt om de veiligheid van kinderen, zodat kinderen en opvoeders een veel consisten­tere steun ervaren.

Van beperkte maakbaarheid door professionals naar duurzame inzet van gezin en netwerk 

De effectiviteit van het professioneel handelen in de jeugdbescherming is helemaal niet zo groot als we zouden willen.(9) We zien die effectiviteit de laatste decennia voor het eerst in lange tijd wel verbeteren, maar er blijven beperkingen bestaan. Zo ligt de focus nog steeds vrij sterk op het risicodenken: welke zaken in het opgroeien en opvoeden van kinderen vormen een bedreiging voor hun ontwikkeling? Aandacht voor risico’s, bijvoorbeeld ouders die vaak ruzie hebben of ouders die frequent schoolverzuim toestaan, is nuttig voor signalering en onderkenning. Maar een juiste weging van de situatie vraagt ook om aandacht voor beschermende factoren: gaan ouders positief met het kind om, zijn er in de omgeving steunende personen, beschikt het kind over sterke competenties? Voor een bredere blik op de effectiviteit van professioneel handelen is denken in risico’s én beschermende factoren nodig.

Daarnaast geldt dat gezinssituaties maar in beperkte mate te optimaliseren zijn, zeker als het gaat om de bijdrage van professionals. Geloof in het nut van die bijdrage is goed, want het voedt de ambitie om de hulp steeds verder te verbeteren. Maar het kan ook averechts werken als we de oplossingen teveel aan het professioneel handelen toerekenen en daarmee het duurzaam herstellend vermogen van gezinnen verzwakken. We weten inmiddels wat belangrijke principes zijn in werkzame ondersteuning – bovenop de punten die we al eerder noemden:

  • helpen de sterke punten en hulpbronnen van het gezin in kaart te brengen;
  • kinderen, ouders en hun netwerk zelf mogelijke oplossingen laten aandragen.(10)

Het derde fundamentele verbeterpunt is daarom: een focus op een jeugdbescherming die een duurzame inzet van het gezin zelf en hun netwerk nastreeft. Dat betekent een brede oriëntatie op de factoren die van belang zijn en een gezamenlijke weging van die factoren met het gezin. En het betekent zoeken naar oplossingen die de gezinnen zelf en mensen in hun netwerk kunnen aandragen en realiseren.

De verbeteringen die we hier hebben geschetst kunnen niet in alle gevallen de hardheid van een jeugdbeschermingsmaatregel verzachten. Wel verkleinen ze de kans dat zo’n maatregel überhaupt nodig is, en vergroten ze de kans dat maatregelen korter hoeven te duren en meer effect hebben. En dat is beter voor de kinderen en hun gezinnen.

Tom van Yperen is Expert kwaliteit jeugdstelsel bij het Nederlands Jeugdinstituut en bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Rutger Hageraats is directielid bij het Nederlands Jeugdinstituut. 

Dit artikel is ook terug te vinden in ons dossier Ketensamenwerking Jeugd

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

2 gedachtes op “Oproep: Doorbreek de jeugdbeschermingsketen”

  1. Als ik hier over iets wil schrijven , ben ik wel een dag bezig.

    Vanuit het CJG , vrijwillig kader is de samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming, JBnoord, Veilig Thuis vaak niet goed.
    Wij het vrijwillig kader, staan onderaan in de Hiërarchie.
    Advies wordt niet meegenomen, terwijl het CJG de contacten heeft, met ouders en kinderen, vaak al voor langere tijd.
    Roepen in de woestijn.
    Moedeloos wordt je ervan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *