Geen pak slaag op zondagavond

woman-2593366_1280 (1)

Eén op de vijf vrouwen in Nederland maakt huiselijk geweld mee, jaarlijks worden ruim 119.000 kinderen het slachtoffer van kindermishandeling. En dit gebeurt achter allerlei voordeuren. Ook achter de fraaie mahoniehouten paneeldeuren in de villawijk. Al vinden we dat een moeilijke gedachte. ‘Dit is zo akelig, daarvan willen we blijkbaar niet geloven dat het ook voorkomt onder die aardige ouders, die leuke sportcoach, ‘mensen als wij’, goed opgeleid en met een mooie baan.’ 

‘Ik was het type onafhankelijke vrouw. Toch leefde ik acht jaar in een relatie vol huiselijk geweld. Al die tijd hield ik het voor de buitenwereld verborgen. Niemand wist iets. Ik leidde een soort dubbelleven. Voordeur uit: succesvol in werk en sport, geliefd bij vrienden. Achter de voordeur: bang voor mijn eigen man. De schaamte was zo groot dat het makkelijker was om te zwijgen.’

Op 9 juli 2020 plaatste Ester Wijnen (50) uit Den Bosch dit bericht op LinkedIn. Haar openbaring noemt ze het zelf. Er volgde een tsunami aan reacties. Haar mailbox stroomde vol met berichten van vrouwen in eenzelfde positie. “Nooit had ik verwacht dat mijn berichtje zoveel zou losmaken. Ik werd benaderd door slachtoffers, de pers stond de volgende dag op de stoep en ik werd gevraagd door organisaties om lezingen te geven, om mijn verhaal te vertellen.”

Nu, ruim een jaar later, zet ze haar expertise als organisatieadviseur en verandermanager in om het systeem rondom partnergeweld te veranderen. Deze maand verschijnt haar boek ‘Jij bent het probleem’. Ze hoopt met haar ervaringskennis ogen te openen en een taboe te doorbreken. “Het stereotype beeld is dat van die zielige, arme, financieel afhankelijke vrouw die door haar man geslagen wordt. In dat beeld heb ik me nooit herkend, dat ging niet over mij. Daarom ben ik met mijn verhaal naar buiten getreden.”

Vechtscheiding

Volgens Wijnen beseffen professionals vaak niet hoe groot de stap is om hulp te vragen. Zelf hield ze zeven jaar lang haar mond. “Mijn familie en vrienden wisten van niets. Natuurlijk zag ik op het laatst wel in dat er iets goed fout zat in onze relatie. Maar het is geen kwestie van een taxi bellen en weggaan. Daar gaat een heel complex proces vol dilemma’s aan vooraf. Ik kon de gevolgen niet overzien, continu dreigde mijn partner dat hij me dan helemaal kapot zou maken en dat ik mijn kinderen niet meer zou zien. Ik zat gevangen in een verlammend web van angst en schaamte. Schaamte omdat het mij overkwam. Ik was toch sterk en onafhankelijk?”

Ze hoort over diezelfde gevoelens van de lotgenoten met wie ze nu veel contact heeft. “Dat zijn vrouwen die bijvoorbeeld zelf in hulpverlening werken, advocaat zijn, een eigen bedrijf hebben. En toch zitten ze klem in die relatie.” Partnergeweld wordt bij hoogopgeleide koppels vaak niet erkend, weet Wijnen. “Het wordt snel gelabeld als vechtscheiding. Waar er twee vechten, hebben er twee schuld. De plegers zijn vaak ook heel charmant en weten hoe ze de hulpverlener om de tuin kunnen leiden. Ze zetten de vrouw weg als labiel of juist als koud en rationeel, zodat zij geen sympathie opwekt bij de hulpverlener. Terwijl zij eigenlijk alleen maar bezig is met overleven.”

Wijnen hoort ook verhalen over betuttelende hulpverleners die geen oog hebben voor de autonomie van de slachtoffers en de regie uit handen willen nemen. “De afstand tussen professionals en cliënten is vaak groot.

”‘De wijn mag dan in mooie glazen worden geschonken, de gevolgen zijn net zo groot’

Schone schijn

Aan de andere kant van het land, in Emmen, werkt José Al aan een vergelijkbare missie. Partnergeweld en kindermishandeling – en ook dierenmishandeling – in ‘welgestelde kringen’ zijn een blinde vlek in onze samenleving, zegt zij. De onderzoeker en psychotraumahulpverlener, die al jaren slachtoffers helpt van transgenerationeel huiselijk geweld en seksueel misbruik, kent de verhalen over de schone schijn als geen ander. Over ‘gegoede families’ waar aan de buitenkant niets te merken valt, maar die toch hun kinderen mishandelen, verwaarlozen of misbruiken.

“Het gaat hier om kinderen die wel met een ontbijt achter de kiezen naar school komen, die er netjes uitzien en vaak goed kunnen meekomen op school. Dat past allemaal niet in het beeld dat professionals doorgaans hebben. Deze ouders zijn vaak ook nog heel betrokken bij school en gaan bijvoorbeeld beiden mee naar de tandarts- of huisartsafspraak van hun kind.” Ogenschijnlijk het perfecte plaatje dus, maar voor deze kinderen is het thuis allesbehalve veilig. “Er is soms ook sprake van veel alcohol- of middelengebruik. De wijn mag dan in mooie glazen worden geschonken, de gevolgen zijn er niet minder ernstig om.”

Het is voor professionals lastig om deze gezinnen te herkennen, zegt Al. “De ouders zijn zelf vaak ook beschadigd in hun jeugd. Zij hebben een laag zelfbeeld en ontlenen heel veel status aan de ‘buitenkant’, het aanzien. Het misbruik of geweld ligt minder aan de oppervlakte en vindt bijvoorbeeld niet op zondagavond plaats; de volgende dag moeten de kinderen immers weer naar school.”

Al, die op basis van haar onderzoeken en werkervaring vorig jaar het boek ‘Het bevuilde nest’ schreef, geeft lezingen aan professionals. “Bij het signaleren zijn wij zelf onze grootste vijand, omdat we onze eigen afweerreactie op een verontrustende gedachte of angstaanjagend gevoel niet willen of durven erkennen. Dat leidt met name tot vermijding. Een extra hoge drempel waar de gedachte aan kindermishandeling niet goed overheen komt, komt voort uit onze aannames over gezinnen met een hogere sociale status en maatschappelijke klasse. We gaan ervan uit dat kinderen veilig zijn in deze gezinnen, doordat zij in materieel opzicht niets tekortkomen en de ouders vaak pedagogisch goed onderlegd zijn.”

Meer bewustwording is dus nodig, dat de vork toch weleens anders in de steel zou kunnen steken; bewustwording van de aannames en blinde vlekken. “Probeer echt contact te maken met kinderen en met de ouders; door werkelijk te luisteren, verder te vragen, anders te kijken en te beschouwen. Pas dan ga je signalen zien. Kinderen die op schoolkamp geen hap door hun keel krijgen, die niet kunnen slapen, die vaak last hebben van hun buik.”

Onmacht bij de pleger

Er is nog een blinde vlek. Voor de plegers. Met een hoge status en een goede baan is hun er veel aan gelegen om het geweld achter hun mooie voordeur te houden. “Ze hebben heel veel te verliezen”, zegt René Haring, oprichter van lotgenotengroep ‘Agressie en daarna?’ “Hogeropgeleiden zijn vaak verbaal heel sterk, denken snel en kunnen overtuigend overkomen. Buiten fysiek geweld zullen juist zij veel meer verbaal en psychisch geweld inzetten.”

Haring weet waarover hij het heeft. Geweld en agressie hebben vijftig jaar lang zijn leven bepaald. Hij sloeg zijn vrouw bont en blauw, ging in 2013 helemaal door het lint en werd door de politie voor de ogen van zijn zesjarige zoon in de boeien geslagen. Een keerpunt. Inmiddels – na jaren therapie – vraagt hij met zijn organisatie aandacht voor de plegerskant en spreekt hij veel met organisaties en gemeenten. “We kunnen het niet over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling hebben zonder over de plegerkant te praten. Bij al die slachtoffers hoort ook een dader. Maar open met hen in gesprek gaan, is zo’n groot taboe.”

Haring kent inmiddels zijn lotgenoten. En ja, onder hen zijn ook directeuren, burgemeesters en artsen met losse handen. Hij pleit voor preventie, voor meer aandacht in het onderwijs voor huiselijk geweld én voor goede opvang en nazorg voor de pleger. “Als een pleger voor tien dagen uit huis wordt geplaatst, ga dan in gesprek. Veroordeel het gedrag, maar niet de mens daarachter. En mijn allerbelangrijkste advies: neem de tijd. Deze plegers zitten echt niet op een hulpverlener te wachten, het kost tijd om vertrouwen te winnen. Vergeet niet dat al dat geweld vaak voortkomt uit onmacht. Niet weten hoe ze het gesprek kunnen aangaan, hoe ze kunnen praten over gevoelens: slaan is voor hen de enige oplossing.” Zelf leerde Haring al op jonge leeftijd in het kindertehuis van zich af te slaan, zijn vuisten deden het woord.

John en Mary

Cees Hoefnagels, psycholoog en onderzoeker aan het lectoraat Jeugd van de Hogeschool Utrecht, vermoedt dat er in Nederland sprake is van een ‘behoorlijke onderrapportage’ als het gaat om huiselijk geweld en/of kindermishandeling bij hogere sociale klassen. Daar zijn een aantal aanwijzingen voor.

Hoefnagels wijst allereerst op de zogeheten John-and-Mary-studies. Onderzoekers lieten allerlei mensen verhaaltjes over John en Mary beoordelen. Na het schetsen van hun gezinssituatie en de white collar job van John werd de toehoorders de volgende vraag gesteld: zou hier sprake van kindermishandeling kunnen zijn? Vervolgens brachten de onderzoekers een kleine wijziging in de verhaallijn aan. John kreeg een blue collar job, werd arbeider. “En wat bleek nu, bij die tweede versie waren er ineens veel meer mensen die dachten dat er best wel sprake van kindermishandeling in dit gezin kon zijn.

”‘Ga met een pleger in gesprek; veroordeel het gedrag, maar niet de mens erachter’

Het onderzoek werd herhaald onder professionals en leverde een vergelijkbaar resultaat op. “Heel interessant. Er is dus blijkbaar sprake van een bias, een vooroordeel, als er hogeropgeleide mensen in het spel zijn. Kindermishandeling en huiselijk geweld zijn zo akelig, daarvan willen we als professionals blijkbaar niet geloven dat het ook voorkomt onder die aardige ouders, die leuke sportcoach, ‘mensen als wij’, goed opgeleid en met een mooie baan. Dit heeft alles te maken met afweergevoelens die we hebben als mens, en dus ook als professional. Een hoge sociaal-economische status (SES) fungeert als extra argument om onze afweer te voeden.”

Ons vooroordeel komt niet helemaal uit de lucht vallen. De link tussen armoede en kinderverwaarlozing, een vorm van kindermishandeling, werd al lang geleden gelegd, zegt Hoefnagels. “Al in 1900. Arme mensen verdienden aandacht en bekommernis, een mechanisme dat je tot de dag van vandaag terugziet.” De onderzoeker vertelt over de grote prevalentiestudies naar kindermishandeling die in Nederland in 2005, 2010 en 2017 zijn gehouden onder mensen die beroepshalve met kinderen werken. Hieruit is de schatting afkomstig dat in Nederland jaarlijks tussen de 90.000 en 127.000 kinderen slachtoffer worden van kindermishandeling. “De SES-hypothese wordt in deze onderzoeken helemaal bevestigd: laag opleidingsniveau en lage status zijn belangrijke risicofactoren voor kindermishandeling.”

De onderzoeksrespondenten zien maar liefst een vijf keer hogere kans op kindermishandeling bij gezinnen met een lage SES. “Máár”, voegt Hoefnagels toe, “als we dit onderzoek vergelijken met een parallelonderzoek onder middelbare scholieren, dan komt een ander beeld naar voren. Namelijk dat het aantal kinderen dat slachtoffer wordt van kindermishandeling veel hoger ligt, terwijl de relatie met sociaal-economische klasse juist véél minder groot is. Ik vermoed dus echt dat de bias van de professionals bij het eerste onderzoek hiertussen zit.”

Ook Hoefnagels wijst op het mogelijke effect dat deze plegers meer middelen – verbale, communicatieve en financiële – tot hun beschikking hebben om de hulpverlening om de tuin te leiden. “Ik vrees dat ze hier makkelijker mee wegkomen en dat zal bij partnergeweld niet anders zijn.”

Tekst door: Jessica Maas

Meer over dit onderwerp willen weten dat kan via onderstaande link.

https://sprankmagazine.nl/geen-pak-slaag-op-zondagavond/?cn-reloaded=1

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *