Wat kunnen we leren van het Deventer jeugdhulp model?

children-1879907__340

Hoe Deventer de jeugdzorg wél kan betalen (en zelfs geld overhoudt)

Deventer kan als voorbeeld gelden voor gemeenten die worstelen met forse tekorten op de jeugdzorg, zegt expert jeugdstelsel Tom van Yperen van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Waar veel andere gemeenten miljoenentekorten noteren, houdt Deventer geld over. Opgeteld 1,3 miljoen over 2018. Hoe doet Deventer dit?

Oplossing 1: hou geld achter de hand voor tegenvallers

Het geheim van Deventer volgens wethouder Frits Rorink (CDA)? Hij somt op: vroegtijdig problemen signaleren. Jongeren niet onnodig de dure zorgmolen insturen. Veel inzetten op het voorkomen van problemen. Professionals uit de zorg inschakelen bij de vraag of jeugdhulp daadwerkelijk nodig is en niet teveel op het bordje leggen van ambtenaren. Deventer houdt over 2018 1,3 miljoen over, dat het uit voorzorg achter de hand hield voor tegenvallers op de jeugdzorg. Deventer gaf in 2018 bijna 23 miljoen euro uit en hield de uitgaven binnen het door het rijk beschikbaar gestelde budget.

Oplossing 2:  werk met professionals

,,Beschikkingen worden in Deventer niet zoals in veel andere gemeenten afgegeven door ambtenaren, maar door mensen met een achtergrond in de professionele jeugdhulpverlening’’, zegt Rorink. ,,Zij kunnen het beste inschatten of en welke hulp nodig is voor een jongere. Het is telkens weer zaak de juiste weg weten te kiezen. Wat zijn de signalen en wat is er werkelijk aan de hand? Een voorbeeld: een kind op school dat zich zwaar misdraagt. Dan kun je met het kind aan de slag of kijken of er meer achter zit. Er kan sprake zijn van een gezinssituatie met veel problemen en dat de eigenlijke oorzaak dààr ligt en niet zozeer bij het kind.’’ Zodat hulp en zorg zich richt op een van de ouders, in plaats van op het kind.

Oplossing 3: een goed zorgnetwerk

De aanpak in Deventer functioneert volgens Rorink ‘omdat er een goed georganiseerd zorgnetwerk aanwezig is’. ,,Die verwevenheid tot in de haarvaten in de samenleving is overduidelijk anders dan in veel andere gemeenten’’, aldus Rorink, die eerder wethouder was in Oldenzaal. ,,In wijken werken we letterlijk tot op straatniveau. Met sociale teams, buurtverenigingen en gezincoaches. Met een belangrijke rol voor het onderwijs, huisartsen, GGD, GGZ. Die vinden elkaar allemaal. In veel gemeenten gaat dat langs elkaar heen. Niet uit onwil, maar men is het niet gewend. Ik denk dat in Deventer vooral de gezinscoaches het verschil maken. Zij regelen ook indien nodig de toegang tot de zorg.  Het netwerk was hier al aanwezig, allang voor de jeugdhulp naar de gemeente overging. Daar profiteren we nu van.’’ 

Oplossing 4: laat gemeenten met veel instellingen niet alleen voor kosten opdraaien

Hoogleraar orthopedagogiek Tom van Yperen, expert als het gaat om de veranderingen in de jeugdzorg, kent de Deventer aanpak. ,,Die ligt helemaal in lijn met hoe de transformatie in de jeugdzorg eigenlijk is bedoeld’’, zegt hij. Er zijn weliswaar nuances. ,,In iedere gemeente is de situatie verschillend. Apeldoorn heeft bijvoorbeeld veel jeugdzorginstellingen binnen de gemeentegrenzen. Die zorgen ervoor dat deze gemeente dus ook veel moet ophoesten, met name voor jeugdigen die in die instellingen lang verblijven. Dat verhoogt de kosten van de jeugdzorg voor een gemeente als Apeldoorn’’, zegt Van Yperen. Apeldoorn kwam in 2018 ruim 21 miljoen tekort, waarvan 14 miljoen structureel. 

Oplossing 5: perfecte samenwerking

Jeugdzorgexpert Tom van Yperen.
Jeugdzorgexpert Tom van Yperen. © © Sjaak Ramakers Fotograaf

,,Voor Deventer ligt dat anders, want daar zijn minder instellingen. Dat neemt niet weg dat de aanpak van Deventer werkt; die gaat uit van een integrale benadering met een goed zorgnetwerk, sociale wijkteams, buurtnetwerken, gezinscoaches en een belangrijke rol voor het onderwijs en de huisartsen’’, somt Van Yperen op. ,,Dit zijn ingrediënten die ervoor zorgen dat de instroom naar de zwaardere en duurdere vormen van jeugdhulp minder wordt.’’ Deventer mag dus gerust een voorbeeldgemeente genoemd worden, beaamt de jeugdzorgexpert. Overigens gloort er hoop voor gemeenten met veel instellingen; het Rijk werkt aan regelgeving die de kosten verdeelt over de gemeente van verblijf en de gemeente van herkomst.

Oplossing 6: dichtbij de mensen

Bert Wienen, lector Jeugd van Hogeschool Windesheim in Zwolle, plaatst wel een kanttekening bij het Deventer succes. ,,We moeten oppassen niet te snel te juichen, één zwaluw brengt nog geen zomer. Het kan zijn dat er sprake is van een éénmalige opleving.’’ Toch ziet ook hij in Deventer een aanknopingspunt voor andere gemeenten. ,,Een belangrijk ideaal van de nieuwe jeugdwet is de zorg dichter organiseren bij mensen. Als die informele banden er al zijn, zoals in Deventer het geval lijkt, dan is dát mogelijk een deel van de verklaring van het succes. En als dat zo is, dan is het direct ook een onderstreping van het belang van de transitie van de jeugdhulp van het Rijk naar gemeenten.’’ 

Oplossing 7: gebruik extra geld voor preventie

Het extra miljard dat het Rijk voor de komende drie jaren inzet voor de jeugdzorg, moeten gemeenten niet louter gebruiken voor het dichten van gaten. Van Yperen: ,,Investeer ook in de werkwijze. Anders blijft het dweilen met de kraan open.’’ Gemeenten moeten volgens de jeugdzorgexpert meer investeren in preventie, om de toestroom naar duurdere vormen van zorg terug te dringen. Hij erkent dat dit een zware opgave is. ,,Stel je voor je gaat je huis verbouwen en tegelijkertijd stijgen de vaste lasten terwijl je een bezuiniging op je budget moet doorvoeren. Dat is dan een hele moeilijke verbouwing.’’ Met het extra geld gaat er wat druk van de ketel, maar als dat alleen maar leidt tot het dichten van gaten verandert er niet veel. ,,Die middelen moeten dus goed ingezet worden, zorg voor een zorgnetwerk naar Deventer voorbeeld. Dan heb je daar in de toekomst iets aan omdat de kraan dan weer wat verder is dichtgedraaid.’’ 

De Deventer wethouder Rorink telt zijn zegeningen, maar blijft voorzichtig. ,,Het beeld over 2018 is goed, dat zagen we in 2017 ook al, maar je weet niet of dat zo doorzet.’’ethouder Zutphen: ‘Kabinet schuift probleem voor zich uit’   

https://www.destentor.nl/deventer/hoe-deventer-de-jeugdzorg-wel-kan-betalen-en-zelfs-geld-overhoudt~a3c7c8a7/?referer=https://www.linkedin.com/feed/

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

2 gedachtes op “Wat kunnen we leren van het Deventer jeugdhulp model?”

  1. Harry Broekhuijs

    Het klinkt te mooi om waar te zijn en dat is het ook. Door de Deventer methode gaat geld bedoeld voor de jeugdzorg, niet naar de jeugdzorg. Dat gaat ten koste van de jongeren en de instellingen. De verlengde jeugdzorg wordt in Deventer niet toegekend. Gevolg; jongeren worden verplicht terug gestuurd naar het systeem waardoor ze in de jeugdzorg terecht gekomen zijn, nl thuis. Er is de afgelopen jaren een grotere vraag om hulp, maar er is bij de transitie 30% bezuinigd. Door weinig vragen om hulp toe te kennen en door de broodnodige verlengde jeugdzorg niet toe te kennen wordt er geld overgehouden. Dat kan precies overeenkomen met bedacht beleid, maar wat heeft een jongere in nood hieraan. Verder is er een ontmoedigingsbeleid voor bv ZZPers. Daarvoor is de gevraagde bureaucratie zo zwaar en ingewikkeld dat het ondoenlijk is om als ambulant hulpverlener je werk fatsoenlijk te kunnen doen. Deventer kan prima volgens de gestelde richtlijn werken, maar dit gaat ten koste van de zorg voor jongeren en de instelling. Instellingen in Deventer zitten hierdoor in financieel zwaar weer en kunnen omvallen.Dit zorgt voor oa veel verloop onder personeel en ook dat komt de zorg niet ten goede.
    Ik weet wat erger is. Andere gemeenten hebben een te kort op hun begroting, Deventer heeft een te kort op zorg!

    1. Summer Koster

      Bedankt voor je reactie. Goed dat je een genuanceerd geluid laat horen. Er zit dus vaak een andere kant aan de medaille.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *