Richtlijnen jeugdhulp – samen beslissen over passende hulp

Delen op Social Media

Leestijd: 4 min.

Wil je tot een gedegen gezamenlijke beslissing komen over de in te zetten jeugdhulp bij gezinnen? Pas je dan ook de richtlijnen jeugdhulp toe? Ook de richtlijnen hebben handige werkkaarten om ” het samen beslissen” stap voor stap door te nemen en te evalueren dat je ” naast het gezin / de ouder” staat ipv voorop loopt.

De Richtlijn Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp voor jeugdhulp en jeugdbescherming gaat in op het proces van beoordelen en beslissen over hulp bij vragen en problemen in de opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen van nul tot achttien jaar (eventueel verlengd tot drieëntwintig jaar ). Daarbij gaat het om problemen van psychische, sociale of pedagogische aard die de ontwikkeling van de jeugdige belemmeren. De hulp kan zowel vrijwillige hulpverlening als gedwongen interventies omvatten en reikt van de gewone opvoeding en ontwikkeling, met normale opvoedingsvragen, tot ernstige ontwikkelings- en opvoedingsproblemen.

Aanbevelingen

Op de onderdelen beslisproces, vraagverheldering, probleem- en krachtenanalyse en doelen opstellen en beslissen over hulp. 

  • Het beslisproces. Beoordeel samen met ouders en jeugdige wat de aard en ernst van hun vraag of probleem is en beslis samen over de best passende hulp. Zorg dat je als professional op de hoogte bent van de ontwikkelings- en opvoedingsopgaven, en dat je de belangrijke aandachtspunten in het beoordelen van de aard en ernst van problemen kent. Zorg dat je beschikt over een open, empathische houding en analytische, gespreks- en schrijfvaardigheden. Doorloop het besluitvormingsproces aan de hand van de volgende stappen: 1. vraagverheldering; 2. probleem- en krachtenanalyse; 3. doelen opstellen; 4. beslissen over passende hulp; 4a. verkennen en mobiliseren van het sociaal netwerk rond het gezin; 4b. beslissen over de inzet van professionele hulp; 5. uitvoeren van de hulp; 6. evalueren van de resultaten en beslissen over vervolg of beëindiging. Voer elke stap in dialoog met de ouders en/of de jeugdige uit. De uiteindelijke beslissing over de inzet van hulp (het sociale netwerk, school of professionele hulp) is een gezamenlijke weging (door de jeugdprofessional, ouders en jeugdige) van kennis over ‘wat werkt’, praktijkervaring en voorkeuren van ouders en jeugdige, rekening houdend met aanmeldingsreden en eventuele al lopende hulp. Werk systematisch en transparant, verzamel niet meer informatie dan nodig is, maak gebruik van gestandaardiseerde en gevalideerde instrumenten, spreek cruciale beslissingen van tevoren door met de gedragswetenschapper en houd aandacht voor de veiligheid van de jeugdige, de motivatie van ouders en jeugdige en de betrokkenheid van het sociale netwerk.
  • Vraagverheldering. Ga een constructieve samenwerkingsrelatie aan met ouders en jeugdige. Neem een basishouding aan van onvoorwaardelijke positieve waardering, echtheid en empathie. Formuleer gezamenlijk de hulpvraag en de kern van de problematiek, en neem samen met ouders en jeugdige een besluit over het vervolgtraject: – Bij een alledaags of licht probleem geef je voorlichting of advies en adviseer je over de inzet van het sociaal netwerk en/of een lichte interventie. – Bij een acuut bedreigende situatie voor de jeugdige zet je direct een crisisinterventie in en/of raadpleeg je de Richtlijn Crisisplaatsing. – Als nog onvoldoende duidelijk is wat de aard en/of ernst van de problemen is, adviseer je om verder onderzoek te doen (dan volgt de fase van probleem- en krachtenanalyse). Zeg bij meervoudige of multiproblematiek eerst tegen ouders en jeugdige dat je intern met een gedragswetenschapper gaat overleggen. Bespreek met de gedragswetenschapper de aard en ernst van de problemen, en bespreek aan welke oplossingsrichting gedacht kan worden. Bespreek de ideeën die in het overleg met de gedragswetenschapper zijn ontstaan vervolgens weer met ouders en jeugdige. Ga na wat zij hiervan vinden en welke ideeën zij zelf hebben. Neem daarna gezamenlijk een besluit over het vervolg. Leg de verzamelde informatie en gezamenlijke conclusies vast en neem deze op in het cliëntdossier. Maak afspraken met ouders en jeugdige over het verstrekken van gegevens aan andere zorgverleners en/of de aanmelder.
  • Probleem- en krachtenanalyse. Als er verder onderzoek nodig is: a. Maak dan samen met ouders en jeugdige een onderzoeksplan. Neem hierin op welke onderzoeksvragen beantwoord dienen te worden, welke informatie daarvoor nodig is en hoe deze informatie verzameld wordt. Gebruik voor het onderzoek bij voorkeur gestandaardiseerde en gevalideerde instrumenten en houd rekening met de beperking van de instrumenten en de bijzondere omstandigheden van ouders en jongeren, zoals migratie-afkomst en/of licht verstandelijke beperking, laaggeletterdheid of andere beperkingen; b. Maak – nadat de informatie is verzameld – samen met ouders en jeugdige een analyse van de aard en ernst van de problemen, de oorzaken en instandhoudende factoren, de veiligheid van de jeugdige, hun sterke kanten en mogelijke hulpbronnen; c. Formuleer op basis van de analyse samen met ouders en jeugdige het samenhangend beeld en leg dit vast in het dossier. Het samenhangend beeld beschrijft de aard en ernst van de problemen, plus de veroorzakende, instandhoudende en beschermende factoren. Bespreek ook met ouders en jeugdige wanneer je het samenhangend beeld met de gedragswetenschapper bespreekt. Leg het samenhangend beeld bij meervoudige en complexe problemen voor aan de gedragswetenschapper. De gedragswetenschapper denkt mee en checkt de analyse en het samenhangend beeld bij ernstige en complexe problemen; d. Geef ouders en jeugdige indien nodig voorlichting (psycho-educatie) over de betekenis en gevolgen van het vastgestelde probleem, wat ze zelf aan het probleem kunnen doen en welke professionele hulp er mogelijk is.
  • Doelen opstellen en beslissen over hulp. Ga na of iedereen het over de vraag en het probleem eens is. Stel samen met ouders en jeugdige korte- en langetermijndoelen op. De doelen dienen gericht te zijn op veranderbare factoren in de problematiek, en/of op het versterken van vaardigheden en het vergroten van het sociale netwerk (beschermende factoren). Formuleer dit als concrete en werkbare doelen. Beslis gezamenlijk welke hulp het beste aansluit bij de vraag, het probleem en de wensen van ouders en jeugdige. Ga daarbij eerst met ouders en jeugdige na wat hun eigen mogelijkheden en de mogelijkheden in hun sociale netwerk zijn om de problemen aan te pakken. Stel voor dat zij een familiegroepsplan maken waarin aandacht is voor wat zij zelf met hun netwerk kunnen aanpakken en waar zij professionele hulp voor nodig hebben. Ga daarna in gesprek over de noodzaak om nog professionele hulp in te zetten. Licht ouders en jeugdigen goed voor over de voor- en nadelen van verschillende behandelmogelijkheden. Je kunt aanbevelingen doen voor de beste behandelmogelijkheid, maar ga ook met ouders en jeugdigen in gesprek over hun ideeën, wensen en voorkeuren. Geef vervolgens aan wat je zelf aan hulp en ondersteuning kunt bieden. De uiteindelijke beslissing is een gezamenlijke weging (door jou als jeugdprofessional, de ouders en de jeugdige) van kennis over ‘wat werkt’, praktijkervaring en voorkeuren van ouders en jeugdige. Vraag ouders en jeugdige expliciet naar hun ideeën over mogelijke hulp en de voor- en nadelen die zij zien. Bespreek eventuele vragen en twijfels. Maak afspraken over de evaluatie van de ingezette hulp en over het nazorgtraject en leg deze vast in het hulpverleningsplan/ cliëntdossier. Monitor samen met ouders en jeugdige gedurende de uitvoering van de hulp het proces en de resultaten. Stel gezamenlijk waar nodig de doelen en de hulp bij.

Zie link voor de werkkaarten http://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/11/Richtlijn-Samen-beslissen_Werkkaarten.pdf

Ontdek meer

Volledig overzicht bekijken?