Sociale vraagstukken: jeugdjaren hebben invloed om je levenslot

honduras-80837__480

Nadelige omstandigheden in de kinderjaren beperken iemands latere kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Door de groeiende waardering van menselijk kapitaal zijn de gevolgen hiervan groter dan ooit. Wat kunnen we daaraan doen?

Door Esmée Zwiers 25 oktober 2019

De omgeving waarin je opgroeit heeft een grote invloed op de rest van je leven. Onderzoek in de VS laat zien dat een hoger inkomen van de ouders samenhangt met een hoger inkomen voor het kind, betere onderwijsuitkomsten en een lagere kans op een tienermoederschap (Chetty et al., 2014). In ons land eindigt 28 procent van de kinderen van gezinnen in de allerlaagste inkomensgroep precies zoals hun ouders: in de laagste inkomensgroep (Van der Brakel & Moonen, 2013).

Verschil in geboorteomgeving leidt tot nog meer ongelijkheid later

Ongelijkheid tussen kinderen bij de geboorte kan uitmonden in een nog grotere ongelijkheid op latere leeftijd. Vooral de vroege kinderjaren zijn belangrijk voor het ontwikkelen van vaardigheden die mensen later nodig hebben op de arbeidsmarkt (Heckman & Mosso, 2014). Overheden kunnen investeren in goed onderwijs om verschillen in de geboorteomgeving al vroeg in de levensloop te compenseren. Dit is essentieel in deze tijd van technologische vooruitgang met zijn hoge waardering voor menselijk kapitaal (Goldin & Katz, 2007Acemoglu & Autor, 2011).

Voor mijn proefschrift onderzocht ik hoe omstandigheden in de kinderjaren de vorming van menselijk kapitaal beïnvloeden. Menselijk kapitaal bestaat uit de vaardigheden en competenties die bepalen hoe succesvol mensen zijn op de arbeidsmarkt. Ik bestudeerde drie factoren die van invloed kunnen zijn, waarbij de focus lag op de rol van de familie – van voor de conceptie van het kind tot lang na diens geboorte.

De invloed van economisch goede en slechte tijden

Allereerst keek ik hoe sociaaleconomische omstandigheden beïnvloeden welke ouders een kind krijgen, en hoe dit uiteindelijk doorwerkt in de latere arbeidsmarktpositie van het kind. We weten uit de literatuur dat economische omstandigheden de grootte en samenstelling van een geboortecohort (mensen die allemaal in dezelfde periode zijn geboren, red.) beïnvloeden. Gedurende slechte economische omstandigheden krijgen minder mensen een kind, en tegelijkertijd komen de mensen die wel een kind krijgen gemiddeld uit een meer achtergesteld milieu (zie bijvoorbeeld: Chevalier & Marie, 2017).

We weten heel weinig over wat er gebeurt als er een nog grotere verandering van sociaaleconomische omstandigheden plaatsvindt. Ik keek daarvoor naar de bevrijding na de Tweede Wereldoorlog die een enorme positieve invloed had op sociaaleconomische omstandigheden en leidde tot een geboortepiek in 1946: het geboortecijfer steeg in dit jaar met ongeveer 35 procent.

De samenstelling van de ouders en kinderen van dit geboortepiekcohort bleek niet anders dan van omliggende geboortecohorten. De extreem betere sociaaleconomische omstandigheden leidden er dus niet toe dat vooral ouders uit een bepaald – beter of slechter – milieu kinderen kregen. Deze kinderen die vlak na de oorlog geboren zijn, deden het niet beter of slechter op de arbeidsmarkt dan kinderen die later werden verwekt.

Omgeving is meer bepalend dan hormonen

Een tweede factor die van invloed kan zijn op de vorming van menselijk kapitaal zijn hormonale verschillen in de baarmoeder. Je zou verwachten dat meisjes met meer mannelijk hormoon prenataal testosteron – onder andere goed voor meer wiskundeaanleg – beter zouden scoren op wiskunde. In mijn onderzoek bleken ze juist slechter te scoren op wiskunde. Dit negatieve effect zagen we vooral bij meisjes die opgroeiden in een omgeving met traditionele gendernormen.

Angst voor het laagste niveau werkt averechts

Tot slot onderzocht ik of een angst voor het laagste niveau, in dit geval het vmbo, schooluitkomsten beïnvloedt. Dat bleek inderdaad het geval te zijn: kinderen van wie verwacht wordt dat ze naar het laagste niveau gaan, hebben een lagere kans om een schooladvies boven het vmbo te krijgen, ook scoren ze lager op de Cito-toets.

De grootse effecten zien we bij het zwakste vak van een kind én in gezinnen waar de angst voor het laagste niveau vermoedelijk groter is. Angst voor het laagste niveau, in dit geval het vmbo, kan dus een averechts effect hebben: slechtere prestaties door een hogere druk om te presteren.

Zorg al bij de geboorte voor gelijkere kansen 

Deze factoren in de kinderjaren die de vorming van menselijk kapitaal beïnvloeden, vertegenwoordigen slechts een klein deel van de puzzel van hoe iemands familie invloed heeft op iemands levenslot.

Een beter begrip van de omstandigheden in de jeugd die belangrijk zijn voor iemands latere succes op de arbeidsmarkt, kan overheid en beleidsmakers helpen bij het nemen van maatregelen voor gelijkere kansen voor iedereen vanaf of al voor de geboorte.

Esmée Zwiers werkt als Postdoctoral Research Associate bij het Center of Health and Wellbeing aan Princeton University. Zij promoveerde onlangs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met het proefschrift About Family and Fate: Childhood Circumstances and Human Capital Formation’.

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *